Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Voeg een reactie toe
  • Alle reacties
  1. #1 ongeveer 1 jaren geleden door heilke heilke
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Jens Christian Grøndahl : tweemaal raak

    In 2010 verschenen er twee titels van de Deense auteur Jens Christian Grøndahl (°1957) in Nederlandse vertaling, zijn roman Dat weet je niet en zijn memoires Over een uur ontluiken de bomen. Dat die vertalingen in hetzelfde jaar tot stand kwamen als de Deense publicatie geeft aan hoe populair Grøndahl is. En niet alleen in de Lage landen. Sedert zijn debuut in 1985 kreeg de auteur verschillende Deense en buitenlandse literaire prijzen, zijn werk is ondertussen in meer dan twintig talen vertaald.

    Grøndahls is ongetwijfeld zo succesvol omdat zijn romans gaan over wat iedereen beroert: over liefde. Over het toeval, de inwisselbaarheid, de vluchtigheid, de intimiteit, de eenzaamheid, het verdriet van de liefde. Over de complexiteit van de menselijke relaties. In zijn mild-melancholische stijl, poëtisch en ironisch tezelfdertijd, beschrijft Grøndahl gewone mensen met gewone levens, van binnenuit, vanuit hun intimiteit. Het is niet de verhaallijn die op de voorgrond staat in zijn romans, maar de innerlijke evolutie van de personages. En zoals in de realiteit behouden zij voor elkaar, voor de lezer en soms voor zichzelf, een deel van hun mysterie, al was het maar omdat je, volgens Grøndahl, de werkelijkheid over het verleden en over hun keuzes nooit helemaal kunt achterhalen. Bij zijn recente roman komt daarbij een nieuw thema aan bod en is de introspectie van zijn personages eerder op identiteit dan op liefde of hartstocht gericht.

    Centraal in Dat weet je niet staan de Deense advokaat David Fischer en zijn Engelse vrouw Emma, die al een kwarteeuw een hecht koppel vormen. Hun relatie komt onverwacht onder druk te staan wanneer hun dochter Zoë, een videokunstenares, vlak vóór haar eerste vernissage, haar Pakistaanse vriend Nabeel voorstelt. David en Emma zijn ervan overtuigd dat Nabeels achtergrond voor hen geen rol speelt, en daarom raken ze danig in de war wanneer ze merken dat dit blijkbaar toch het geval is. De ruzie na het diner dwingt hen elk voor zich de balans van hun leven op te maken en, zoals Grøndahl zegt, de ‘deuren naar het verleden’ te openen.

    De ontmoeting met Nabeel (en het hakenkruis dat die ochtend zijn brievenbus had ontsierd) dwingt David ertoe zich te bezinnen over zijn joodse achtergrond die hij de rug had toegekeerd. Zijn sceptisme over ‘al dat gepraat over roots’ illustreert hij met de metafoor dat een boom mettertijd moet weggroeien van zijn wortels. Als Nabeel tegenwerpt dat dit iets anders is dan ‘de wortels kappen’ repliceert hij dat hij de zijne ‘min of meer’ heeft doorgesneden, drastisch en heel bewust, naar blijkt, toen hij de relatie met zijn passionele joodse jeugdliefde Naomi verbrak. De bezorgdheid van Nabeels vader over diens relatie met Zoë doet hem uiteindelijk meer begrip krijgen voor zijn ouders, zonder dat hij zijn eigen keuze (voor Emma, een sjikse) betreurt. In interviews geeft Grøndahl aan dat ook hij tijdens het beschrijven van Davids evolutie zijn eigen ideeën over persoonlijke vrijheid en identiteit heeft bijgesteld: Roots kies je zelf niet, zij zijn minder belangrijk dan wat jij zelf doet met je leven. Toch kan niemand zijn achtergrond volledig de rug toekeren zonder daar enige schade van te ondervinden.

    Ook Emma wordt gedwongen terug te keren naar het verleden, maar haar ‘identiteitsconflict’ speelt zich af op een ander niveau. Zoë’s vernissage en haar liefde voor Nabeel dwingen Emma na te denken over zichzelf, over wie zij is en wat David voor haar betekent. Sedert zij als jonge kunstenaar besloot om hem te volgen naar Denemarken is haar carrière niet verder geëvolueerd. Nochtans kreeg zij ook na de geboorte van Zoë alle ruimte om zich te ontplooien, de realiteit evenwel is dat zij zich praktisch opsluit in de veilige cocon van haar atelier waar zelfs David haar niet komt storen. Nu haar dochter als kunstenares debuteert moet Emma wel accepteren dat zij haar artistieke middelmatigheid heeft verdrongen zolang zij zich binnenshuis de status van kunstenaar kon veroorloven die ze daarbuiten niet kan of durft te etaleren. Dat besef was al eerder tot haar doorgedrongen, – zo verliet zij haar vroegere minnaar Joe omdat zij wist dat ze zich nooit zou kunnen meten met zijn talent, – maar pas nu zij David dreigt te verliezen is ze bereid dat te accepteren.

