- Alle reacties
- Reacties geschreven nà de activiteit (3)
Voeg een reactie toe
Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:
- (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
- een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
- foto’s opladen en vrienden toevoegen
- Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
- andere reacties beoordelen


XY - Sandro Veronesi
In een bos vlak bij een klein, geïsoleerd bergdorpje gebeurt het onbegrijpelijke. Elf mensen worden dood aangetroffen, ze zijn allen gestorven op dezelfde plaats op precies hetzelfde tijdstip, maar alle doodsoorzaken zijn verschillend. De pers springt op het sensationele verhaal, terwijl de politie probeert om de waarheid te verdoezelen. Ook voor de bewoners heeft de dood van de elf personen een belangrijke invloed.. Het geïsoleerde dorpje blijkt een broeinest te zijn van onderhuidse conflicten, roddels, psychiatrische stoornissen en incest.
De plaatselijke pastoor, Don Ermete, komt na een zoveelste incident terecht bij de jonge psychiater en psychoanalytica in opleiding, Giovanna Gassion. Samen proberen ze de dorpelingen te redden van de ondergang.
Het uitgangspunt is fascinerend. De doden zijn het middelpunt van het boek. En toch ook weer niet, want het wordt snel duidelijk dat de oorzaak nooit gevonden zal worden. Als er al één oorzaak bestaat voor de verschillende doodsoorzaken.
In rpiinciepe gaat het boek dus over hetgeen er losgemaakt wordt bij de mens als hij of zij geconfronteerd wordt met een waarheid die hij niet wil kennen. Bovendien stelt Veronesi zich in het boek de vraag welke rol wetenschap en religie kunnen spelen als de mens geconfronteerd wordt met een traumatische gebeurtenis.
De uitvoering vond ik soms iets minder. Het heeft bij mij lang geduurd voor ik echt meegesleept werd door het boek. Bovendien wil Veronesi soms te diep ingaan op een aantal meer filosofische zaken, waardoor het verhaal vaart verliest. Na een 100-tal bladzijden leek dit te verbeteren (of het stoorde me minder) en vanaf dan raakte ik ook echt gefascineerd door de hoofdpersonages en hun pogingen om zichzelf en het dorp te redden.
Ook de schrijfstijl vond ik ook iets minder goed. Ik moest in het begin erg wennen aan het taalgebruik van Veronesi. Ook dit beterde voor mij naarmate het boek vorderde, maar af en toe bleven er metaforen en zinnen opduiken die ik niet op hun plaats vond in het boek en in het verhaal.
Over het algemeen heb ik wel genoten van XY en het boek deed me bij momenten zeker nadenken over de belangrijke zaken des levens, maar nadat ik het boek uitgelezen had, bleef er maar weinig van hangen. Voor mij is XY een boek dat behoort tot de middenmoot, het is niet slecht en ik heb er zeker van genoten, maar het mist net dat tikkeltje meer dat het tot een goed boek zou maken.
Reageer hieropBewaar dit item (0)
De begraafplaats van Praag -- Umberto Eco
Ergens in De begraafplaats van Praag duikt de Passage des Panoramas op. Dat was een Parijse doorgang waar heren van stand zich kwamen vergapen aan de in lompen geklede fabrieksmeisjes die er dagelijks passeerden. De meisjes die die passage namen waren niet zo onschuldig als ze eruit zagen. Ze deden maar alsof om hun glurende klanten te verleiden en het verbod op de prostitutie te vlug af te zijn. Het perverse schouwspel in de Passage des Panoramas zegt iets over de 19de-eeuwse dubbelmoraal, die we zo goed kennen uit de romans en films over die periode: uiterlijke schijn, duistere geheimen. “It was the best of times, it was the worst of times” schreef Dickens. De eeuw van het vooruitgangsdenken was ook een eeuw zonder rechtvaardige politieke en sociale structuren. Freud, Darwin, Marx, Europese natievorming, koloniale expansie, Jack the Ripper, Sherlock Holmes, het fabriekproletariaat, de Dreyfus-affaire, gevangenissen en gekkenhuizen – allemaal staan ze in het teken van de gespletenheid: tussen arm en rijk, religie en wetenschap, patroons en arbeiders, het bewuste en het onderbewuste, maatschappelijke ambitie en uitsluiting.
De 19de-eeuwse schizofrene verbeelding is misschien wel de ware hoofdrolspeler in Eco’s nieuwe roman. Centraal staat de oorsprong van het in 1905 verschenen antisemitische haatpamflet De Protocollen van de Wijzen van Zion. Dat document zou het bewijs leveren van een joods complot tegen het kapitalisme en het christendom. Het inspireerde de Russische pogroms tegen joden, het nazisme en andere geborneerde anti-joodse gevoelens die ook vandaag nog circuleren. Het is aan de lezer om te ontdekken hoe deze historische vervalsing tot stand is gekomen. (Wie Eco leest, moet van een geschiedenislesje houden.) Even fascinerend is de vraag hoe zulke zieke ideeën in omloop raken. Het is niet de eerste keer dat Eco zich verdiept in de grote westerse complottheorieën, waarin telkens opnieuw hetzelfde legertje verborgen genootschappen opduikt: vrijmetselarij, jezuïetendom, joden, communisten. Anders dan in De Slinger van Foucault, waarin die vertelstof een spannende whodunit opleverde, gaat Eco in deze roman op zoek naar de bedenkers van die complottheorieën.
