Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Voeg een reactie toe
  • Alle reacties
  1. #1 ongeveer 1 jaren geleden door nensie nensie
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Uitgelezen 7/10/2010 De laatste liefde van mijn moeder-Dimitri Verhulst

    Verhulst schetst in zijn nieuwste roman een gezin in de jaren tachtig:
    Moeder Martine, gescheiden van een dronkelap, spaarzaam op het krenterige af, heel erg bezig met wat anderen over haar en haar gezin zullen denken en zeggen.
    Jimmy, 11-jarige zoon van de dronkelap en rebel door leeftijd en nieuwe situatie.
    Wannes, nieuwe liefde van Martine, die echter in geen enkel opzicht de indruk wekt of een poging onderneemt om een goede verstandhouding te hebben met Jimmy (want hij is toch maar de zoon van een dronkelap en dus nietsnut!), mede door de opstandigheid van Jimmy.
    Ze gaan voor het eerst samen met vakantie: een busreis naar het Zwarte Woud met alle mogelijke en onmogelijke gevolgen vandien!
    Het gemak waarmee Verhulst enkele situaties beschrijft waarin eenieder die de jaren tachtig heeft meegemaakt als tiener/twintiger zich direct kan herkennen, zijn fenomenaal!:
    • De kust, de Belgische nog wel, lieve hemel neen, daar mocht hij niet aan denken. En al helemaal niet ’s zomers. De verdwaalde badmintonpluimpjes in je gezicht, de in jouw picknickmand getrapte strandballen, de snoeihard afgeweken frisbees, de in het rond slingerende elastieken van een jokari, de kwallen die daar als landmijnen in het zand lagen te wachten op een voet (die van jou!) en de schelpenscherven die kleine wondjes in je tenen sneden waar je dan later op de week nog een ontsteking bovenop kreeg. Om nog maar te zwijgen van het voorspelbare aan zo’n reis, oh-lala! Nog voor je vertrok wist je al dat je één middag zou vullen met het naarstig bouwen aan een zandkasteel. Je zou een uurtje rondrijden met een gocart en daar eigenlijk na vijf minuten al meer dan genoeg van hebben. Je zou gaan minigolfen, vastbesloten deze keer te winnen, om dan vervolgens meteen bij baan 1 al, daar waar je het balletje gewoon maar rechtdoor hebt te slaan, met zeven punten op achterstand te staan. Je zou een vlieger kopen en daar drie uur over doen om die in de lucht te krijgen, waarna het touwtje knapt en je investering zich zonder jouw hulp naar de sterren snelt. In het lunapark zou je naar een teddybeer grijpen, hoewel je helemaal geen teddybeer wil, veel liever zou je een horloge grijpen. Maar onmdat teddyberen zich makkelijker laten grijpen dan de horloges en je liever iets dan niets grijpt kies je dus voor de teddybeer, waarna je met lege handen en een rothumeur het lunapark verlaat….
    • ‘Restaurant’ noemde die McDonald’s zichzelf maar van bediening aan tafel was geen sprake. Neen, je moest lang staan aanschuiven om uiteindelijk een wegens onderbetaling bedroefd gezicht te treffen dat nog nooit van stoofvlees had gehoord. En vroeg je ketchup, dan waren ze te lui om die erop te spuiten. Die dingen moest je zelf doen. Net zoals afruimen trouwens. Het verbaasde sommige klanten dat je niet ook nog zelf je hamburger moest bakken. Bier hadden ze daar niet. Amerikanen dronken geen bier, ze gingen nooit vreemd, vloekten niet, vetrouwden immer op God. Maar ter compensatie dronken ze uit papieren vuilnisemmers suikerbommen aan frisdrank, en daarin dreven zulkdanige blokken ijs dat een salmonellavergiftiging niet veraf kon zijn.
      Plaats moest de hongerige klant nemen aan tafeltjes die waren geverfd in kleuterklaskleuren, op ongemakkelijke stoelen. Daar kon men dan vaststellen dat de pistolets waartussen men de hamburgers had gesmeten, wak waren alsof ze een etmaal hadden liggen te weken in de wasbak, maar dat men er een zestal zaadjes op had gekleefd als blijk van bekommernis om de klant z’n voorraad vitamines. En dat men er een verdacht sterk op karton lijkende snede kaas had tussen gefoefeld om de aanblik van de maaltijd minder troosteloos te maken….

    Het boek leest als een trein, door de vlotte schrijfstijl van Verhulst. Deel I wordt echter abrupt en onverwacht afgesloten en deel II lijkt mij eerder overbodig: een “waarschijnlijke” en eerste ontmoeting tussen een dan hoogbejaarde Jimmy en zijn eveneens “halfbejaarde” halfbroer. Hieruit valt dus af te leiden dat Jimmy gebroken heeft met zijn moeder en minnaar, en zijn halfbroer nooit eerder heeft gezien.
    Ik vond het een heel vreemd einde aan een anders schitterend boek!

