www.vooruit.be

Hind Fraihi - Vooruitopia

 

Omschrijving

© Michiel Devijver

In 2017 stelde Vooruit de allereerste schrijver in residentie voor, Hind Fraihi. Als slotakkoord schreef zij het pittige, bijzonder kritische essay 'Vooruitopia', dat tijdens de editie van Uitgelezen in januari aan het aanwezige publiek zal worden uitgedeeld.

 

 “So many white people, it's crazy"

De Amerikaanse rapper Anderson .Paak op het podium van Pukkelpop

Kijk de volgende keer op een toneelstuk, dansvoorstelling of concert maar eens goed om u heen. Het is een zee van witte mensen die staart naar een podium waar andere witte mensen het beste van zichzelf geven. De artiest of het gezelschap werd geboekt door een medewerker van een cultureel centrum die, net als het merendeel van zijn of haar collega’s, wit is. De directie is eenzijdig wit, evenals de raad van bestuur. Cultuurjournalisten en recensenten zijn haast allemaal wit. Pas op het niveau van de security en de schoonmaak kom je de meeste ‘exotische’ namen tegen. Kijk vervolgens eens goed om u heen als u weer naar huis loopt en let op de vele talen, geloofsovertuigingen, wereldvisies en kleuren die rondom u bewegen op diezelfde straten, in diezelfde bussen en trams.
Laat die tegenstelling nu even inzinken. Waarom stopt de diversiteit die in zoveel steden en dorpen doet bruisen, botsen, discussiëren, genieten en lachen op de drempel van culturele instellingen als de Vooruit? En wat betekent dat overwegend witte biotoop voor onze visie op cultuur? Die van ons en die van de anderen.
Het antwoord ligt in wat de eeuwigdurende cyclus van de cultuur lijkt te zijn. Theater, dans, muziek, literatuur,… lokken in de eerste plaats een overwegend wit, progressief en hoogopgeleid publiek. Hun smaak bepaalt wat er te zien en te beluisteren valt. Zij worden op hun wenken bediend door een leger programmeurs, theatermakers, dramaturgen, muzikanten, schrijvers, poëten en choreografen die op hun beurt ook weer wit, progressief en hoogopgeleid zijn. De dominante visie op wat kwalitatieve kunst nu eigenlijk is, wordt in feite beperkt tot de mening van een kleine, bevoorrechte club.
Dat men anno 2017 nog steeds spreekt van zaken als pakweg ‘minderhedenliteratuur’ en ‘etnisch theater’, geeft aan hoe wit nog steeds gezien wordt als de norm. Hoe alles wat anders (lees niet-Westers is) een label moet krijgen dat het onderscheidt van de dominante stroming.

Er is echter een zandkorrel gevallen in de machine die de eeuwigdurende cyclus gaande houdt. Een kruimeltje dat steeds maar groter wordt en uiteindelijk die goed geoliede machine zal doen vastlopen onder gesputter met dampende stoomwolken. Het witte publiek van de culturele instellingen vergrijst zienderogen. Het is een kwestie van tijd of de wereld van de kunst is de voeling met de wereld buiten zijn deuren volledig kwijt gespeeld. Dianne Zuidema, directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam, verwoordt het zo. “Een wit publiek wordt nog niet overal gevoeld als een probleem, omdat het publiek nog niet in aantal afneemt. Maar over vijf of tien jaar is dat gegarandeerd wel zo, als we er niets aan doen. Maar los van dit argument zouden we er veel harder aan moeten werken om een afspiegeling te laten zien van de gemêleerde samenleving.”
Charles Esche, de directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, lanceerde enkele jaren geleden een boude stelling: “wij moeten irrelevant worden voor het publiek dat we nu binnenkrijgen”. De Nederlands-Surinaamse theatermaker Quincy Gario pikte daar op in: “Hij bedoelt witte mensen van middelbare leeftijd uit een bepaalde klasse die nu zijn grootste publieksgroep vormen. Dat is niet de toekomst. Dat is zelfs niet het heden. De instituten moeten dus aan zelfsabotage doen. Zorg dat nieuwe mensen zich aangesproken voelen door wat er gebeurt.”
Dat besef is zoetjesaan aan het doordringen in de sector. Er worden diversiteitsseminars (nog een te schrappen woord) georganiseerd. Er wordt zeer veel gedebatteerd, geopinieerd, gekakeld en gekwetterd. Her en der worden er zelfs heuse pogingen ondernomen om kunst wat meer kleur te geven. Maar alleen de deuren open gooien voor de anderen in de samenleving is echter niet voldoende. Het volstaat niet om een rolletje te schrijven voor een excuus-allochtoon, die ene zwarte comédienne te boeken of een reggae-bandje te laten optreden. Dat is een zelfbevredigingsbeleid dat niets verandert aan de dominante stroming.

 

La negrophobie et la negrophilie sont voisines, la fascination fétichiste et la répulsion raciste
Kunstenaar Michaëla Danjé in haar bijdrage aan het boek Marianne et le garçon noir


Bounty’s. U denkt dan wellicht spontaan aan die lekkere versnapering van zwarte of bruine chocolade met een witte vulling van kokos. De term slaat ook op gekleurde mensen die zich te wit gedragen. Binnen eigen gemeenschap brandmerkt die term hen als overlopers, als collaborateurs. De vraag is of die zogenaamde bounty’s uit eigen beweging kiezen voor dat kopieergedrag. Of is het een soort survival-reflex om te kunnen overleven binnen een bepaalde omgeving? Om binnen te geraken in bepaalde organisaties mag je tegenwoordig aan de buitenkant best wel een kleurtje hebben. Zo’n toefje diversiteit staat hip en vooruitstrevend. Tegelijkertijd wordt er verwacht dat je jezelf de witte manier van denken volledig eigen maakt om te ‘passen in de organisatie’ waarvoor je werkt. Mimicry als het ware.
Een andere smaak van bounty tref je haast uitsluitend aan in de wereld van de kunsten. Een gekleurde mens gaat zich dan gedragen naar de clichés die in het westen leven omtrent zijn eigen cultuur. Een wit publiek komt naar de zogenaamde ‘etnische’ voorstellingen met een welomschreven idee over wat ze mogen verwachten en willen dan ook precies dat voorgeschoteld krijgen.
Een vorm van tunneldenken die terug gaat tot de meest duistere bladzijden uit de voorbije eeuwen: de kolonisatie. Om de grenzeloze veroveringsdrang van de opkomende Europese grootmachten te rechtvaardigen, moesten de gekoloniseerde volkeren worden voorgesteld als wilden, onderontwikkelden. Dat gebeurde met het smoesje 'être colonisé, c'est d'abord être colonisable, non?'. Die perfide verstrengeling van wetenschap, geopolitiek en platte commercie mondde uit in een van de meest verbijsterende fenomenen uit de recente Europese geschiedenis: Le Zoo Humain, de menselijke dierentuin. Daar kon de beschaafde blanke man zich gaan vergapen aan 'woeste wilden', die door heldhaftige ontdekkingsreizigers rechtstreeks uit de jungle werden gesleept. Later werden die wilden dan inboorlingen, die - zelfs nog op de Brusselse Expo van 1958 - aan het kijklustige publiek mochten tonen hoeveel beschaving de weldaden van de kolonisatoren hen hadden bijgebracht.
Een gekleurde mens en zijn cultuur moeten voldoen aan de stereotypen die het Westen heeft bedacht. Het aloude cliché ‘zwarten kunnen goed dansen’, kan op het eerste zicht wel positief klinken. Het blijft echter een exotische en oriëntalistische benadering van een cultuur. Een veralgemening die terug gaat op de koloniale beschrijvingen van de Europese bezetters die de inwoners een uitgestrekt en uitzonderlijk divers continent probeerden te vatten in enkele begrippen. Met kinderlijkheid, naïviteit en luidruchtigheid als leidraad. Haast heerlijk helder, opdat wit niet in verwarring geraakt.
Wie niet mee loopt in de ganzenpas van de stereotypen, krijgt daar problemen mee. Dat ondervond de Nederlands-Marokkaanse creatieve ondernemer Chafina Ben Dahman toen ze advies moest geven over een filmscenario met een Marokkaanse jongen. “Aan het einde van het traject kreeg ik van de makers te horen: de personages zijn niet Marokkaans genoeg. Mijn adviezen waren zoals ik het leven om me heen zag, maar kennelijk bevestigde het niet het stereotiepe verhaal dat zij wilden horen. Voor mijn perspectief was nog geen ruimte. Die moest ik echt zelf creëren.”
Er mag de laatste jaren dan wel meer aandacht zijn voor niet-westerse kunst en gekleurde artiesten. Die interesse stoelt nog te veel op een combinatie van exotisme en stereotypering. Daarmee worden alle kunstzinnige aspiraties van een nieuwe culturele avant-garde van bij de start gefnuikt. Door zich te moeten conformeren naar de Westerse opvatting van hun cultuur, zijn deze jonge talenten gedwongen te breken met hun eigenheid. Pakweg om wél Marokkaans genoeg te zijn. Maar wat is dat precies? Streefcijfers en absurde verwachtingen mogen niet in de weg staan van de ontwikkeling van een waaier aan eigen kunstexpressies die de dominante stroming uitdagen, confronteren en in vraag stellen.
Diversiteit mag geen doel zijn, het is een feit. De nieuwe realiteit is er: verschillend en gelaagd. En toch hetzelfde. De mens is een enkelvoud in zijn veelvoud. La singularité plurielle, het brengt zoveel verwarring om te verbinden.


