- Alle reacties
Voeg een reactie toe
Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:
- (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
- een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
- foto’s opladen en vrienden toevoegen
- Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
- andere reacties beoordelen


De ongeschreven codes van de wetenschap
Cultuurhistoricus Raf De Bont deed tijdens de tweede samenkomst van de Commissie tijdens het festival ‘the game is up!’ enkele geschreven én ongeschreven regels van het wetenschappelijke bedrijf uit de doeken.
‘Codes van wetenschap’ Vooruit, Gent, 14 februari 2006
Ik zou deze interventie willen beginnen met een verontschuldiging. Die verontschuldiging betreft het feit dat ik mijn kleine voordracht zal aflezen van een blad papier. In de discipline waaruit ik kom – de geschiedenis – is dat namelijk nog grotendeels de gewoonte. Het behoort er tot de spelregels dat men lezingen ook daadwerkelijk leest. In de exacte wetenschappen is men daar al lang vanaf gestapt. Biologen, fysici en chemici maken namelijk powerpoint-presentaties, waarvan ze de staakwoorden een beetje à l’improviste aan elkaar praten. Historici staan echter bekend om hun hang naar het verleden – en hun onzekerheid als ze in het openbaar moeten spreken. Daarom prefereren ze de uitgeschreven tekst.
Iets meer nu over wetenschappers en hun spelregels.
Laten wetenschappers zich aan regels onderwerpen? Laten ze zich stroomlijnen door de codes in hun vakgebied? Of zijn het – zoals de romantische verbeelding dat wil – mensen die met hun geniale ingevingen de codes precies omzeilen? Zijn het mad scientists zoals ze in Hollywood worden opgevoerd: mannen (steeds mannen) die lak hebben aan wat voor code dan ook. Mannen met onverzorgd haar en wilde ogen die gericht zijn op ongekende werelden? Einsteins die (van op grote posters) hun tong uitsteken naar hun collega’s én de wereld om aan te geven dat wat zij doen aan wat voor regel dan ook ontsnapt?
Om dit soort vragen te beantwoorden zou ik ervoor willen pleiten om de wetenschappers te bestuderen zoals een antropoloog Pygmeeën, Dajaks of Quechi-indianen zou benaderen. We moeten het leven in een laboratorium observeren zoals we zouden kijken naar het leven in een klein dorp in het regenwoud. Als we dat doen zal ons oog al snel vallen op allerlei grote en kleine rituelen, codes van allerlei aard, regels en hiërarchieën. We zullen structuren vinden in de gedragingen van de wetenschappers. We zullen zien dat ze zich in belangrijke mate conformeren aan de cultuur waarin ze werkzaam zijn.
Een aantal van de codes die we zullen aantreffen, kan u uiteraard al voorspellen. Het gaat onder meer over het feit dat experimenten herhaalbaar moeten zijn en dat inducties de regels van de logica moeten volgen. Maar we zullen ook meer zien. We zullen ontdekken dat er codes bestaan over de taal die wetenschappers spreken, over de voetnoten die ze plaatsen, over de kleding die ze dragen en de koffiepauzes die ze houden. We zullen regels ontwaren die betrekking hebben op de tijdsbesteding in het laboratorium, de toegang tot wetenschappelijke instrumenten en de manier waarop academische gebouwen zijn ingericht. Er zal aan het licht komen dat congressen volgens een bepaald, duidelijk stramien zijn opgebouwd en dat artikelen steeds min of meer dezelfde structuur hebben. Zelfs in de meest persoonlijke tekst die wetenschappers voortbrengen, het dankwoord, komen haast altijd dezelfde elementen in dezelfde volgorde terug.
Sommige van de codes die de wetenschap structureren zijn in sterke mate geofficialiseerd. Dit is bijvoorbeeld het geval met de auteursvermelding in wetenschappelijke artikelen. De eigenlijke auteur wordt in de regel eerst vermeld, het hoofd van de onderzoeksgroep laatst. Daartussen verschijnen eerst de wetenschappers die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan het artikel, daarna collega’s van het laboratorium en tenslotte (op de minst aantrekkelijke plaats) de laboranten. Bijna alle exacte wetenschappers weten hoe ze de codes van zo’n auteurslijst moeten ontcijferen. Het betreft dan ook een zaak van groot symbolisch belang. In de hedendaagse wetenschapscultuur is een artikel in een internationaal tijdschrift hetzelfde wat een scalp was in het negentiende-eeuwse Wilde Westen. Het artikel is het symbool van wetenschappelijk heldendom. Hoe meer je er verzamelt, hoe beter. U begrijpt dan ook waarom er op labo’s soms vetes kunnen ontstaan over de opeenvolging van auteursnamen.
Sommige wetenschappelijke codes zijn echter minder expliciet en behoren tot de sfeer van de informele omgang. Zo zijn er duidelijk regels aan te treffen in het dagdagelijks taalgebruik onder wetenschappers. Leuvense geografen en archeologen spreken onder elkaar bijvoorbeeld systematisch van ‘het site’ in plaats van ‘de site’. Ze functioneren met andere woorden in een subcultuur waarin er een shift van lidwoord heeft plaatsgegrepen. Een taalfout werd daarin een teken van deskundigheid.
Naast zeer kleine codes op het niveau van het lidwoord, kent de wetenschap echter ook grote en opvallende rituelen. Zeer markant zijn daarbij de ‘rites de passage’ of initiatieriten, die vergelijkbaar zijn met gebruiken in niet-westerse culturen. Adolescenten van de Baka Pygmeeën worden een week afgezonderd in het regenwoud, ze worden kaalgeschoren en geconfronteerd met een hele reeks proeven. Na hun ontmoeting met de ‘Geest van het woud’ keren ze terug als volwassenen en volwaardige leden van de stam. Dergelijke riten zijn mijns inziens perfect te vergelijken met het ceremonieel bij westerse doctoraatsverdedigingen. Ook deze verdedigingen zijn sterk geritualiseerd en verlopen volgens een strikt stramien. Voor een publiek wordt de doctorandus door een groep eerbiedwaardige leden van de wetenschap ondervraagd. Als hij of zij de proef doorstaat, wordt de doctorandus zelf een volwaardig lid van de wetenschappelijke gemeenschap. Tijdens de verdediging dragen de juryleden veelal ceremoniële kledingstukken in de vorm van toga’s en baretten. In Nederland is de initiatierite nog meer uitgebouwd. Er is een pedel bij betrokken die een staf met bellen draagt, er worden symbolische formules uitgesproken en er treden zogenaamde paranimfen op die de doctorandus bijstaan. Dit alles zijn geen efemere praktijken. Universiteiten beheersen in belangrijke mate de hedendaagse wetenschap en een doctoraat wordt in de academische loopbaan als een cruciale stap gezien. De doctoraatsverdediging is dan ook de rituele hoogmis van de wetenschappelijke wereld van vandaag.
De indruk kan nu bestaan dat codes en rituelen minder belangrijk worden in de wetenschap. Men organiseert al eens een plechtigheid zonder toga’s en tijdens sommige koffiepauzes lijken hiërarchieën te verwateren. Er komen echter nieuwe rituelen en spelregels in plaats van de oude. Internationaal gereviewde tijdschriften leggen zichzelf allerhande regels op in het beoordelen van ingestuurde stukken. De tijdschriften worden op hun beurt weer beoordeeld door al dan niet onafhankelijke instanties, die ze in rankings opnemen en hun impact trachten te meten. Over codes gesproken; Bij mijn laatste projectaanvraag moest ik mijn publicaties indelen in de volgende categorieën: IT, AT, IBa, IHb, IBe, ABa, AHb, ABe, DI, IC, NC, IR en TH. Gesteld dat de Vooruit deze tekst op haar website zou plaatsen, dan kan ik die heel misschien nog onderbrengen in de rubriek TH: ‘Publicaties gericht op de verspreiding naar een breder publiek en/of toepassingen van wetenschappelijke inzichten’.
U denkt nu ongetwijfeld dat de codes waarover ik gesproken heb slechts bijverschijnselen van de wetenschap zijn. Dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt of je ‘de site’ dan wel ‘het site’ zegt, dat het van weinig belang is hoe je een dankwoord opbouwt of een voetnoot plaatst, dat initiatieriten slechts onbetekenende folklore zijn en dat het in se weinig verschil maakt of een artikel wordt ondergebracht in de categorie IT of de categorie TH. U zou kunnen argumenteren dat dat alles geen belang heeft, zolang je als wetenschapper maar de waarheid vertelt. U hebt het echter mis. Wetenschap draait niet alleen over gelijk hebben, maar ook over gelijk krijgen. Niets is wetenschap zolang het niet door de wetenschappelijke wereld wordt aanvaard. Precies in die aanvaarding zijn de codes waarover ik het had cruciaal. Ze trekken de grens tussen wat wetenschap is en wat niet, tussen wie bij de wetenschappelijke gemeenschap hoort en wie erbuiten staat.
Ik geef een voorbeeld. In 1844 publiceerde de Britse zakenman en uitgever Robert Chambers Vestiges of Natural Creation – een boek waarin hij de evolutieleer verdedigde. Vestiges werd een verkoopsucces, maar geen enkele gevestigde wetenschapper zou de ideeën van Chambers onderschrijven. In recensies van het boek trok men er de aandacht op dat de uitgever in geen enkele wetenschappelijke discipline gedetailleerd eigen onderzoek had verricht en dat hij dus zeker niet in de positie was om grote theorieën op te bouwen. Chambers had niet het normale curriculum van de wetenschapsman doorlopen en was te weinig vertrouwd met de codes die in de wetenschappelijke wereld circuleerden. Vijftien jaar na het verschijnen van Vestiges publiceerde Charles Darwin The Origin of Species – opnieuw een boek waarin de evolutieleer werd verdedigd. Vóór hij dit boek uitbracht, had Darwin echter al gespecialiseerd onderzoek verricht naar de geologie van Zuid-Amerika, het ontstaan van koraalriffen en de anatomische structuur van zeepokken. Hij was een vooraanstaand lid van verschillende Societies en publiceerde artikelen die vandaag zeker in de categorie IT zouden worden ondergebracht. Hij was bevriend met de meest toonaangevende wetenschappers van zijn tijd, kende hun opvattingen over hoe wetenschap er moest uitzien en integreerde dit alles in The Origin. Het boek was weliswaar controversieel bij het grote publiek, maar in de Engelse wetenschapswereld werd het ten zeerste au sérieux genomen. Na tien jaar waren er nog amper Britse biologen te vinden die de evolutieleer durfden betwisten. Darwin had een nieuw idee ingang doen vinden, maar hij kon dit maar doen door de spelregels te volgen.
Met dit alles heb ik niet willen betogen dat wetenschappers per definitie saaie conformisten zijn, die zich steeds braaf aan alle verwachtingen houden. Zoals mijn voorbeeld van Darwin aantoont, is het wel degelijk mogelijk spectaculaire en verrassende elementen in het spel te introduceren. Maar dat lijkt mij enkel mogelijk wanneer je tegelijkertijd toch minstens een beetje conformist bent. Moest hij vandaag leven, dan zette Darwin zijn ideeën ongetwijfeld op een powerpoint.
(Gepost op 15 feb 2007 door Tom Bonte)
- Tags
- codes
- festival
- Raf De Bont
- regels
- spel
- the game is up
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Een videoboodschap van commissievoorzitter Peter Van den Eede
Naar aanleiding van de twee samenkomst van de Commissie ter Bevordering, Bevraging en Bewaking van de Relatie tussen Kunst en Wetenschap nam acteur en commissievoorzitter Peter Van den Eede een filmpje op. Daarin verontschuldigt hij zich voor zijn afwezigheid en hij biedt ons een fragment aan uit zijn voorstelling ‘Utopie van het Atoom’ (Compagnie De Koe).
(Gepost op 16 feb door Robrecht Vanderbeeken)
- Tags
- codes
- festival
- Peter Van den Eede
- regels
- spel
- the game is up
Reageer hieropBewaar dit item (0)