    In zijn memoires vertelt Grøndahl dat je de werkelijkheid over het verleden nooit helemaal kunt achterhalen, je moet de oorzaken opnieuw uitvinden om het herinnerde tot een vertelling om te vormen. Hetzelfde geldt voor zijn personages. In een roman waarin verlies dreigt, of het nu om een scheiding gaat of om het opgeven van een identiteit of een deel ervan, verwacht je als lezer een explosie van emoties. Zo zijn we dat gewend in de media. Maar zo werkt Grøndahl niet. In plaats van botsende culturele identiteiten beschrijft hij gewone, fragiele mensen die op een rustige manier met hun conflicten proberen om te gaan. Ook in deze roman koestert de auteur de persoonlijke, intieme dimensie die hij door het schrijven ‘vertaalt in iets universeels’.

    Dat maakt Grøndahl zo bijzonder. Zijn romans zijn niet dik, maar toch slaag je er niet in ze in één ruk uit te lezen. Hij maakt je onrustig. Zijn personages, mannen én vrouwen, reiken je als lezer zoveel herkenningsmomenten aan, waarbij Grøndahl zo scherpzinnig formuleert wat je zelf nog niet onder woorden bracht dat hij je dwingt na te denken over jezelf. En hij doet dat in een narratief sterke stijl, geankerd in beelden, wat niet zo verwonderlijk is voor een auteur die debuteerde als dichter en een filmopleiding heeft gevolgd. Zelf ben ik aan Grøndahl verslingerd geraakt sedert Jos Geysels hem bij een of andere Uitgelezen in de Vooruit in Gent had aangeprezen. In iets meer dan een jaar las ik vijf romans en een bundel essays. Op de duur moest ik een zekere reserve overwinnen eer ik opnieuw een roman ter hand durfde te nemen, bang dat Grøndahl me niet meer zou pakken, dat hij zich zou herhalen, dat hij zou teleurstellen. Na enkele recente interviews met hem heb ik, vroeger dan gepland, toch zijn Dat weet je niet (en zijn memoires) verslonden. Gelukkig zonder dat het me spijt.

    Met welke citaten kan ik de nieuwsgierigheid naar Grøndahl en meer bepaald deze roman nog aanwakkeren? Met een citaat uit een interview: ‘Verhalen laten ons toe om tegelijkertijd onszelf te vergeten en onszelf te ontdekken in een personage’? Of een van Christopher Isherwood dat tweemaal voorkomt in Dat weet je niet en toepasselijk is op Grøndahl: ‘I am a camera’? Of misschien de betekenis van de titel Dat weet je niet, heel terloops, op de voorlaatste pagina.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  2. #2 ongeveer 1 jaren geleden door MarkiesMarlies MarkiesMarlies
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Meelezer Uitgelezen: Joost de Vries – Clausewitz

    Met hoge verwachtingen en in de hoop een nieuwe klassieker te ontdekken. Zo startte ik aan de lezing van Clausewitz, de debuutroman van Joost de Vries, in verschillende recensies gebombardeerd tot de Mulisch van deze generatie.

    Clausewitz vertelt het verhaal van een jonge doctorandus, Tim Modderman, die op onderzoek gaat naar het leven en de nalatenschap van cultschrijver Ferdynand LeFebvre. Vooral de mysterieuze verdwijning van deze laatste spreekt tot de verbeelding; aan de hand van een exclusieve briefwisseling tussen zijn vader en LeFebvre hoopt Modderman dit raadsel te kunnen kraken.