Het leven is niet eerlijk, Ewa Ja!
Kansen zijn er niet voor iedereen, Ewa Ja!
Want alles wat we doen is een probleem, Ewa Ja!
Dan doen we het maar lekker met de drarrie, Ewa Ja!

SLM, rappersduo uit het Kiel


Diversiteit heb ik altijd gezien als een organisch proces. Als een wingerd; het groeit vanzelf, razendsnel en soms zelfs op de meest vreemde plaatsen. Het wortelt, het vertakt, het bloeit en werpt vruchten af. Het heeft geen zin om het een bepaalde snoeivorm te willen opdringen. Je kan het inkorten, verpotten of te lijf gaan met onkruidverdelger. Het komt steeds terug. Diversiteit leidt een eigen leven. Het heeft geen zelfverklaarde tuinmannen nodig om uit te groeien tot iets prachtigs.
Neem nu de straattaal, het slang waarmee de hippe jongeren zich onderscheiden van volwassenen en wannebees. Waar eerdere generaties hun coolheid gingen lenen in de Engelstalige cultuur, geeft de huidige jeugd het Nederlands kleur met het Arabisch, Berbers of Turks. Zo doen woorden als drarrie, flous, shmetta, habiba, rwina en wayaw hun intrede in onze taal. Hun eigen muziek vormt daarbij de speerpunt. Hiphop, rap, frithop, nederhop, straatrap, mocro rap,… de ruime waaier aan omschrijvingen is op zich al veelzeggend.
Wie tieners of kinderen in zijn/haar omgeving heeft, kent ongetwijfeld al het volgende melodietje: Habiba, Habiba. Waarom stress je mij a zina, a zina? Ik ben op straat, ik ben met dieven, met dieven. Ik denk niet eens aan liefde, ben gefocust op verdienen Dus word niet te verliefd, nee. De Nederlandse rapper Sofiane Boussaadia, beter bekend als Boef, heeft een verleden als straatboefje en instellingskind. Vandaag is hij een razend populair artiest met een gigantisch aantal fans op de sociale media. Dat leverde hem een doorbraak op in het mainstream circuit waardoor hij ook massa’s publiek trekt op de traditionele festivals en podia. Boef brengt daarmee, eventjes dan toch, een streepje kleur in hun traditionele witte publiek. In zijn zog duiken ook andere rappers op in het spotlicht, zoals Soufiane Eddyani, Said Boumazoughe en Salahdine Ibnou Kacemi van SLM. Allemaal hebben ze één ding gemeen: ze danken hun succes in eerste instantie aan de vele duizenden volgers en de soms miljoenen views die ze verzamelen op de sociale media.
Cultuur is, gelukkig maar, volatiel en bijzonder onderhevig aan nieuwe invloeden en technologieën. De nieuwe generatie (gekleurde) artiesten is niet langer afhankelijk van de willekeur van cultuurbonzen, recensenten, zelfverklaarde kenners en docenten. Kunst ontwikkelt zich niet langer binnen elitaire opleidingsinstituten maar op straat. Met sociale media als Instagram, Snapchat, YouTube, Facebook en Twitter als voornaamste speeltuigen in handen van de creatieve jeugd van vandaag. Op het wereldwijde web ontstaan vele honderden kleine communities, want dit gaat verder dan kunst alleen, die elk op zich keien verleggen in de maatschappelijk dominante stroom. Het is een kwestie van tijd vooraleer die het stroomgebied zullen verleggen.
De truc zit hem in de laagdrempeligheid. Decennia lang heeft de culturele wereld zich het hoofd gebroken over hoe ze de kloof tussen zichzelf en het merendeel van de bevolking konden overbruggen. De nieuwe sociale media hebben die drempel in één klap weggevaagd. Met je eigen tijd, middelen en geld kan je jouw boodschap brengen aan iedereen die daar voor open staat. Los van bemoeienissen, subsidiecommissies of de dwang van het publiek. Kunst was nooit zo democratisch als vandaag.
De deuren van de cultuurinstellingen, die na jaren duwen eindelijk op een kier waren gezet, worden nu fluks omzeild. Jonge talenten maken een eigen vlog, posten hun met smartphones gefilmde clipjes op hun eigen YouTube-kanaal. Starten eigen productiehuizen, culturele platformen en artistieke ruimtes op. Ze bereiken hun eigen publiek met hun eigen boodschap. Hun eigen succes zet jongeren uit diezelfde onderlaag van onze steden en gemeenten aan om ook hun eigen gooi naar succes te doen. Bling krijg je in die buurten voortaan niet alleen maar als je een pooier of een dealer bent, maar ook als rapper, zanger, artiest.
Voor deze jongeren bestaat de vraag over hun identiteit niet meer. Die is Belgisch, maar tegelijkertijd ook meerlagig, veelkleurig, globalistisch en universeel. Die jongeren waar iedereen een mening over heeft, zonder dat men ze echt kent. Die jongeren hebben één boodschap:

