Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Voeg een reactie toe
  1. #1 ongeveer 7 maanden geleden door wimw wimw
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Mostly Other People Do The Killing – mind blowing jazz

    Ik zag MOPDTK aan het werk op het Moers festival – een gereputeerd international jazz festival met een zeer degelijke programmering. Ik kende de eerste cd van de band en wist dat ze bekend stonden voor een partijtje mind blowing jazz. De 4 muzikanten zijn heel virtuoos. Hun opdracht: laten horen dat jazz goeie muziek is en niet vervelend, meer zelfs – jazz is fun. Dat motto werd op de scene meer dan bewaardheid. Stevige composities- de meeste van de hand van contrabassist Moppa Elliott uitgevoerd met zoveel branie en vakmanschap dat ze je echt wegblazen. Er is een glansrol weggelegd voor Peter Evans –de trompettist die algemeen aanzien wordt als het grote nieuwe licht als het op zijn instrument aankomt. In alle polls wordt hij naar voor geschoven al dé trompettist van het nieuwe decennium. In ieder geval het talrijke publiek in Moers ging plat voor de band. De groep moest tot twee keer toe terug het podium op.

    MOPDTK heeft net een nieuwe cd uit ‘Forty Fort’. Zoals de vorige platen van de groep, wordt ook deze regelrecht de hemel in geprezen. In Kwadratuur schreef Koen Van Meel een laaiende recensie (4 sterren1/2) die hij treffend afsluit met: ‘MOPDtK leeft, bruist en trapt ongegeneerd om zich heen. ‘Forty Fort’ is een energiestoot, het soort album dat, als het ooit verkrijgbaar is in blikjes, Redbull aan de rand van het faillissement zal brengen.’ (lees hier de volgende tekst – ). Je kan op de site ook een paar nummers van Forty Fort beluisteren.

    Als je zin hebt in een goeie boast energie en vooral goeie muziek –dan is de balzaal op donderdag jouw place to be!

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  2. #2 ongeveer 7 maanden geleden door jeroen jeroen
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Recensie op all about jazz

    “The music here is sharply ironic and features more complex melodic inventions set against a backdrop of hugely challenging harmonies and gut-wrenching rhythms.”

    lees de volledige recensie op:

    http://www.allaboutjazz.com/php/article.php?id=35523

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  3. #3 ongeveer 6 maanden geleden door Boleuzia Boleuzia
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Recensie op Goddeau

    Frivole charlatanjazz” noemde een van onze compagnons het achteraf. Hij bedoelde dat niet als een compliment. Om maar te zeggen dat niet iedereen het begrepen heeft op de relativerende fratsen en ironische benadering van het kwartet. Er viel nochtans heel wat fraais te horen voor zij die dit naast zich neer konden leggen (of het net als een bonus beschouwden).
    Image

    Het klopt ergens wel dat je bij MOPDTK niet moet zijn voor doorleefde, spirituele jazz van de Coltrane-school: daarvoor dragen deze vier belhamels net iets te graag een narrenpak, hebben ze net te weinig geduld en krijgen ze het, vermoeden we, gewoonweg op hun heupen van songs die het boeltje niet op stelten zetten. Puberaal vermaak misschien, maar soms wel van zo’n hoog niveau dat die geinigheid en opgestoken vinger ronduit aanstekelijk was. De band had er een vermoeiende, ellendige dag opzitten (het had iets te maken met vervelende Duitse treinconducteurs en verplaatsingen van 12 uur). Dat leek aanvankelijk de show te gijzelen. Niets was minder waar.

    Opener “Pen Argyl”, tevens het startschot van het pas verschenen Forty Fort, schoot meteen uit z’n krammen als een schuimbekkende buldog, waarbij het basloopje van Moppa Elliott meteen van het podium geveegd werd door de manische roffels van Kevis Shea, die z’n reputatie van ‘Animal van de jazz’ alle eer aandeed. De erop volgende twee uur zou overigens niet veel aan z’n houding wijzigen: de man is een furieuze rammelaar, een chaoot die, zoals Han Bennink, weigert om langer dan twee maten hetzelfde ritme aan te houden, geregeld uitpakt met jazzvreemde rockritmes of rotzooit met z’n elektronisch speelgoed (dat doorgaans weinig toe te voegen heeft aan het geheel).

    Verder was het ook uitkijken naar de performance van trompettist Peter Evans, wiens naam in de wandelgangen van de experimentele jazz steeds vaker in verband gebracht met termen als “toekomst” en “jazz”. De man moet bogen op een haast onbestaand charisma (op het podium alleszins) en stond erbij als een expressieloos ijskonijn, maar wat hij liet horen was bij momenten genoeg om de onderkaak naar beneden te laten vallen. In andere contexten zit hij vaak in de zone van abstracte spielereien en non-muzikale geluiden. Hier was het een geschetter en gefleem, gepruttel en geraas, alsof Louis Armstrong, Fats Navarro, Woody Shaw en Dave Douglas een bastaardzoon gekregen hadden. Ondanks het drumgeweld van Shea en de democratische filosofie van de band ging Evans elke keer opnieuw lopen met de aandacht: de man is een monstertalent.