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  2. #2 ongeveer 1 jaren geleden door Rigoberta Rigoberta
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Uitgelezen: De figuranten - Bret Easton Ellis

    Bret Easton Ellis (1964) is al lang geen onbekende meer in de wereld der letteren. De figuranten (oorspronkelijke titel Imperial Bedrooms) is dan ook al zijn zevende boek. Ook in deze roman herkent de lezer weer de typische, nihilistische schrijfwijze van de auteur. Het hoofdpersonage is ook geen nieuw figuur in Ellis’ werk: ‘Clay’ dook voor het eerst op in Minder dan niks (Less than zero, 1985), het boek waarmee hij op 21-jarige leeftijd debuteerde.

    Een terugkerend element in Ellis’ werk is het duistere kantje van de maatschappij. Alles lijkt verdorven, ontnomen van elke zin, de wereld draait enkel nog rond roem en oppervlakkigheid. Hij is dan ook lid van de zogenaamde ‘Generatie X’, de generatie die het nihilisme haast leek te cultiveren in haar werk. Ook in De figuranten draait het rond seks en geweld in een nihilistische maatschappij.

    De lezer volgt het verhaal vanuit de ogen en het hoofd van Clay, het hoofdpersonage. De roman is dan ook vanuit een ik-standpunt geschreven, als waren het een soort van memoires. Er is geen alwetende verteller, je komt dus echt alles te weten omdat het hoofdpersonage het je vertelt. Dit zorgt ook voor extra spanning tijdens het lezen: Clay is iets op het spoor, langzaamaan ontrafelt hij de vreemde gebeurtenissen van de afgelopen maanden, en de lezer ontdekt alles tegelijk met hem. Dit zorgt voor een zekere traagheid in de ontwikkeling van de ontknoping, maar het maakt ook dat je als lezer steeds gedreven wordt verder te lezen. Net als Clay wil je weten wat er allemaal gaande is en waartoe alles zal leiden.

    Het is moeilijk het verhaal samen te vatten, aangezien de roman niet echt een grote plot bevat. Ook de verschillende personages die in De figuranten opduiken lijken weinig zin te geven aan hun leven, en leiden een eerder doelloos bestaan. Recensenten noemden dan ook de voorganger van dit boek al een ‘ode aan de apathie’.

    Verrassend is het boek niet, temeer omdat deze thematiek ook vijfentwintig jaar geleden al bij Ellis opdook, toen hij nog een groentje was en zich volop in die generatie X bewoog. Nu echter behoort hij tot de Amerikaanse literaire elite, en verwacht men als lezer van hem meer dan ‘gewoon’ een voortzetting van het vorige. Toch is De figuranten goed geschreven, vooral doordat de spanning die doorheen het verhaal geweven zit, langzaam op de lezer wordt losgelaten. Op het einde lijkt de roman in een soort stroomversnelling te komen, waardoor de lezer, net als het hoofdpersonage, plots in een maalstroom aan gebeurtenissen terechtkomt waarin hij zich niet goed raad weet. Het doet je verlangen het boek meteen te herlezen, om alles écht goed te begrijpen. Dat is dan ook wat ik zal doen.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  3. #3 ongeveer 1 jaren geleden door lchielens lchielens
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Uitgelezen: Willem Elsschot - Villa des Roses

    Van Willem Elsschot las ik jaren geleden Lijmen/Het Been. Het hoofdpersonage in die roman was Boorman, een man die je op zijn zachtst gezegd bijblijft. De karakterschets van de specialist in “mensen bepraten en dan doen tekenen”, ofte “lijmen”, illustreert Elsschots mensenkennis en literaire kwaliteiten op zijn best.

    Dat is – naar mijn mening althans – minder het geval in Villa des Roses, de debuutroman uit 1913 van Alfons de Ridder/Willem Elsschot. We lezen over een familiepension in Parijs en haar bewoners: uitbaters meneer en mevrouw Brulot en hun huisaapje Chico, gasten als mevrouw Gendron, de Noor Asgaard en de architect Brizard. Niemand van hen laat echter een blijvende indruk achter. Een uitzondering is misschien de Duitser Grünewald, die gevoelloos omgaat met het hopeloos verliefde dienstmeisje Louise. De naïeve jonge weduwe ziet in Grünewald haar grote liefde. Hun geheime afspraakjes en haar twijfels over zijn eeuwige trouw worden beschreven in boeiende en realistische passages. Misschien minder meeslepend voor een lezer die enig tempo op prijs stelt zijn de dagelijkse belevenissen van de andere pensiongasten. Al moet ook gezegd worden dat Elsschot hun tragiek op onmiskenbaar sarcastische en humoristische wijze schetst. Niets is de kleinburgerlijke mens vreemd: onbetaalde rekeningen, intriges, misbruik, diefstal en bedrog.

    Elsschot baseerde het boek op zijn eigen ervaringen in Parijs en liet niet na om in interviews te benadrukken hoe autobiografisch de roman is: ‘Die onsympathieke Duitser uit mijn eerste boek was ik zelf’.

    De literaire kwaliteit van de roman staat buiten discussie. Elsschot blinkt uit in wat Tom Lanoye het ‘less is more’-principe noemt: een klare stijl zonder franje die haaks staat op wat modieus was in die tijd. In 2010 is het 50 jaar geleden dat Elsschot stierf. De kleinburgerlijke mentaliteit die hij beschreef blijft actueel.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital