- Alle reacties
- Reacties geschreven nà de activiteit (9)
Voeg een reactie toe
Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:
- (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
- een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
- foto’s opladen en vrienden toevoegen
- Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
- andere reacties beoordelen


jazz&sounds festival aangekondigd op Cobra
cobra zendt het interview uit waarop ik het festival toelicht. Als je zin hebt in een mix van gepraat en muziekfragmenten op neve dan luister je hier
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Aftrap vierdaagse in schoon gezelschap
De sympathieke documentaire ‘Hazentijd’ (over drummer en beeldend kunstenaar Han Bennink, eind april te zien in Vooruit) mocht het vierdaagse jazz-festijn ‘Jazz & Sounds’ voor een kleine schare geïnteresseerden openen. Wie geboeid is door de muziek van de man, komt met deze documentaire aardig wat meer te weten en de natuurlijke stijl van filmen zal ook de leek kunnen charmeren.
Charmeren, dat deden ook Remco Campert en Jules Deelder, zij het in bescheidener mate. Campert was niet de spraakwaterval waarop het publiek zat te wachten (de man heeft dan ook al een gezegende leeftijd bereikt) en Deelder deed zijn reputatie van onvoorspelbare entertainer alle eer aan. Dat het niveau daarbij helaas niet altijd om over naar huis te schrijven was, is een mineur detail. Dat menig muziekliefhebber daarvoor Colin Stetson links liet liggen, doet wellicht meer pijn. Gelukkig wist Ben Sluijs het moment nog ietwat op te vrolijken, met fraaie, maar te weinig gevarieerde improvisaties.
Erik Truffaz vormde zonder meer het hoogtepunt van de avond. Wie hem kent van zijn heerlijke, loungy projecten, mocht bij dit iets spitantere duo met Malcolm Braff even slikken. Het optreden kwam overigens moeilijk op gang, mede door een horde fotografen die het concert onvoorstelbaar stoorden. Ook was het even wennen aan Braff, die vaak in een overvloed van noten leek te verdrinken en sneller speelde dan een mens kan denken.
Aanvankelijk waren het bijgevolg vooral de ballades die grote ogen wierpen (‘Manon’, naar Gainsbourg, en ‘Betty’), maar eenmaal het optreden een funkyer kantje kreeg, kwam de sfeer er pas echt goed in. Het tweede deel van het concert was nagenoeg perfect, ondanks het feit dat Truffaz geen wereldschokkende dingen uit zijn trompet haalt. Zijn milde gebruik van elektronische effecten is echter perfect gedoseerd en prachtig zweverig.
Over het geweld van ‘Hairy Bones’ moeten de kenners maar hun zegje komen doen, want deze oren waren amper bestand tegen het forse geweld van de weergaloze Brötzmann en zijn minder voorname kompanen. Het optreden ging al vrij snel kopje onder in een pompeuze overkill van gitaren en drums, waartussen weinig interessants te ontdekken viel. Maar een echte free jazz-fanaat had er misschien toch meer aan…?
Al bij al mogen we spreken van een geslaagde aftrap. Alleen aan de zondvloed fotografen moet de komende dagen (hopelijk) iets gedaan worden. Op het Gent Jazz Festival bestaat de regeling dat die mensen alleen de eerste 3 nummers mogen fotograferen, wat ook meegedeeld wordt aan het publiek, zodat geen nodeloze frustratie ontstaat om het voortdurende geklik. Op zich geen slecht idee om ook bij ‘Jazz & Sounds’ toe te passen…?
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Een uitstekende openingsavond
Na één avond Jazz & Sounds meegemaakt te hebben kunnen we toch al spreken van een zeer geslaagd festival. Niet alleen zat de opkomst wel snor, getuige de goedgevulde Theaterzaal bij Erik Truffaz, maar ook de muziek was van een bijzonder hoge kwaliteit deze eerste avond.
De documentaire over Han Bennink heb ik helaas moeten missen, maar blijkbaar hadden we wel de goede keuze gemaakt om naar Colin Stetson’s saxofooncapriolen te gaan luisteren in plaats van naar Jules Deelder en co. Want wat Stetson hier presteerde, was niet minder dan een absolute tour de force. Hij speelde een zestal composities, drie op bassax, twee op altsax en eentje op klarinet, waarin hij toonde enorm beïnvloed te zijn door het academisch minimalisme van Steve Reich en Philip Glass. Vooral de stukken op bassax waren indrukwekkend, met hun diepe tonen, scherpe uithalen en ook wel de “choreografie” die Stetson met het instrument uithaalde. De meeste indruk maakte het eerste nummer “Judges” waarin hij allerlei ingewikkelde technieken bovenhaalde met het grootste gemak en zowaar een echte song met zanglijn en al speelde. Zelden zagen wij iemand met zo’n uitstekende beheersing van het circulair ademen. Kortom, een prachtig concert zoals je ze maar zelden meemaakt, waarvan we even stom geslagen waren en waarvoor mijn woorden te kort schieten.
Eerlijk gezegd, na die krachttoer van Stetson hadden wij helemaal niet zoveel zin meer om nog een ander concert te gaan bekijken. Verzadigd waren we immers al. Toch hebben we onszelf gedwongen om Erik Truffaz en Malcolm Braff ook een kans te geven. Aanvankelijk lukte het ook niet echt om geconcentreerd naar de twee topmuzikanten te luisteren, we zaten nog te veel in de sfeer van het vorige concert, en vooral, het leger fotografen op de rijen voor ons hoopte de foto van hun leven te maken verstoorde de aandacht grondig. Overigens denk ik wel dat er een limiet opstond, want na een drietal nummers stopten ze inderdaad, en konden we ons meer concentreren. Het lag echter ook aan het feit dat Truffaz en Braff hier een beetje de gemakkelijke weg namen. Vooral Truffaz is tot meer in staat dan wat hij gisteren tentoonspreidde. Desondanks was het een sterk concert, waarbij vooral Braff indruk maakte, misschien omdat hij duidelijk plezier beleefde aan het concert, terwijl Truffaz eerder apathisch zijn langgerekte naar Miles Davis leunende melodielijnen speelde. Overigens heeft Braff ook een veel indrukwekkender baard dan Truffaz.
Afsluiten werd er dan gedaan met Hairy Bones, een combo dat een viertal bijzonder begenadigde muzikanten verzamelt. Vooraf was gewaarschuwd dat dit een stevige brok energie ging worden, maar toch waren we totaal overdonderd toen het kwartet zonder enige waarschuwing in een totale explosie van freejazzgeweld uitbarstte. Dat was indrukwekkend voor een halfuur, maar daarna begonnen zich toch de beperkingen van het kwartet te tonen. Al te vaak hervielen ze in te gelijkaardige patronen, en het hele middenstuk leek totaal inwisselbaar. Op het einde werd de draad dan toch weer even opgepikt en wisten ze toch vrij indrukwekkend te eindigen. Anderzijds ben ook ik geen echte freejazzkenner of -liefhebber. Getuige het bijzonder enthousiaste applaus vooraan in de zaal was het voor de echte liefhebber duidelijk wel een schot in de roos, maar wij hebben toch graag wat meer variatie.
Al bij al was dit een ijzersterke openingsavond voor dit nieuwe festival dat voor mijn part gerust een constante mag worden in het Gentse jazzlandschap. De goede opkomst doet vermoeden dat het festival zelf ook wel een schot in de roos is, maar laten we daarmee misschien best afwachten tot het festival gedaan is. Ik kijk alvast uit naar de volgende avond!
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Dit was eigenlijk reeds de derde dag van het festival. De eerste dag in Vooruit werd voorafgegaan door twee concerten in Zaal Miry die overigens waren inbegrepen in de vierdagenpas, die dus recht geeft op zes dagen toegang. Dat is verwarrend en ik weet niet of het daardoor komt dat de opkomst voor Miry onterecht laag was. Zeker de tweede dag was erg de moeite waard met enkele spannende werken voor klarinet in hedendaags klassieke kamermuziek. Na de pauze toen twee meesterwerken van Steve Reich, wat meteen een link legt met Colin Stetson waarin inderdaad invloed van minimalisme te horen valt.
De techniek van Stetson is alles behalve klassiek of academisch. Hij beheerst allerlei uitgebreide technieken zoals in free jazz, kan circulair ademen ook op een werkelijk groot instrument als de bassax en weet twee lijnen tegelijk te produceren en door gebruik van zijn stem zelfs tegelijkertijd te laten weerklinken. Met die techniek doet hij ook iets, zodanig dat hij op goed drie kwartier tijd zes stevig gestructureerde stukken neerzette. Werkelijk zeer indrukwekkend en zonder meer het hoogtepunt van de avond.
Jammer genoeg is het daarna inderdaad bergaf gegaan. Het duurde een hele tijd eer het concert van Braff en Trufaz op gang kwam en ik denk niet dat het alleen aan de fotografen lag. Braff speelde de hele tijd een waterval aan noten. Het lag dus vooral aan Trufaz die pas in het tweede deel met enige zeggingskracht begon te spelen.
Ik had grote verwachtingen naar Brötzmann en co. nadat ik in 2004 een schitterend concert heb gehoord eveneens in de Balzaal van Vooruit. Dat was een akoestisch trio. Tot mijn spijt heb ik deze keer zo goed als niets van Brötzmann gehoord. Het concert verdronk in een overdaad aan drums en bas. Nochtans hing Brötzmann telkens een microfoontje in zijn instrument, maar zijn geluid ging helemaal verloren in de mix. Enkel wanneer drums en bas niet of heel stil speelden was hij te horen. Ik ben ook aan het podium gaan staan om iets op te vangen van het akoestisch geluid, maar ook dat werd vedrongen door de drums en de basversterker. Wat me bijblijft zijn dus drums en bas die op de duur wat monotoom werden, elektronisch gemanipuleerde trompetklanken en een blazer die vijf keer zijn riet heeft vervangen voor iets dat ik nauwelijks heb kunnen opgevangen.
Maar goed. De echte festivalsfeer was pas voor het eerst te proeven in Vooruit te met goed gevulde zalen en veel mensen die zich verplaatsen. Dat smaakt naar meer.
Reageer hieropBewaar dit item (0)
muziek van de bovenste plank
Normaal ging ik naar theater gaan die avond. Ben ik eventjes blij dat ik aanwezig was op dit indrukwekkend jazzfestijn. De avond werd op passende wijze ingezet met ‘hazentijd’. Bennink die voorgesteld werd als een ouwe rot in het vak, een boom van een kerel die blijft meegaan in de jazzwereld tot vandaag (20 april o.a. te zien in de vooruit). Je ziet heel zijn carrière voorbijgaan in een uurtje en volgt zijn parcour waarna je vervolgens de logische conclusie maakt dat jonge kerels grote mannen kunnen worden. Mensen groeien in wie ze zijn, worden wijzer en beter met de jaren.
Als je vervolgens de nog vrij jonge Colin Stetson aan het werk ziet, die totnogtie één cd en veel indrukwekkende samenwerkingen op zijn naam heeft staan , dan verlang je al om zijn toekomstige platen te horen. Voor mij was hij het absolute hoogtepunt van de avond. Zoals Gowaart hierboven zei, woorden schieten mij ook tekort. Het was een belevenis en ware revelatie van begin tot einde. Voor mensen die zelf blaasinstrumenten bespelen lijkt wat Stetson doet praktisch onmogelijk. Moeilijke blaastechnieken, circuleren op een bassaxofoon, daarboven nog eens neuriën en zotte vingervlugge grepen nemen en dat dan nog eens allemaal tegelijk laten weerklinken. Daarmee kom je tot een oergeluid waar ik gerust een hele avond wou naar luisteren. Het was muziek om tegelijk bij te mijmeren, te huilen, te genieten en je te verstommen met deze verrijking. Na zijn concert had ik geen grijntje zin om nog naar iets anders te gaan, maar Truffaz en Braff zijn te mooie namen om zomaar links te laten liggen.
In het begin deden Truffaz en Braff me dan ook weinig, enerzijds door de klikken van de horde fotografen, anderzijds door eerst Stetson aan het werk te hebben gezien. Na een tijdje zat ik er wel helemaal in en kon ik toch echt wel genieten van de nummers die ze brachten. Soms wel gemakkelijk, omdat je het gevoel hebt dat het al lang bestaat sinds Miles Davis werd geboren, maar toch was het ook wel puur genieten van iedere maat. Zijn trompet klinkt zo mooi en daarom vond ik zijn elektronische snufjes eigenlijk een beetje overbodig. Jammer dat je op zo’n moment niet kunt teruggaan naar het akoestische, want Truffaz kan dat zeker. Braff, die klassiek geschoold is, kon me in zekere zin meer bekoren. Als je hem zou zien wandelen op straat (een struise kerel met een enorme baard die mij deed denken aan Pedro Estevan), zou je niet direct een piano bij hem denken, maar ze passen wel degelijk bij elkaar. Kortom, mooie en aangename muziek, maar weinig vernieuwing in mijn ogen.