    Langzaamaan versmelten twee verhaallijnen zich: deze van LeFebvre en die van Modderman zelf.
    De twee verhalen spelen zich af in een verschillend tijdperk en de Vries lijkt dit onderscheid heel sterk te willen doortrekken in zijn schrijfstijl. Gewichtig en gereserveerd wanneer hij het over LeFebvre heeft en citaten van hem aanhaalt, jong en zelfs modieus wanneer hij de beslommeringen en de avonturen van Modderman verhaalt.
    De Vries gunt zichzelf bovendien een uitgebreid speelkwartiertje wanneer hij een volledig hoofdstuk schrijft in naam van LeFebvre; bladzijden lang laat hij zijn jongensachtige fantasie de vrije loop, getuigend van bloederige oorlogstaferelen en zich baserend op verslagen van fotograaf Robert Capa.

    Naast deze scheiding tussen de twee hoofdpersonages van het boek, doet zich een tweede duidelijk onderscheid voor, namelijk dat tussen waarheid en verzinsel.
    Modderman wil een doctoraat indienen over LeFebvre en wil bijgevolg de waarheid van de schrijver achterhalen: waarom en waarheen verdween hij, wat waren zijn motieven, wat kunnen ooggetuigen hem vertellen?
    Nog veel sterker echter speelt dit onderscheid op het metaniveau van het boek: welke aangehaalde feiten, zowel over LeFebvre als over Modderman, zijn waarheidsgetrouw en welke zijn verzonnen?
    Enig opzoekwerk leert al snel dat LeFebvre volstrekt fictief is. Nooit leefde een schrijver met deze naam en nooit werden de aangehaalde titels gepubliceerd. Ook de randpersonages blijken stuk voor stuk verzonnen: er bestaat geen oorlogsfotograaf genaamd Remt De Vos en geen Nederlands minister van buitenlandse zaken Ernst Burghard.
    Op zich is een dergelijk fictief creëren van personages niets bijzonders.
    Opmerkelijk is echter hoe de Vries ons wil overtuigen dat zij allen wél reële historische figuren zijn. Dit doet hij door ze te linken aan de hedendaagse Nederlandse politiek, aan de oorlog in het Midden-Oosten, aan begrippen als de World Press Photo, …
    Ook het starten van het boek, nog voor het verhaal zijn aanvang neemt, met een “citaat” van LeFebvre is op dit punt veelzeggend.
    Als laatste truc binnen dit waarheidsspel, kent De Vries zichzelf een gelijknamig rolletje toe, namelijk als beste vriend van Tim Modderman.

    Clausewitz verkrijgt een groot deel van zijn waarde door deze dialectiek van waarheid en fictie die zich afwikkelt op de verschillende niveaus.
    En dat is maar best ook, want ik persoonlijk vond de zoektocht naar LeFebvre heel wat minder boeiend dan Modderman. LeFebvre sprak me niet aan, noch als personage, noch als “schrijver”. De aangehaalde citaten waren misschien een leuke stijlswitch voor de Vries maar niet altijd bevorderend voor de leesbaarheid van het boek. Vaak werd het te dreunerig en te bombastisch.
    Daar komt nog bij dat ook het personage van Modderman niet op mijn volle sympathie kon rekenen.

    Het labyrint dat de Vries creëert maakt echter veel goed en stuwt de lezer steeds verder in zijn zoektocht, is het niet naar LeFebvre, dan wel naar de escapades van Modderman of naar het literair talent van de Vries zelf.
    De Vries houdt het ook boeiend door vele slimme verwijzingen, zoals de randpersonages die als het ware reflecties zijn van Claus of (verrassing!) Mulisch.
    Soms wil de Vries echter iets te sterk bewijzen dat hij een slimme jongen is, resulterend in gezwollen intellectuele maar vooral manke zinsconstructies of ronduit hilarisch –diepzinnige metaforen. “De noten klommen omhoog op de notenladder, en tintelden omhoog over mijn ruggengraat, naar mijn cerebellum en verder naar mijn kruin, totdat het voelde alsof mijn schedeldak openklapte als een pakje sigaretten”.
    Huh?

    Dergelijke kleine uitschuivers en het volledig LeFebvre-hoofdstuk, in combinatie met misschien net iets te swingend taalgebruik (“ROFLMAO”. Rolling on the Floor laughing my ass off. Merci Google.) maken de schrijfstijl van de Vries iets te weinig stabiel en coherent.
    Bovenal echter is hij, naar ik meen, het resultaat van een zoekend, debuterend schrijver.
    Want het komt nog goed met die de Vries, daar durf ik mijn hand voor in het vuur steken. Minder bewijsdrang en meer ingenieuze verhaalconstructies, zoals hij die nu reeds in pacht blijkt te hebben, en hij wordt nog de echte nieuwe Mulisch.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital