www.vooruit.be

Simon Allemeersch in gesprek met Pascal De Decker

 

Omschrijving

Het gezelschap Lucinda Ra presenteerde vorig jaar in Vooruit ‘Het Fioretti Project’, een veelbesproken voorstelling gemaakt met kinderen en jongeren die op de kinderafdeling van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain in Gent verblijven. Dit jaar is de groep te gast tijdens Mind the Book met de open les ‘Lucinda Ra composteert’.

De lezing groeide uit het mailverkeer tussen socioloog, stedelijk planner en KU Leuven-docent Pascal De Decker en stadsresident Simon Allemeersch. De twee ontmoetten elkaar vorig jaar tijdens een nagesprek van Allemeersch’ veelgeprezen voorstelling 'Rabot 4-358'. Al vlug ontstond een intens mailverkeer tussen hen beiden. Elke dag stelde Simon één vraag en Pascal beantwoordde die. Het resultaat is een geanimeerde discussie over stadsvernieuwing en stadsontwikkeling.

 

De geest van Suburbia

Allemeersch: In ‘De geest van Suburbia’, dat je samen met Bruno Meeus schreef, maak je in een kleine 50 bladzijden een korte geschiedenis van ons ‘wonen’ en de ontwikkeling van wat jullie als suburbia omschrijven: over de wisselwerking tussen betovering / onttovering van platteland en stad. Het is opvallend hoe het idee ‘een eigen woning voor de gewone man’ vooral als een disciplinering van die gewone man werd georganiseerd. De katholieken waren bang voor socialistische stadsbewoners en dito stemmen. En vaak hoor je hoe de sociale woning dan weer door de socialisten als een middel tot dienstbetoon werd gebruikt. Het is fantastisch om in een aantal heldere bladzijden die geschiedenis te lezen en tegelijk stemde het me ook wel donker. Is elke tussenkomst van de overheid in ons ‘wonen’ politiek verdacht?

De Decker: Verdacht? Niet steeds bewust, denk ik, maar ze is wel altijd politiek. Je kan er moeilijk langs dat welk woonbeleid er ook gevoerd werd en wordt, dat de gevolgen er van verder gaan dan wonen an sich. Neem eigendom. Dit heeft door een combinatie van factoren een sterk disciplinerend karakter en voor ons land is dit al midden 19de eeuw ‘uitgedacht’.

 

“We zijn een land van pendelaars”

 

In ‘De geest van Suburbia’ schetsen we vooral de naoorlogse ontwikkeling, maar eigenlijk gaat ons woonmodel terug tot de problemen die zich in de 19de eeuw stelden. In de 19de eeuw in ons land was de vaste overtuiging van de heersende klasse: industrialisatie = urbanisatie = ontkerkelijking + socialisme + ongezond. En zo werd hun machtsbasis bedreigd. En dit wilden de machtshebbers van toen vermijden.

De ontwikkeling van ons woonmodel speelde daar volgens mij vaak een onderschatte rol in. Omdat het zo sterk padafhankelijk is: eens beslist is het moeilijk te keren. Maar als we het over ons woonmodel hebben, moeten we het ook over de plek hebben: waar staat die eigendomswoning? Want de eerste strategie was niet wonen — ook al werd de eigendomsstrategie al midden 19de eeuw op tafel gelegd. Maar wel: mobiliteit. Met als resultaat dat we vandaag een land van pendelaars zijn.

 

Padafhankelijkheid

In eerste instantie wilden de 19de-eeuwse machtshebbers de mensen uit de stad houden om de concentratie van arbeiders en de nadelen die daarbij hoorden te vermijden. Het uit de stad houden had twee poten. Eén was zorgen dat de tewerkstellingscentra vanuit de dorpen bereikbaar werden. Dit gebeurde in fasen: in een eerste fase door middel van. een dicht spoorwegennet — het dichtste ter wereld — en later door middel van buurtspoorwegen. Poot twee was het sociaal abonnement, dus het betaalbaar maken van de verplaatsing. Dat de arbeiders soms uren onderweg waren naar hun werk, kon de bazen worst wezen.

En dit mobiliteitsmodel bestaat vandaag nog (dat is dus padafhankelijkheid). De tram werd eerst vervangen door de bus en later werden trein- en tramlijnen steevast vervangen door het dichte wegennet. En de kortingen op de reële vervoerskosten bleven bestaan. Bereikbaarheid en betaalbaarheid van mobiliteit zijn nog steeds pijlers van ons ruimtelijk — lees: suburbaan — model. De eerste 19de-eeuwse strategie was dus mensen uit de stad houden. Dit is niet volledig gelukt, mensen bleven naar de stad trekken.

 

“Nooit is men er in geslaagd om een treffelijk compromis

rond grond- of ruimtelijk beleid uit te werken”

 

De tweede pijler werd er met de huisvestingswet van 1889 bij gelegd. Vanaf dan werd dus de disciplinering beoogd door de combinatie van mobiliteit en woningeigendom. Ikzelf heb dat lang onderschat, maar bij eigendom moet ook ‘tuin’ gevoegd worden. Het disciplineringsinstrument was ‘eigendomswoning met een tuin’. In de tuin konden dan groenten worden geteeld en kippen en konijnen gekweekt. Dat moest dan niet gekocht worden en dus had dit een effect op de lonen, die moesten niet zo nodig omhoog. Je ziet dit nog steeds ruimtelijk en zeer goed op luchtfoto’s: smalle lange stroken met vooraan een smal huis, wat ‘koterijen’ erachter en een lange tuin. Van zodra ons land begonnen is met de promotie van woningeigendom, is dit nooit meer gestopt. Recente cijfers tonen aan dat om en bij de 80% van de overheidsmiddelen voor wonen naar eigendomsondersteuning gaat, zij het niet altijd even efficiënt.

Er is nog een derde pijler. En dat is iets wat er niet is: grondbeleid of ruimtelijk beleid. Nooit is men er in geslaagd om een treffelijk compromis rond grond- of ruimtelijk beleid uit te werken. Nu het ‘niet zijn’ kan ook als een strategie worden gezien. Dit betekende dat er overal gebouwd kon worden, dus er was een zeer groot aanbod aan bouwgrond, dus goedkope bouwgrond. Men heeft altijd te allen prijze willen vermijden dat de bouwgrond te duur zou worden. Want te dure bouwgronden zou kunnen betekenen dat de arbeider en lage middenklasser geen eigenaar meer zou kunnen worden.

 

Thatcher vs Labour

Wat is vandaag het resultaat? Het 19de-eeuwse model is na WOII gemassificeerd tot grote tevredenheid. Wat er meteen voor zorgt dat er geen druk voor verandering is. Nu, feit is dat woningeigendom de samenleving atomiseert: elk huishouden heeft immers een kapitaal. En via de portemonnee gebeurt de disciplinering: elke Vlaming betaalt gedurende een bepaalde periode een flink bedrag af. En eigendom maakt conservatief. Zie de redenering van Thatcher. Het Verenigd Koninkrijk had lange tijd zeer veel sociale huurwoningen. Dat waren ‘gemeentewoningen’ en stonden in hoofdzaak in de grote steden. En de grote steden waren het terrein van Labour. Dus: sociale woning = socialisme. Thatcher heeft door de verkoop van sociale huurwoningen de macht van Labour in de steden gebroken.

 

“Eigendom maakt conservatief”

 

Sociale huur beoogt hier en elders om mensen die niet via de markt aan een degelijke betaalbare woning geraken, te huisvesten. In de sociale huisvesting ben je huurder en zit je in een reglementerend kader. Er is ook hier afhankelijkheid. Is men in de eigendomssector lange tijd gebonden aan de bank (en vast werk), dan is men in de sociale huursector afhankelijk van de sociale huisvestingsmaatschappij. In ons land is de sociale huursector echter klein. En ze werd, zo werd vaak genoeg aangetoond, al van in haar beginjaren gestigmatiseerd als ‘de sector van de mensen die zichzelf niet kunnen helpen’.

Benieuwd naar het volledige gesprek tussen Simon en Pascal? Kom dan naar ‘Lucinda Ra composteert’; daar wordt de volledige tekst uitgedeeld aan de bezoekers.


© Lucinda Ra / Pascal De Decker

Dit artikel werd geschreven op 01.03.16

Reageer