Wij hebben jullie niet meer nodig.
Wij doen het gewoon zelf. Ewa Ja!

Wacht even. Waarom wil ieder zijn weg gaan? We moeten voor de vraag teruggaan tot de migratiegolf van de jaren zestig en alle registers opentrekken. Wat is er mis gegaan? En dit mag best onderzocht worden in een waarheidscommissie, niet om te schieten maar om op te schieten. Om het snijpunt in aparte wegen en werelden te vinden. Een kruising van kansen, rechten en plichten. Een morele passe-partout, zeg maar. Het is een zoektocht naar een dieper gelaagde waarheid die enigszins zal verwarren om uiteindelijk te kunnen verbinden, met gevoel en gedachten. In onderwijs en kunst bijvoorbeeld: een Vooruitopia.
Utopisme dreef ook de Russische Narodnikibeweging. Intellectuelen die in de 19de eeuw letterlijk naar het volk trokken om hen te onderwijzen, om hun zelfwaarde te leren kennen en te appreciëren. Hun visie is te combineren met het pragmatisme waarmee de Deense Grundvig de volkshogescholen oprichtte. Instellingen die het Scandinavische onderwijs dusdanig hebben gedemocratiseerd dat men er vandaag nog de vruchten van plukt. Hetzelfde met kunst, en met name een van haar hoofdzonden, de literatuur. “I owe my whole life to books from libraries’’, zegt bestsellerschrijver Zadie Smith in een warm pleidooi voor lokale bibliotheken. Een boek om de hoek, van iedereen.
Kennis en kunst moeten we tot bij de mensen brengen, tot in volkswijken en vergeten buurten, in het land van (n)iemand. Onderwijs- en kunstinstellingen die ook een uitstelling kunnen zijn. Centra die weten hoe uit te pakken in een wereld waar iedereen anders is en zich niet zomaar onder de mat laat vegen. Centra van begeestering waartegen de verleidelijkste radicaliseringstechniek in het niets verzandt, verdwijnt in de vergeetput van geschiedenisboeken. Centra waar vergetenen hun leven aan kunnen danken. Op pleintjes, om de hoek. Kleine Vooruitjes die kunst bij de mensen brengen in een land waar normaal allang niet meer bestaat, waar verwarring verbindt. Waar verbinding verwart. Het is een pertinente keuze voor het irrationele. Kortweg, om te dromen, dansen, zingen, schilderen, schrijven. Om vast te houden: te vinden. Om los te laten. Af te scheuren.
Allez, Vooruit. Ewa, ja!


Liefdevol de verbinding zoeken, kost me in deze tijd van institutioneel racisme te veel energie
Jetty Mathurin, Nederlandse cabaretière van Surinaamse afkomst


Verbinding is een woord dat in deze roerige tijden vaak in de mond wordt genomen. Het maatschappelijk weefsel verschrompelt onder ‘multiple dualiteiten’. Virtuele oorlogjes hebben het debat overgenomen. De media poken het ene brandje na het andere schandaal op in de hoop op een groter marktaandeel klikjes op internet. De ‘verikking’, het zich totaal terugplooien in de cocon van het eigen zijn, brengt een verregaande verkilling met zich mee die empathie met de anderen haast onmogelijk maakt. Onze samenleving heeft opnieuw verbinding nodig, een common ground zoals men dat in het Engels noemt. Nieuw is die analyse niet. Men roept dit al een tijdje. Net zoals men al een tijdje naar de culturele wereld kijkt om mee die verbinding tot stand te brengen.
Maar wie wil verbinden, moet in de eerste plaats relevant zijn. Voor iedereen. Hoe wint de culturele sector die relevantie terug?
Door drastisch in te grijpen, het systeem volledig omver te gooien. Anders blijf je rommelen in de marge van een versnellende wereld. De bevoorrechte groep, zij die het tot nu toe voor het zeggen hadden, moeten de macht uit handen geven. Moeten durven ruimte en middelen geven aan artiesten die niet de geijkte weg hebben afgelegd. Dat zoiets niet vanzelfsprekend is, beseft ook Yolande Melsert, directeur van de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten: “Ja, het zal soms pijn doen. We zullen beter en gelijkwaardiger moeten verdelen, en daar moet je toe bereid zijn.”
Wie relevant wil zijn, moet zich ook kwetsbaar durven opstellen. Opnieuw de straat op te trekken. Het heeft geen zin om jezelf op te sluiten binnen de muren van jouw kunstburcht waar de lucht stilaan muf wordt. Laat de Vooruit het vertrekpunt zijn van een Kunstkaravaan. Een kleurrijke en zotte bende die rondtrekt van centra naar vergeten buurten.
De Kunstkaravaan gaat het debat aan met de jonge hemelbestormers die bewapend met straatwijsheid jouw cultuur in vraag durven stellen. Ze maken samen een einde aan de paradigma’s en de dogma’s die al zo lang bepalen wat er kunst is en wat pulp. Alles wordt grondig op zijn kop gezet. Kunst van buiten het Fort Europa wordt niet langer weggestopt in ‘De week van de Afrikaanse film’ of ‘Weekend vol Arabische poëzie’. De Kunstkaravaan trekt er op uit met zadeltassen vol literatuur, films, kinderboeken, tekeningen die kunnen appelleren aan de identiteit van alle jongeren.
Verbinding betekent ook veiligheid. Enkel iemand die zich veilig voelt kan de andere voldoende vertrouwen om zich voor hem open te stellen. Maar veiligheid betekent meer dan alleen maar soldaten op straat en dranghekken op de rommelmarkt. Als we de elkaar aanwakkerende vuurhaarden van radicalisering willen blussen, moeten we in de eerste plaats moed tonen. Moed om in het duistere hart van het islamitische radicalisme te kijken. Daar vind je – vreemd genoeg – poëzie. Wie iets wil begrijpen van het aanwerven van IS-strijders in het bijzonder en jihadisme tout court, kan niet voorbij aan de kracht van poëzie. Jihadi poetry is vooral op internet een gretig gebruikt aanwervingsinstrument. En niet zelden gaat die poëzie over liefde.
Poëzie is in de Arabische wereld de hoogste vorm van kunst en cultuur. Al voor de komst van de islam was de dichtkunst de belangrijkste cultuuruiting. De rol die poëzie in het geestelijk leven van de Arabieren speelde was zo groot dat zelfs de Koran als poëzie werd neer gezonden. Het heilige boek van moslims is immers gekend om zijn merkwaardige woordkunst, een fraai staaltje van rijmend proza in verzen zonder vast metrum. De Koran gaf de verdere voorzet aan een lange en rijke dichterlijke traditie in de Arabische wereld en vergrootte de prestigieuze status van het woord.
Maar dichten heeft ook een praktisch nut: een gedicht maakt het makkelijk om een boodschap van buiten te leren en door te geven. L’histoire se repète, werd op school verteld. De les die jihadisten in feite krijgen is dat niet alleen de geschiedenis zich herhaalt. Maar dat het woord zich moet laten herhalen, als een nagalm van een hart dat nooit stopt met kloppen.
Daar tegenover oogt ons counter narrative bijzonder mager. Ons onderwijs bijvoorbeeld is grotendeels blijven steken in de nauwe Westerse blik op de wereld. Navelstaarderij verpakt als lesmateriaal. Leerlingen met niet-Westerse roots leren nauwelijks iets over hoe rijk de cultuur van hun ouders en grootouders wel is. Nagieb Mahfoez, Fatima Mernissi of Nawal el Saadawi zijn niet of nauwelijks terug te vinden in de lesboeken. Die link maken met de eigen culturele achtergrond wordt overgelaten aan de koranscholen, moskeeën en door wahabistische regimes gesubsidieerde satellietzenders en internetfora. Het wereldbeeld dat die jongeren er aan overhouden, lanceert hen mentaal meteen terug naar de middeleeuwen.
Cultuur kan een van de pijlers zijn waarop onze counter narrative wordt gebouwd.
Met de Kunstkaravaan kunnen we de wereld (of toch al Gent) veranderen. Door los te laten. Dogma’s, diversiteitsseminars, minderhedenliteratuur, etnisch theater en de smaak van een verouderend wit publiek. Overdadig management, clichés, exotisme, opgelegde systemen en kunstvormen. Door (gekleurde) jongeren een sterk alternatief plan te bieden via kunst en cultuur met oog voor hun eigenheid. Om een rationele keuze te maken voor het irrationele. De twijfel, de queeste. De fantasie. De poëzie in het leven. Zoveel verwarring.
En dan zullen we het voelen. Verbinding. 