Kort zal ik zijn over het laatste, want ik ken weinig over freejazz en wist Harry Bones zijn kwartet dan ook moeilijk te plaatsen. De ritmesectie had veel weg van een hardcoreband en Brötzmann speelde van korte ademhaling naar kort blaasmoment, wat nogal opgespannen klonk. Je kon hem ook niet duidelijk horen door het muzikale geweld van de anderen. De wildere stukken wisselden zich af met meer tragere, minder geweldige waar de Japanse Toshinori Kondo trompetteerde met behulp van een hoop elektronische snufjes. Die delen vond ik in het algemeen beter, maar zouden ook niet overkomen zonder het contrast. Een geweldig applaus gingen tussen de nummers door de zaal, dus kon het kwartet de fans wel bekoren. Mijn stijl is het zeker niet voor de volle honderd procent, maar vond het wel eens de moeite om eens te zien.
Een avond vol nieuwe ontdekkingen waar vooral Colin Stetson een enorme diepe indruk heeft nagelaten. Een muzikant om absoluut op de voet te volgen. Tevens ook een festival om op de voet te volgen!
Reageer hieropBewaar dit item (0)
De documentaire “Hazentijd” was een mooie kennismaking met de markante figuur die Han Bennink is, als drummer, als beeldend kunstenaar en als natuurliefhebber.
Jules Deelder en Remco Campert waren goed, maar struikelden net iets te vaak over hun eigen woorden om écht te overtuigen. Het weinig relevante saxofoonspel van Ben Sluijs zal daar misschien voor iets tussen zitten; de combinatie was nogal geforceerd en ik meende vooral Campert een paar keer geïrriteerd te zien kijken bij de lange improvisaties die bij momenten nergens heen gingen.
Erik Truffaz en Malcom Braff brachten muziek die aan klassieke ideeën over schoonheid beantwoordde, iets wat naar mijn bescheiden mening in de hedendaagse jazz iets te zelden gebeurt. Al was dit dan bij momenten weer té braaf.
Hairy Bones was niet veel meer dan héél veel energie op het podium, gebracht door muzikanten die recht uit een metalcafé lijken te komen. Maar héél veel energie, daar komt een mens al een eind ver mee. Ik probeerde me tijdens het concert voor te stellen hoe een combinatie van jazzballet en een moshpit eruit zou zien, maar ik ben tot dusver niet tot bevredigende antwoorden gekomen.
Reageer hieropBewaar dit item (0)
De goddeau-versie
Onlangs verleende de Unesco aan Gent de titel van ‘Creative City Of Music’. Dat het net zo goed ‘City Of Creative Music’ had mogen zijn wordt bewezen met de eerste editie van het gloednieuwe, ambitieuze Jazz & Sounds, dat een indrukwekkende staalkaart biedt van wat er zoal gaande is binnen de hedendaagse experimentele muziek.
Donderdag 25 maart
Rock, jazz en avant-garde gaan hand in hand tijdens het festival, en als er een artiest is die het samengaan van die werelden belichaamt, dan is het wel saxofonist Colin Stetson. De man is vooral bekend door z’n samenwerkingen met o.m. Tom Waits (lees er de boekjes van Alice en Blood Money maar eens op na), Arcade Fire en The National, maar maakte ook al indruk met solowerk als New History Warfare, Vol. 1 (2008), een imposante krachttoer die echter in het niets verglijdt in vergelijking met de live-ervaring die ons te beurt viel. De man teert vooral op twee technieken: de circulaire ademhaling (die hem in staat stelt om ononderbroken te blijven spelen) en die van de multiphonics, waardoor het lijkt alsof z’n ademstoten gespleten worden en je meerdere blazers denkt te horen
Het eerste nummer (“Judges”), dat uitgevoerd werd op een kolossale bassaxofoon (de grote broer van de bariton), was meteen een fenomenale binnenkomer. Stetson wiegde en blies net zo energiek als Mats Gustafsson en galmde als een stoomboot die de Domzaal deed daveren. Al snel wendde hij al z’n technieken aan om de sound aan te dikken, waardoor hij op z’n eentje een overdonderende volheid op poten zette. Zijn songs, waarvan er drie uitgevoerd werden op de bassax, twee op de alt en eentje op de klarinet, zijn doorgaans vrij eenvoudig (hier niet het van-de-hak-op-de-tak-gespring van de free jazz) en zeer repetitief, wat het concert verrassend toegankelijk maakte. Nu eens hard en hypnotisch, dan weer zalvend en haast pastoraal. Stetson legde de lat meteen erg hoog.
Dan naar de theaterzaal voor de samenwerking tussen trompettist Eric Truffaz en pianist Malcom Braff. Of het te maken had met Stetsons oplawaai of de aanpak van de twee is ons niet duidelijk, maar we vonden er eigenlijk maar niks aan. De Zwitserse Truffaz, die van alle markten thuis is, heeft de charme om liefhebbers van zowel klassieke als avontuurlijke jazz aan te spreken, maar wat we te horen kregen klonk weinig geïnspireerd: z’n spel met loops was weinig creatief, z’n versie van Gainsbourgs “Manon” redelijk flets en van chemie met Braff was geen sprake. Van die laatste onthouden we vooral zijn monsterbaard en sandalen. We dropen af richting balzaal, waar we opgewacht werden door de zwaargewichten van deze editie.
Hairy Bones is een van de jongste bands van de legendarische Peter Brötzmann. Een vorige passage deed ons nog vrezen dat hij zijn instrument gewoonweg kapot zou blazen en de energie was er deze keer niet minder op, integendeel. Zelden een band gezien die zo gretig, woest zelfs, uit de startblokken schoot. De saxofonist, die volgend jaar zeventig wordt, speelt nog steeds in lange uithalen, gierende en ziedende ademstoten die dat bekende beeld van Munch van een soundtrack voorzien. Het is een oerklank, een directe uppercut waar geen waarschuwing aan voorafgaat. Zet daar dan nog eens een Japanner bij die er niet in slaagt om een normale klank uit z’n gemanipuleerde trompet te krijgen (Toshinoro Kondo), een Italiaan die met z’n eigen band de muur tussen free jazz en freakpunk consequent sloopt (Massimo Pupillo van Zu) en een jonge Noor die we stilaan de beste jazzdrummer van Europa durven noemen (Paal Nilssen-Love), en je weet dat dat garant staat voor een potje nietsontziend beuken.
Van subtiliteit is hier inderdaad weinig sprake. Als die er al was, dan werd die bovendien netjes de das omgedaan door een loeiharde en lompe geluidsmix, die de viscerale impact van de muziek dan weer ten goede kwam. Stukken duurden doorgaans 10-15 minuten en kenden op enkele losse momenten na (hier en daar een dialoog tussen Nilssen-Love en Brötzmann/Kondo) geen rustpunten. Woeste teringherrie, dat was het. Een onaflatende aframmeling en een festijn voor zij die hun free jazz graag genadeloos en vuil hebben. Meer dan vier decennia na het klassieke Machine Gun staat Brötzmann nog steeds in de frontline van een stroming binnen het genre die hij op de kaart hielp zetten. Vier decennia na Machine Gun is het nog steeds een van de meest opwindende dingen die op een podium te horen zijn
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Verslag van Colin Stetson van Draaiomjeoren
“En toen stond die muzikant daar in de Domzaal. Met een loodzware bassaxofoon die hij, bungelend aan een iel draagkoordje, heen en weer zwierde als was het zijn klarinet. En zonder elektronica. In plaats van loopjes speelde Stetson gewoon harmonieken, waardoor het wel leek alsof hij met een meerstemmig instrument bezig was. Bovendien kwam de techniek op geen enkel moment over als een gimmick, of gratuite bravoure, maar was de man heel muzikaal bezig. Een fantastisch begin van deze festivalavond.”
lees het volledige verslag op http://www.draaiomjeoren.com/2010/03/jazztube-48-concert-jazz-sounds.html
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Mooie video, bedankt!
schitterende bijdragen van onze bloggers
moet eerlijk bekennen dat jullie concertverslagen een belangrijke verrijking zijn voor de Vooruit-website. Het feit dat jullie verschillen van smaak en jullie meningen goed onderbouwen, jullie enthousiasme of ontgoocheling niet onder stoelen of banken steken, maakt jullie tot waardevolle redacteurs van deze site. En als programmator kan ik me niets beter toewensen.
Reageer hieropChapeau gasten!
wim
Bewaar dit item (0)