De ik-verteller, de door Eco verzonnen Simon Simonini – intrigant, dubbelspion, meestervervalser, moordenaar, opportunist, rabiaat antisemiet en jezuïtenhater – is zich bewust van een ‘traumatiserend element’ in zijn leven en begint op aanraden van een zekere Sigmund Froïd (hebt u hem?) een dagboek over zijn leven te schrijven. Zijn dagboek wordt geregeld overgenomen door een tweede ik-verteller, de jezuïet Dalla Piccola, die Simonini wijst op de leugens in zijn verhaal. Een derde en alwetende verteller rijgt het geheel aaneen door op zijn beurt te wijzen op de leemtes in de verhalen van beide heren. Hij vermoedt ook – zonder hier zelf een antwoord op te kunnen geven – dat Simonini en Dalla Piccola wel eens een en dezelfde zouden kunnen zijn.
Eco heeft met die elkaar bekampende vertellers de perfecte truc bedacht om zijn lezers deelgenoot te maken van de geïnstitutionaliseerde hypocrisie van de 19de-eeuw. Het smeuïge verhaal achter de vervalsing van de Protocollen – grotendeels op historische feiten gebaseerd – toont vooral, dat een egocentrisch monster als Simonini enkel in alle verborgenheid zijn gang kan gaan met de medewerking van machtige mensen. Het zijn invloedrijke personen die van zijn diensten gebruik maken om hun politieke vijanden – Garibaldi in Italië, Dreyfus in Frankrijk – uit te schakelen.
De overheid als verspreider van haat en waanideeën, is dat niet zelf de grootste samenzweringstheorie aller tijden? Hoewel de perfide rol van politieke onruststokers en ideologen moeilijk te loochenen valt, is Eco’s roman dubbelzinniger. “Om herkenbaar en schrikwekkend te zijn moet een vijand zich in ons eigen huis bevinden, of op de drempel ervan staan” merkt Simonini op. In de door Eco bewust opengelaten mogelijkheid dat Simonini en aartsvijand Della Piccola identiek zijn, schuilt een ironisch commentaar: onze grootste vijand bestaat enkel in onze verbeelding en hoe meer hij op onszelf begint te lijken hoe meer wij hem beginnen te haten. Wat Eco in deze roman op meesterlijke wijze dramatiseert, is het mechanisme van de haat. Haat vindt zijn voedingsbodem in het leven en de geest van de hater, die de ander haat omwille van wat hij zelf ervaart als een gemis. Deze toestand verwikkelt de hater in de paradox van de leugenaar. Die liegt wanneer hij beweert de waarheid te spreken en spreekt de waarheid wanneer hij zegt dat hij liegt. Gevaarlijk wordt het, zoals bij Simonini, wanneer de leugenaar zich niet meer wil of kan herinneren wat waarheid is en wat leugen. Hoewel sommige lezers van De begraafplaats van Praag het als een tekortkoming zien dat Eco zijn roman niet van een netjes sluitend plot heeft voorzien, maakt het literaire spel met bovenstaande paradox Eco’s verhaal misschien wel tot zijn meest gewaagde boek tot nog toe.
De dubbelmoraal van de 19de-eeuw kwam voort uit een maatschappij die manifest onrechtvaardig was maar dat krampachtig voor zichzelf verborgen trachtte te houden. Oscar Wilde, zelf een slachtoffer van die dubbelmoraal, stelde die maatschappelijke en politieke maskerade tegenover die van de kunst: ‘Een waarheid in de kunst is dat waarvan het tegendeel ook waar is.’ Ook bij Eco, meester van de literaire spelletjes, is die artistieke waarheid nooit veraf. Gelukkig, denken we met hem, dat er naast alle als waarheid opgevoerde fantasieën in de wereld, nog verhalen bestaan die niet meer pretenderen te zijn dan … gewoon een boek.
Reageer hieropBewaar dit item (1)
Eerste keer dat ik naar Uitgelezen geweest ben en we gaan dit meer doen. Was leuk, interessant en met goede panelleden. Jammer van de wat goedkope opmerking over West-Vlaanderen door Jos Geysels en vooral het applaus daarop door sommigen.
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Dat heb je als de politicus het overneemt van de lezer. Scoren wordt dan plots weer belangrijk.
goedkope opmerking over West-Vlaanderen
Ik volg als geboren West-Vlaming “Uitgelezen” al een paar jaar, en inderdaad de goedkope opmerking van Jos Geysels (met applaus) steekt. Spijtig!
Reageer hieropBewaar dit item (0)