www.vooruit.be

Een rijk verleden

Voorgevel

Achter de enorme gevel van Vooruit gaat een lange geschiedenis schuil. Een verhaal dat uit enkele boeiende hoofdstukken doorheen de tijd bestaat. Klaar voor de 100-jarige geschiedenis van Vooruit? Een geschiedenis vol beeldmateriaal en boeiende verhalen? Blader dan door de geschiedenis per mijlpaal.

Die 100-jarige geschiedenis is een boeiend, maar ook lang verhaal. Daarom hebben we het opgesplitst in 13 hoofdstukken: per tijdsperiode en meteen ook mijlpalen in onze geschiedenis. Start hier bij deel 1, toen in 1880 de Gentse coöperatie Vooruit opgericht werd. De coöperatie die later het Feestlokaal, zoals je het vandaag kent, zou bouwen... 

Lees jij liever meteen het volledige verhaal? Lees het hieronder

 

1880: Een klein socialistisch universum - oprichting coöperatie Vooruit

Erbarmelijke werk- & leefomstandigheden voor arbeiders
Gent was in de negentiende eeuw een belangrijke industriestad, met voornamelijk veel textielnijverheid. De leef- en werkomstandigheden van de vele arbeiders waren er ronduit abominabel. Ze werkten vaak twaalf uur per dag en leefden opeengepakt in armoedige beluiken. Door honger en gebrek aan hygiëne waren ziekte en dood schering en inslag. Die omstandigheden waren de voedingsbodem voor een sterke socialistische beweging. Haar onbetwiste leider was Edward Anseele. Hij dankte zijn gezag aan zijn tomeloze inzet voor de coöperatie Vooruit, de ruggengraat van de Gentse socialistische beweging.

Oprichting coöperatie als middel om massa tot socialisme te bekeren
Nog voor Vooruit was opgericht (in 1880) hadden consumenten en producenten in binnen- en buitenland al enige tijd geëxperimenteerd met coöperaties om voordeliger in hun materiële noden te voorzien. De Engelse Rochdale Equitable Pioneers Society was het prototype. Andere coöperaties, ook Vooruit, namen de beginselen ervan over: de leden kregen op basis van hun verbruik een deel van de winst, aankopen op krediet waren niet toegestaan. De Gentse socialisten die Vooruit stichtten, onder wie Anseele, wilden met de coöperatie de massa mee tot het socialisme bekeren. Het begon allemaal met een broodbakkerij in herberg Zacheus. Wie zich aansloot, kon broodkaarten kopen. Een week later kon je die inruilen voor brood. De prijs ervan lag iets hoger dan elders, maar de leden kregen enkele keren per jaar een deel van de winst uitgekeerd in verhouding tot het aantal broden dat ze gekocht hadden. Die winst kregen ze in bonnen, waarmee ze enkel producten van de coöperatie konden kopen – naast brood kwamen daar al snel koffie, dekens en kledij bij. Op die manier werd Vooruit economisch sterker en konden de leden wat sparen.

Bakkerij, koffiehuis, winkel, feest- & vergaderplaats..
Herberg Zacheus werd snel te klein en de coöperatie verhuisde naar een oud fabriekspand aan de Garenmarkt, vandaag het Edward Anseeleplein. Naast een bakkerij kwam er een koffiehuis, een stoffen- en kledingwinkel, een bibliotheek met leeszaal en een feest- en vergaderzaal. Het gebouw was een toevluchtsoord voor de vaak verguisde Gentse socialistische familie.

1899: Aankoop 'Ons huis', voet aan grond in het centrum van Gent

Aankoop 'Ons huis': winkels, partijgebouw, vakbond..
De coöperatie vergrootte systematisch haar patrimonium. Her en der in de stad opende ze apotheken en kruidenierswinkels. Toen ook het pand aan de Garenmarkt uit zijn voegen barstte, kocht Vooruit in 1893 een groot gebouw op de Vrijdagmarkt ('Ons huis'). Zo kreeg de coöperatie voet aan de grond in het oude stadscentrum. De Gentse architect Ferdinand Dierkens verbouwde het pand tot een monumentaal en luxueus warenhuis. Dat moest de arbeiders een gevoel van trots geven; ze moesten het beschouwen als hun eigen bezit. Toen een brand het warenhuis verwoestte, kreeg Dierkens de opdracht een nog grootser gebouw op te trekken. De Groote Magazijnen, geïnspireerd op de Parijse Bon Marché, openden in 1899. Ernaast ontwierp de architect een tweede gebouw, Ons Huis, waar de partij, de coöperatie en de vakbond hun plaats kregen.

Feestlokaal in de Bagattenstraat: voorloper Vooruit
Verderop in de stad, in de Bagattenstraat, kocht Vooruit een groot herenhuis, dat de voorloper werd van het Feestlokaal in de Sint-Pietersnieuwstraat. Het kreeg een koffiehuis, een toneel- en concertzaal, vergaderlokalen en een bibliotheek.

Coöperatie groeit exponentieel & stelt macht tentoon
Voor de leden van de coöperatie kwamen er alsmaar meer voordelen. Zieken kregen gratis brood, medische zorg en medicatie. Wie op zijn zestigste stopte met werken, kreeg een klein pensioen, berekend op basis van de aankopen die hij had gedaan. Bij elke geboorte kreeg een gezin een week lang gratis brood en een groot feestbrood. Zo bood de coöperatie de Gentse arbeiders wat bescherming tegen ziekte en armoede, in tijden dat de overheid nog niet zorgde voor sociale zekerheid. Anseele, intussen al even beheerder van de coöperatie en een van de eerste socialistische parlementsleden, ging nog verder. Met de ‘rode fabrieken’ wilde hij dat Vooruit zich meer op productie toelegde. De coöperatieve weverij was een eerste stap in die richting. Vooruit ging er prat op dat de arbeiders er betere voorwaarden genoten dan elders. Er volgden snel andere productietakken: een brouwerij, een suikerfabriek, een katoen- en een vlasspinnerij. Als klap op de vuurpijl richtte Anseele in 1913 de Belgische Bank van den Arbeid op. Het grootste deel van het kapitaal dat die beheerde, kwam van de coöperatie.

Succes coöperatie
Het ging de coöperatie voor de wind: aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog telde ze ongeveer tienduizend leden. Ze had, in de woorden van de progressief-liberale socioloog Louis Varlez, ‘un petit univers socialiste’ uitgebouwd. Vooruit was een economische tegenmacht geworden en de Gentse socialistische beweging was uitgegroeid tot een niet te negeren politieke kracht. Haar monumentale gebouwen moesten het gevoel van eigenwaarde bij de arbeiders opkrikken en de tegenstanders tonen welke machtspositie de beweging had. Of zoals de socialistische krant Vooruit in 1914 triomfantelijk schreef over het pas geopende Feestlokaal in de Sint-Pietersnieuwstraat: ‘Alsof het den vijand toeroept: “Raakt aan wie durft!”’ Het gebouw was ‘de kathedraal van de werklieden’, hét paradepaard van Vooruit.

 

1910: De bouw van 'Feestlokaal Vooruit' in de Sint-Pietersnieuwstraat

In 1910 kocht Vooruit een groot herenhuis en twee aangrenzende woningen in de Sint-Pietersnieuwstraat. Daar moest een nieuw feestlokaal komen. Het oude gebouw in de Bagattenstraat was immers te klein geworden en een stuk ervan was zelfs ingestort. Met de nieuwe cultuurtempel wilden de socialisten bewijzen dat ze geen cultuurbarbaren waren, dat ze zich bekommerden om de geestelijke ontwikkeling van de arbeiders. De coöperatie stelde opnieuw Dierkens aan als architect.  De arbeiders kregen een reusachtig volkshuis.

Restaurant, bibliotheek, vergader, repetitielokalen & 2 grote zalen
De voorbouw van het Feestlokaal kreeg op de begane grond een winkel, een café- restaurant met keukens. De opslagruimten en toiletten kwamen in de kelder. Op het tussenniveau verbleef de huisbewaarder en was er een ‘spoelkamer’ van het restaurant. Een bovenrestaurant met keuken en ontvangstruimtes kwamen op de eerste verdieping. De tweede verdieping kreeg een bibliotheek en vergader- en repetitielokalen. De Domzaal op de derde verdieping had een glazen dakkoepel en was onder meer als repetitieruimte bedoeld. Helemaal bovenaan kwamen een grote houten zolder en de al vermelde torentjes. Door het niveauverschil tussen de Sint-Pietersnieuwstraat en de schelde kon Dierkens in de achterbouw twee grote zalen boven elkaar realiseren: de Concertzaal & de Theaterzaal. In de onderste konden 1000 toeschouwers binnen, in de bovenste 1600. Boven de scène van de bovenste zaal (nu de Theaterzaal) prijkte in gouden letters het opschrift ‘Kunst veredelt’, dat het doel van de geestelijke verheffing van de arbeiders onderstreepte. In het glas-in-loodraam in het dak stonden de eerste noten van De Internationale, het belangrijkste strijdlied van de socialisten.

Eclectisch & complex gebouw
Het resultaat was een eclectisch en bijzonder complex gebouw. Alle niveaus stonden op een vernuftige manier met elkaar in verbinding. Voor de verwarming, verlichting en brandveiligheid gebruikte Dierkens de nieuwste technieken. Het interieur was bijzonder rijkelijk: parketvloeren, glas-in-loodramen, keramiektegels, bladgoud … De totale kostprijs moet hallucinant hoog geweest zijn.

1913: Een ontspanningstempel voor het rode leger

Grote opening tijdens de wereldexpo werd niet gehaald, café & restaurant wel open
Het Feestlokaal moest de centrale ontmoetingsplek worden van de Gentse socialisten. Samen met Ons Huis op de Vrijdagmarkt zou het een ‘schoon koppel’ vormen: Ons Huis als zetel van de strijdkrachten, het Feestlokaal als tempel waar ‘het rode leger’ zich kon ontspannen. Vooruit had het gebouw graag klaar gehad tegen de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent, maar haalde die deadline niet. De bezoekers van de expo konden midden juli wel al terecht in het café. Wat later kon je er dagelijks goedkope warme maaltijden eten – er werden er wekelijks honderden opgediend. Op 1 mei 1914 hielden de socialisten voor de eerste keer een meibanket in de restaurantzaal op de eerste verdieping. Het werd een jaarlijkse traditie om hun feestdag zo te vieren.

Feestlokaal Vooruit: ontspanning voor de arbeiders
Gent had al vrij vroeg een bloeiend cinemaleven. Ook in het Feestlokaal was er ruim plaats voor film; de bioscoop is zelfs altijd de spil ervan geweest. ‘In de prachtige koffiehuis-cinemazaal waren de partijgenooten in bewondering. […] zulk juweeltje van eene zaal hadden zij niet durven voorstellen’, schreef het dagblad Vooruit de dag na de eerste filmvoorstelling in de benedenzaal van het Feestlokaal. Het was nog de tijd van de stomme film: een symfonisch orkest begeleidde de beelden. Bioscoopbezoek was uitgegroeid tot een populaire vrijetijdsbesteding bij de arbeiders. Cinema Vooruit kende van bij de start een enorm succes. 

Het café-restaurant en de cinema dienden als ontspanning voor de arbeiders, de bibliotheek met de wel heel sprekende naam Vrijzinnige Werkmansbibliotheek Leren Vereert moest hun intellectuele capaciteiten ontwikkelen. Het was een hulpbibliotheek voor de collectie die zich ooit aan de Garenmarkt had bevonden en later naar Ons Huis was verplaatst. De hulpbibliotheek zelf verhuisde in 1915, in volle oorlogstijd, van de Bagattenstraat naar het nieuwe Feestlokaal.

 

1914: Eerste Wereldoorlog -en troost in ellendige tijden

Openingsfeest werd afgeblazen, Feestlokaal bleef open
De plechtige inhuldiging van het Feestlokaal was gepland op 15 en 16 augustus 1914. Er werden delegaties socialisten uit binnen- en buitenland verwacht. Maar toen de Duitsers op 4 augustus België binnenvielen, werd het feest afgeblazen. Vanaf oktober was Gent een bezette stad. De inwoners ondergingen een zwaar bezettingsregime. Voor vele arbeiders was het Feestlokaal een plek om even aan de ellende te ontsnappen. De filmvertoningen bijvoorbeeld trokken veel volk. Herhaaldelijk werden bezoekers geweigerd omdat de zaal al tot de nok gevuld was. Op den duur waren er zelfs dagelijks voorstellingen om de toeloop op te kunnen vangen en werd ook de Groote Zaal – de bovenste van de twee zalen in de achterbouw – als bioscoop gebruikt. Die Groote Zaal werd tijdens de oorlog officieel geopend. Anseele hield toen een ontroerende toespraak, waarin hij wees op de troost die het Feestlokaal kon bieden. Hij sprak de aanwezigen moed in met het vooruitzicht op de glorieuze tijd die het gebouw na de oorlog ongetwijfeld wachtte.

 


Bezetting door de Duitsers
Het café en het restaurant bleven tijdens de oorlog gewoon open. De Duitse soldaten die in Gent gelegerd waren, kwamen er vaak eten. Het laatste jaar van de oorlog eisten de Duitsers het Feestlokaal op. Ze richtten het in als Soldatenheim en hielden er naar verluidt bijzonder lelijk huis. De Gentse socialisten ontmoetten elkaar toen vooral opnieuw in Ons Huis of in het Feestlokaal van de Bagattenstraat.

 

1918: Plechtige heropening Feestlokaal Vooruit: een socialistische bijenkorf

Heropening & opleving
Op 1 december 1918 kon de coöperatie haar Feestlokaal plechtig heropenen. De hulpbibliotheek die tijdens de oorlog in de Bagattenstraat was ondergebracht, keerde terug. In de Restaurantzaal kon je opnieuw dagelijks warme en koude schotels eten. De brasserieconcerten op zondag waren er drukbezocht. De coöperatie toonde in de beide zalen van de achterbouw terug films. Het succes van Cinema Vooruit bleef immens: in het seizoen 1927-1928 kwamen er bijna 300.000 bezoekers naar de film. Dat had onder meer te maken met de lage toegangsprijs. Een bewuste keuze: zo hadden ook de weinig bemiddelde arbeiders de kans om films te zien. Het programma wisselde wekelijks. Af en toe kwam er een propagandafilm op het scherm, zoals de controversiële Pantserkruiser Potemkim van Sergej Eisenstein, maar commerciële amusementsfilms domineerden. Dat leidde tot ongenoegen bij sommige socialisten. Zij wilden het medium liever inzetten om hun gedachtegoed te verspreiden en de arbeiders op te voeden.

Diverse verenigingen verbleven hier
Het gebouw werd tijdens het interbellum de vaste stek van verschillende socialistische verenigingen. Hun bedrijvigheid maakte dat het Feestlokaal vaak met een bijenkorf werd vergeleken. Met hun repetities, vergaderingen, optredens, banketten, bals … vulden ze de activiteitenkalender. De verenigingen werden wel eens de ‘kinderen van Moeder Vooruit’ genoemd. Ze waren zeer divers van aard: sommige streefden culturele en intellectuele ontplooiing na, andere wilden dat de arbeiders fit waren, nog andere zorgden louter voor ontspanning. Hun gemeenschappelijke band: het socialisme, allemaal stonden ze in dienst van de partij.


Tijdens de jaren 1930 kregen de meeste verenigingen het moeilijk om hun leden te houden. Vaak werd de economische crisis als reden aangehaald, maar wellicht zat ook het succes van de bioscoop er voor iets tussen.
Ook al was het Feestlokaal vooral bedoeld als ontspanningstempel, toch vonden er tijdens het interbellum regelmatig activiteiten plaats die misschien eerder in Ons Huis thuishoorden. De vakbond, de coöperatie en de mutualiteit vergaderden er soms, de partij hield er congressen, politieke meetings en feesten voor partijleden en -organisaties. Zo waren er bijvoorbeeld een groot huldebetoon aan Anseele toen hij vijftig jaar lid was van de partij, een tentoonstelling naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de coöperatie en propagandabijeenkomsten voor het Plan van de Arbeid, dat in de jaren 1930 de economie opnieuw moest aanzwengelen.
 

 

1944: Bezetting tijdens WOII: van Soldatenheim tot Café Quebec

Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtten de Duitsers het Feestlokaal al vrij kort na de inval in als Soldatenheim. Cinema Vooruit werd een Wehrmachtskino voor de soldaten. De socialistische verenigingen moesten het gebouw niet alleen verlaten, de bezetter dwong verschillende ervan hun activiteiten stop te zetten. Plots hielden collaborerende extreemrechtse groeperingen meetings in het Feestlokaal – van een ideologische metamorfose gesproken. De Duitsers sloten ook de bibliotheek. Gentenaar Ivo Paul Ego, die al jaren als ober in het Feestlokaal werkte, schreef in zijn dagboek over de bierfestijnen en banketten die de Duitsers er organiseerden en over de gulzigheid van de zusters van het Rode Kruis die hen gezelschap hielden. Die overdaad stond in schril contrast met het voedselgebrek voor het personeel en de meeste Gentenaars toen.

Na de Bevrijding vormden de geallieerden het Feestlokaal om tot ontspanningsruimte voor de troepen. Die konden er onder andere naar de film. De Canadezen herdoopten het tot Café Quebec.

1946: Terugkeer van de bedrijvigheid

De coöperatie Vooruit kreeg het Feestlokaal in 1946 terug in handen. Als vanouds vonden er in de Restaurantzaal bals plaats. Elke zaterdag kwamen de jongeren er drinken, dansen en vrijen. De dagschotels, banketten en brasserieconcerten kwamen ook terug. De coöperatie verhuisde haar hoofdzetel naar het Feestlokaal en hield er haar ledenvergaderingen. Ook andere takken van de socialistische beweging, zoals de partij en de vakbond, organiseerden er opnieuw bijenkomsten, met de traditionele 1 meivieringen opnieuw als hoogtepunt.

Bioscoop als financier voor verenigingsleven
In de heropgestarte Cinema Vooruit kwamen wekelijks duizenden bezoekers voornamelijk commerciële films bekijken. De coöperatie richtte de vzw Volksontvoogding op om Cinema Vooruit uit te baten. Die verdeelde de inkomsten ervan onder de verschillende socialistische culturele verenigingen in de regio. Op die manier werd de bioscoop een belangrijke financier van het rode verenigingsleven – en met de vzw ontsnapte de coöperatie in één beweging aan de belasting op vermaak. Voor de verenigingen waren de subsidies van Volksontvoogding zeer welkom. In ruil rekende de coöperatie op de trouw van hun leden. Ze verwachtte dat die enkel in haar winkels inkopen deden en in haar cafés wat gingen drinken.

Feestlokaal als bijenkorf
De Multatulikring, Harmonie Vooruit, de Rode Valken …, na de oorlog maakten ze van het Feestlokaal opnieuw een ware bijenkorf. Er kwamen ook enkele nieuwe verenigingen bij. De Anseele Vrienden bijvoorbeeld was een gemengd koor dat er repeteerde en regelmatig optrad. De Studiekring Edward Anseele bestudeerde in het Feestlokaal allerlei problemen van de coöperatie, om de werking ervan te verbeteren. Eén keer per maand kwam De Samenwerkster, een vrouwenbond, samen in de Restaurantzaal voor voordrachten, film- of diavoorstellingen. De Leesclub Boekuil organiseerde heel even lezingen van bekende literatoren als Willem Elsschot en Louis Paul Boon in het Feestlokaal, maar trok er al snel weg omdat je de schrijvers amper kon verstaan door het kabaal van dansende mensen in de Restaurantzaal. Begin jaren 1950 keerde de bibliotheek terug naar het Feestlokaal.

 

1970: Het verval van Feestlokaal Vooruit

Het faillissement van de Bank van den Arbeid in 1934 en de Tweede Wereldoorlog waren zware aderlatingen geweest voor de coöperatie. Het patrimonium kwam zwaar gehavend uit het conflict. In het Feestlokaal hadden de Duitsers lelijk huisgehouden. De plundering na hun aftocht richtte ook al een ware ravage aan. Toen het gebouw weer in handen van de coöperatie kwam, begon die aan een opruimoperatie. Voor een grondige restauratie van het gebouw had ze echter onvoldoende middelen.
 

Verlies aan inkomsten & bezoekers
In de jaren 1950 leek Vooruit zich te herstellen, maar de twee daaropvolgende decennia ging de coöperatie opnieuw achteruit. Door de hogere levensstandaard hadden de arbeiders heel wat extra mogelijkheden om hun vrije tijd in te vullen. De nieuwe amusementscultuur vonden ze aantrekkelijker dan de vaak nogal oubollige activiteiten van de socialistische verenigingen. En er was natuurlijk de televisie. Daardoor kwam er steeds minder publiek naar het Feestlokaal. Cinema Vooruit werd verlieslatend. Geld om de zaal te moderniseren was er niet. Op den duur waren de zetels afgeleefd, hing er een doordringende stank en was het er Siberisch koud. De weinige bezoekers kwamen vooral omwille van de lage toegangsprijs, de programmatie van degelijke arthousefilms en de grootte van de zaal: ideaal voor een vrijpartij. Voor de culturele verenigingen, die sowieso al krap bij kas zaten, betekende de terugval van de bioscoop dat hun subsidies stilaan opdroogden.

Verval van het gebouw & uittocht van verenigingen
Omdat er steeds minder geld was om het gebouw te onderhouden, raakten meer en meer zalen in onbruik. Er sijpelde water binnen, de brandveiligheid liet te wensen over. Heel wat verenigingen verlieten het gebouw. In de jaren 1970 was het café een van de weinige plekken waar nog volk over de vloer kwam. Een levendige plek was het toen al lang niet meer. Enkel op zondag gebeurde er nog wat, wanneer de senioren van de beweging er kwamen dansen. 

 

1980: Een nieuw leven: Vooruit als monument

Van tentoonstelling tot in gebruikname gebouw
Overal in België waren volkshuizen in hetzelfde bedje ziek. Coöperaties konden moeilijk het hoofd boven water houden. Dat leidde tot verwaarlozing en verkrotting. Sommige volkshuizen kregen een nieuwe bestemming, andere werden afgebroken. Ook voor het Feestlokaal in Gent dreigde eind jaren 1970 de afbraak. In 1981 organiseerde Proka, een centrum voor artistieke vernieuwing, in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten een tentoonstelling over het Feestlokaal. Fotografiestudenten maakten sfeerfoto’s in de vele verlaten gangen en zalen van het gebouw. Die werden samen met oude archieffoto’s getoond. De initiatiefnemers wilden aandacht vragen voor de architecturale waarde van het Feestlokaal. Ze hoopten dat het gerestaureerd zou worden en dat er opnieuw veel bezoekers zouden komen.

De tentoonstelling kwam als geroepen voor enkele gedreven jongeren. Zij probeerden de coöperatie al een tijd te overtuigen om hun de benedenzaal in de achterbouw toe te vertrouwen, zodat ze die nieuw leven konden inblazen. Gent kampte immers met een schrijnend gebrek aan culturele infrastructuur. Ze kregen uiteindelijk groen licht. In 1982 richtten ze de vzw Socio-cultureel Centrum Vooruit op. Die ging het hele gebouw restaureren en het als progressief artistiek ontmoetingscentrum uitbaten. Ook al waren zo goed als alle leden van de raad van bestuur ervan prominenten uit de socialistische beweging, de initiatiefnemers wilden graag af van dat rode etiket. Ze waren zelf, naar eigen zeggen, geen lid van de partij en zagen de ontzuiling van het Feestlokaal als een prioriteit. Het was hen menens: tot ontsteltenis van een aantal partijmilitanten werd met de gemeenteraadsverkiezingen dat jaar alle verkiezingsmateriaal uit het gebouw geweerd.

Opruimactie in het gebouw
De jonge garde begon met een grote opruimactie in het gebouw. Door de hoge werkloosheid waren er vrijwilligers genoeg. Ze voerden karrevrachten rotzooi af. Velen herinneren zich nog steeds de talloze duivenkarkassen en kilo’s duivenstront. De Restaurantzaal, het café en de benedenzaal werden opgeknapt om opnieuw in gebruik te nemen. Het geld daarvoor kwam onder meer van verschillende socialistische organisaties en van een inzamelactie bij de Gentenaars. De vrijwilligers denken vandaag nog met nostalgie terug aan de periode. Het enthousiasme, de creativiteit, de sfeer, allemaal ingrediënten van een wellicht enigszins geromantiseerde herinnering.

Heropening Vooruit: dé ontmoetingsplek in Gent
Op 17, 18 en 19 september 1982 opende het gebouw opnieuw de deuren. Het publiek – mét speleologenhelm – kreeg rondleidingen door de vele gangen en zalen. Er waren optredens, theater, een bal voor senioren … Het weekend was een succes: duizenden bezoekers en massale persbelangstelling. De weken erna zat het café opnieuw afgeladen vol. Het werd dé ontmoetingsplek voor al wie zich in Gent als progressief beschouwde. Na enkele weken vonden er in de benedenzaal pop- en rockconcerten plaats.

De nieuwe Vooruit draaide voornamelijk op vrijwilligers. Om geld in het laatje te brengen, werden zalen vaak verhuurd voor fuiven, dansinitiaties, muzieklessen en allerlei andere activiteiten. Die inkomsten waren hard nodig om het gebouw te onderhouden en een eigen programmatie uit te bouwen. In 1983 belandde het Feestlokaal op de lijst van beschermde monumenten, waardoor de vzw voortaan aanspraak maakte op restauratiesubsidies.

 


1980: Bijenkorf en centrum van artistieke vernieuwing: Kunstencentrum Vooruit was geboren!

Chaos 
In de jaren 1970 en 1980 ontstonden er in België nieuwe, alternatieve cultuurcentra als antwoord op de klassieke cultuurhuizen. Sociocultureel Centrum Vooruit was daar één van. Het schuwde het artistieke risico niet, maar had het wel moeilijk op het vlak van personeel, financiën en infrastructuur. Het draaide hoofdzakelijk op werknemers in nepstatuten en vrijwilligers. Er stond vrijwel niets tegenover de zware inspanningen die zij leverden. Pas vanaf 1986 kreeg Vooruit subsidies van de Vlaamse overheid, wat later kwamen ook Stad Gent en Provincie Oost-Vlaanderen met de eerste middelen over de brug. Omdat het aanvankelijk zo weinig overheidssteun kreeg, spijsde Vooruit zijn kas zo veel mogelijk zelf door zalen te verhuren en het café te exploiteren. Vooruit programmeerde zeer breed en was weinig selectief bij die zaalverhuur – van een programmatorische koers was nog geen sprake. De eerste jaren leverde dat een chaotische variatie op: concerten, koffietafels, experimentele dans en theater, fuiven, aerobic … Er kwam een bont publiek over de vloer, van kinderen en senioren tot new wavers en punkers, ze liepen er allemaal door elkaar rond. Geld om het personeelsbestand uit te bouwen was er niet, de meeste middelen gingen naar het onderhoud van het gebouw. Zijn ambities op artistiek gebied kon het cultuurcentrum daarom niet volledig verwezenlijken.

Artistiek beleid voorop
Vooruit besloot daar wat aan te doen. In 1988 werd Socio-Cultureel Centrum Vooruit omgedoopt tot Kunstencentrum Vooruit. De eigen activiteiten moesten een geprononceerder profiel krijgen, het artistieke beleid moest de grootste prioriteit worden. Daarbij stond vernieuwend werk uit verschillende kunstdisciplines centraal. Vooruit ging niet enkel producties van anderen brengen, maar ook zelf (co)produceren. Het gebouw werd een werkplaats waar kunstenaars uit binnen- en buitenland samen aan producties konden sleutelen. Het personeelstekort werd terwijl almaar nijpender. De werkdruk nam toe en er heerste bij momenten een gespannen klimaat. Het artistiek personeel verweet de werknemers die zich met zaalverhuur en horeca bezighielden, dat ze zich te weinig inzetten voor de eigen activiteiten. Het horecateam was dan weer misnoegd omdat het te weinig op de hoogte werd gehouden van de programmatie. Met duidelijkere afspraken rond de verhuur van zalen kwam er wat meer rust.

 

1990: Een monument in de steigers

Het Feestlokaal stond enkele decennia in de steigers. Architect Ro Berteloot, gespecialiseerd in restauratiewerken, begeleidde het hele proces. De toestand van het gebouw was dramatisch toen hij eraan begon: ‘Het regende binnen in de Sportzaal [nu Domzaal], door de Bibliotheek tot in de Balzaal. Er stonden emmers, kuipen zelfs, op de zolders boven het theater. […] De houten kaders waren rot, […] niet langer op te lappen, laat staan te restaureren.’ Eerst voerde hij dringende instandhoudingswerken uit, die het gebouw behoedden voor verdere aftakeling. In de jaren 1990 volgde de grondige restauratie. Die werd in fases uitgevoerd. Het was belangrijk dat het gebouw gedurende het hele proces voor het publiek toegankelijk bleef. De inkomsten waren namelijk broodnodig. 

Voorgevel, Café & voorbouw
De voorgevel werd als eerste aangepakt. Hij werd gereinigd, behandeld tegen vocht en het voegwerk werd hersteld. Roestvrije stalen staafjes moesten duiven op een afstand houden. Verder kregen de daken van de voorbouw tijdens de eerste fase een bedekking in rood koper of lood. De doorzichtige koepel van de Domzaal werd vervangen door een houten dakstructuur met lood, die geluid van regen en stadslawaai weert. Het interieur van de ruimtes in de voorbouw kreeg grotendeels zijn oude pracht terug. In de tweede fase kreeg de achtergevel een gelijkaardige beurt als de voorgevel. De restauratie van het café volgde in de derde fase. Die gebeurde tijdens de zomersluiting van 1994. Er kwamen kopieën van de originele houten deuren, de vloer werd vervangen door tegels uit de gang naar de Theaterzaal, de trap naar de Wintertuin werd hersteld … Tafels en stoelen, in Indonesië gefabriceerd naar het model van het oude meubilair, kwamen later aan. Het warenhuis links van het Feestlokaal kwam in de vierde fase aan de beurt. Dat was meer een herinrichtingsproject; architect Luc Reuse voerde het uit. Er kwamen een nieuwe Ticketbalie, kantoren, vergaderlokalen… In de vijfde fase werden de resterende daken en gevels aangepakt, de bijgebouwen met loges, keukens, eetruimtes en repetitielokalen volgden in de zesde fase.

Achterbouw: Concert- & Theaterzaal
In 1998 konden de restaurateurs aan de achterbouw beginnen. De Concertzaal kreeg een nieuwe houten vloer. De muren kregen hun oorspronkelijke kleur terug: roze – behoorlijk apart voor een rocktempel. Er kwam een toog in de zaal en een nieuwe, ruime toegang. In de Theaterzaal werden de stoelen vervangen door nieuwe exemplaren naar oud model. De restauratie van het glas-in-loodplafond was een huzarenstuk. Met de overgebleven stukken moest het gereconstrueerd worden. De Amerikaanse producenten die destijds het originele glas hadden gemaakt, leverden de ontbrekende delen ervan. In september 2000 werd de voltooiing van de restauratie gevierd. Alles samen heeft ze meer dan 12 miljoen euro gekost.

 

 

1993-2014: Kunstencentrum Vooruit erkend kunstencentrum

Het Podiumkunstendecreet van 1993 zette Vooruit op het lijstje van officieel erkende en gesubsidieerde kunstencentra. Het gaf de organisatie een grotere financiële slagkracht. Er kwam meer personeel en de werking professionaliseerde. Het kunstencentrum verschoof, samen met de collega-instellingen, meer en meer naar het centrum van de cultuurwereld, de rock-’n-rollaanpak maakte plaats voor bedrijfslogica. Vooruit bleef in de jaren 1990 inzetten op vernieuwend podiumkunstenwerk. Het had intense contacten met theatergezelschappen uit Vlaanderen en Nederland. Huisgezelschap Blauwe Maandag Compagnie zorgde, met coproductionele steun van het kunstencentrum, in 1997 voor een mijlpaal in de Belgische theatergeschiedenis: Ten oorlog, een twaalf uur durende bewerking van acht koningsdrama van Shakespeare door schrijver Tom Lanoye in een regie van Luc Perceval. Vooruit liet daarnaast de verscheidenheid van het hedendaagse danslandschap zien, met werk van heel wat binnen- en buitenlandse choreografen en gezelschappen. Les Ballets C. de la B. waren op het gebied van dans de voornaamste partner. De vernieuwende lijn trok Vooruit ook door in de muziekprogrammatie. Het bracht onder meer een avontuurlijke mix van jazz, avant-garderock en etnisch klassieke muziek.


Vooruit opnieuw als bijenkorf
Naast theater, dans en muziek organiseerde Vooruit tentoonstellingen, lezingen, debatten, nabesprekingen … die voor duiding en kritische reflectie moesten zorgen bij de programmatie. Voor de zaalverhuur ging het erover waken dat de activiteiten in de lijn lagen van de eigen programmatie. Het gebouw behield wel zijn bijenkorffunctie. Het bleef dé uitverkoren plek voor fuiven en andere activiteiten van bijvoorbeeld studentenkringen, holebiverenigingen en organisaties als Oxfam en Amnesty International. De Vlaamse Opera vond er even onderdak voor zijn lunchconcerten, Behoud de Begeerte verzorgde er literaire evenementen, On the Rox programmeerde Nirvana, Sinéad O’Connor en de Red Hot Chili Peppers op het podium van de Concertzaal.

Internationalisering & professionalisering 
Met de start van de eenentwintigste eeuw zette Vooruit de internationalisering van zijn werking voort, bouwde het een intensere projectwerking uit en ging het meer coproduceren. Al behoorde het tot de best gesubsidieerde kunstencentra van Vlaanderen, toch volstond dat niet om de volledige werking te betalen. Vooruit genereerde meer dan de meeste andere instellingen zelf zijn inkomsten, onder meer uit horeca, zaalverhuur en ticketverkoop. Een andere belangrijke stap daarin was de oprichting van Yesplan, een spin-off die de planningssoftware die Vooruit samen met softwarebedrijf Inceptive had ontwikkeld, ging commercialiseren. Dat alles gaf het Kunstencentrum de mogelijkheid om meer personeel vast in dienst te nemen en verschillende afdelingen, zoals die voor de marketing, beter uit te bouwen. Verdere professionalisering dus.

Engagement hoog op de agenda
Naast de voortzetting van de vernieuwende kunstprogrammatie, kwam er – opnieuw – plaats voor maatschappelijk engagement. In 2003 was er een enorme belangstelling voor Oorlog is geen kunst, een manifestatie als protest tegen de dreigende inval in Irak. Door het succes ervan concludeerde het kunstencentrum dat het zich te eenzijdig had geconcentreerd op de artistieke werking en te weinig op dat engagement. Er kwamen meer lezingen, gesprekken en debatten over maatschappelijke thema’s – Midden-Oostencorrespondent Robert Fisk en de Egyptische activiste Nadal el Saadawi waren er onder meer te gast.

 

2014: Vooruit in de steigers: einde in zicht

Kunstencentrum Vooruit - met een 100-tal personeelsleden, jaarlijks ongeveer 2000 activiteiten en 350 000 bezoekers - groeide in de nillies uit tot een culturele instelling van formaat. Net als zijn voorganger - het Feestlokaal van Vooruit - was het Kunstencentrum een plaats van ontmoeting, cultuur en engagement. Het opschrift ‘Kunst veredelt’, dat al een eeuw boven het podium van de Theaterzaal te lezen is, mag dan wel behoorlijk hoogdravend klinken: het bleef het motto van Vooruit.

Maar na de millenniumwisseling rijpten plannen om ook andere delen van Vooruit aan te pakken. Zo zouden na 2010 ingrijpende verbouwingen plaatsvinden, samengebald in één overkoepelend Masterplan Renovatie van Vooruit. In 2012 en 2013 kreeg het Café er een broertje bij, het Terras - met daaronder een overdekte fietsenparking.

En er zou nog meer volgen. In de jaren die volgden - 2014 en 2015 - werden de Concertzaal en inkomzone klaargestoomd voor de toekomst én kreeg de voormalige COOP-supermarkt een nieuwe functie als zenuwcentrum van Vooruit, waar ook het Onthaal gevestigd is.

In 2017 en 2018 tenslotte treedt de laatste fase van het Masterplan in werking. Volg de laatste updates hier op de voet.

 

2017: Een Vlaamse kunstinstelling

Sinds 1 januari 2017 is Vooruit officieel een Vlaamse kunstinstelling. Dat vertaalt zich in onder andere een hernieuwde missie, met daaraan gekoppeld zes centrale speerpunten: support, experiment, connect, engage, reflect en celebrate. Die missie luidt als volgt:

"Vooruit is een centraal platform in een rijk netwerk van artiesten en organisaties uit tal van sectoren. Geïnspireerd door een turbulente wereld en een kunstensector in beweging, met een hedendaagse blik op de toekomst, versterkt Vooruit de kruisbestuiving tussen de kunsten en de lokale en globale gemeenschap. We fungeren als een gastvrije ontmoetingsplek en een labo voor ontwikkeling, productie, presentatie, participatie en reflectie. We bouwen verder op een verleden van vernieuwing en maatschappelijk engagement."

Support +++ Steun bieden aan lokale, nationale en internationale artiesten en organisaties (artistiek, sociaal, educatief, ...), met aandacht voor vernieuwing en culturele diversiteit. Op en naast de podia van ons veelzijdig en inspirerend monument, maar ook tot ver daarbuiten.

Experiment +++ Een labo en platform zijn voor experiment, creatie en transitie. Met extra aandacht voor de rijkdom van een laagdrempelig en divers aanbod.

Connect +++ Verbinden van artiesten, organisaties, publiek en de maatschappij. Het monument speelt hierin, door haar centrale plaats in de stad en de regio, een cruciale rol. We creëren zo een inspirerende plek waar onze eigen werking samenkomt met die van tal van andere spelers in en buiten de stad. We zijn een gastvrij huis waar iedereen welkom is.

Engage +++ Actief inzetten op het engagement tussen de kunsten, onze organisatie en de maatschappij, met als doel een meer rechtvaardige, duurzame en diverse samenleving. Een doorgedreven gelijkekansenbeleid maakt hier deel vanuit, zowel binnen het aanbod, het publiek als binnen de eigen werking. Een extra focus op kwetsbare groepen in de samenleving verfijnt dit.

Reflect +++ Een vrije ruimte bieden aan meningen, wereldbeelden en keuzes. Investeren in kennisdeling, verruiming en (zelf)reflectie.

Celebrate +++ Tijd maken voor optimisme, collegialiteit en generositeit. Een plek waar gevierd mag worden, een plek om trots op te zijn.

 

tekst (c) Servaas Lateur - Amsab, Instituut voor Sociale Geschiedenis (een samenvatting van het boek Vooruit 1913-2013) 

 

Neem contact op