 

Bronnen
De Morgen, Single van Antwerps duo SLM met positieve boodschap: “Op het Kiel loopt het stampvol talent”, Pieter Dumon, 22 september 2017
De Morgen, BSO is niet het verdomhoekje van de samenleving, Fernand Van Damme, 6 november 2017
De Morgen, Anderson .Paak: Dit moet hét concert van Pukkelpop 2016 zijn geweest, Sasha Van der Speeten, 20 augustus 2016
De Standaard, Arabisch in de Antwerpse jongerentaal, Karin Vanheusden, 1 april 2015
De Standaard, Een zee van witte mensen, Tunde Adefioye, 5 augustus 2017
De Standaard, De gekleurde schrijver blijft een witte raaf, Maarten Goethals, 3 november 2017
De Standaard, Gedaan met middenklasseproza, Maarten Goethals, 3 november 2017
De Standaard, Aan alle blanke mannen: maak plaats!, Nick De Leu, 8 november 2017
De Tijd, Imperfect, Hind Fraihi, 6 juli 2017
De Tijd, Miskende Rijkdom, Hind Fraihi, 1 oktober 2016
De Utrechtse Internet Courant, Melody Deldjou Fard: ‘De culturele sector is nog te eenzijdig’, Fenna Riethof, 6 mei 2017
De Volkskrant, 'Straattaal is ook Nederlands, dus keur het niet snobistisch af', Shantie Ramlal-Jagmohansingh, 5 november 2012
DeWereldMorgen, Quincy Gario en Rachida Aziz over de verblindende witheid van de podia in Vlaanderen en Nederland, Christophe Callewaert, 12 augustus 2017
Fraihi Hind, Les van de eeuw: Poëzie en moslimextremisme, Lezing in de Vooruit op 14 februari 2017
Libération, Marianne et le garçon noir, Léonora Miano, 30 augustus 2016
Gazet Van Antwerpen, “Clichés over Marokkanen, maar dan op niveau” Nora Gharib Saïd Boumazoughe, Maaike Floor, 25 februari 2017
Gazet Van Antwerpen, Zo verovert jonge - en onbekende - Antwerpse rapper YouTube in zes dagen, Sam Reyntjens, 8 september 2016
Gazet Van Antwerpen, Bijna 200.000 views op amper één week voor 'Ewa Ja', 29 september 2017
Gazet Van Antwerpen, “Het Kiel is ons Hollywood”, Rebecca Van Remoortere, 3 oktober 2017
Miano Léonora, Marianne et le garçon noir, Les éditions Pauvert, 2017
NRC, Theatersector: ‘We moeten de macht uit handen durven geven’, Carolien Verduijn, 18 september 2017
NRC, Het is altijd Eva, Emma of Floor, en zelden Fatima, Thomas de Veen, 13 oktober 2017
Trouw, Zwarte acteurs zijn klaar met het witte theater, Sandra Kooke, 6 oktober 2017
Trouw, Waarom rapper Boef de nieuwe James Dean is, Hans Marijnissen, 15 november 2017
VRT NWS, “Een zebi? Dat is dat ding waarmee Harvey Weinstein graag zwaait”, Jos Vandervelden, 28 oktober 2017

Dit artikel werd geschreven op 23.01.18

Reageer