    Tenorsaxofonist Jon Irabagon was de opvallende ‘afwezige’: we hebben er geen idee van of het te maken heeft met vermoeidheid of een ingetogen karakter, maar de man liet amper meer dan een minzame glimlach zien en speelde duidelijk tweede viool voor Evans. Hier en daar liet hij mooie staaltjes van wendbare, uit decennia jazzgeschiedenis geputte solo’s horen, al bleef hij eerder op de achtergrond in die frontlinie. Bassist Elliott maakte der dan weer het beste van met gortdroge grooves en nu een dan enkele verdomd swingende passages. Hij is duidelijk het anker en de motor achter de groep.

    Basisthema’s werden doorgaans intact gehouden, maar songs volgden vaak een heel ander parcours dan de albumversies, waarbij muzikanten ruim de tijd namen om aan het improviseren te slaan, overgangen uit te stellen en songs aan elkaar te knopen. Zo werd vroeg in de set al meteen uitgepakt met een eclectische medley van “St. Mary’s Proctor”, “Biggertown” (uit hun vorige, This Is Our Moosic) en “Rough and Ready”. Met hun stijl, die soms vertrekt vanuit ouderwetse swing, vervolgens Blue Note hardbop aandoet, passeert via Ornette Colemans free jazz en het circusgebral van het ICP Orchestra zaten ze al snel met een ultra-eclectische aanpak, nog eens extra in de verf gezet door de soms wat lullige spelletjes van Kevin Shea (zoals de jingle bells tijdens “Blue Ball”).

    De tweede set ving aan zoals de eerst: “Little Hope” had een vette groove en uitzinnig drumwerk, legde vervolgens een bluesy heupengedraai neer en volgde een vrij strakke structuur. Dat gold ook voor het old school festijn dat “Two Boot Jacks” is. Voor de ene wat onnozele hoempapa, voor ons dan weer een staaltje naar Dixieland neigende jazz met een hoog Satchmo-gehalte. Het soort dijenkletserij dat je ook in een set van Flat Earth Society tegen kan komen. Het spel bleef energiek en geïnspireerd, al hadden we wel het gevoel dat de set iets korter had mogen zijn om maximum impact te behouden. Gelukkig was de abrupt afgeronde afsluiter “My Delightful Muse” een van de vele hoogtepunten.

    Conclusie: MOPDTK deed wat we verwachtten: charmeren en de boel (een beetje) op stelten zetten. Niet iedereen in de band leek er op elk moment even veel zin in te hebben, iets dat gelukkig gecompenseerd werd door de freewheelende, breed grijnzende aanpak die achter de muziek schuilt. Duidelijk geen spek voor ieders bek, al zijn er dingen gebeurd waar geen mens omheen kan, zoals de indrukwekkende dominantie van Peter Evans.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

    1. #3-1 ongeveer 6 maanden geleden door kynicus kynicus

      Weinig aan toe te voegen. Verspreid over twee delen liet ‘Mostly Other People Do the Killing’ haar waanzinnige visie op de jazz-traditie horen. Hun muziek is diep geworteld en zit boordevol rechtstreekse verwijzingen naar de jazz van weleer (van dixieland over bebop naar free en terug), maar door de grote hoeveelheid zelfrelativering en het zichtbare gemak waarmee de muzikanten spelen, overstijgt de groep het louter nostalgische niveau.

      Alleen wat betreft de tenorsaxofonist wil ik het oneens zijn met mijn collega. Juist bij zijn solo’s had ik het meest het gevoel dat hij een perfecte symbiose vindt tussen jazz van vroeger en hoe daar een eigen kwinkslag aan geven. Evans en Shea laten de traditie al snel voor wat die is (hoewel Shea gemakkelijk in heerlijke funk-ritmes vervalt), terwijl Irabagon veel meer met het oude bezig lijkt. Dat hoorbaar verschil in perspectief houdt de solo’s echter gevarieerd, dus mij hoor je over Irabagons bijdrage absoluut niet klagen.

      Verder rest mij de Vooruit-ploeg te feliciteren die Mostly Other People Do the Killing naar de immer charmante Balzaal heeft weten te krijgen. Een overdonderend concert vol gewortelde, hilarische, snoeiharde jazz…wauw!

  4. #4 ongeveer 6 maanden geleden door Gijs Gijs
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Voer voor fans van eclectische waanzin

    Toen mijn leraar muziek op de middelbare school volgens zijn cursus iets moest vertellen over muzikale humor, raakte hij niet verder dan een liedje van urbanus. Dat enkel de tekst, en dan nog nauwelijks, grappig was, dat ontging het overgrote deel van de klas.

    Muzikale humor, voor mij is dat de kunst van iemand te doen lachen door op instrumenten te spelen. En daarin slaagden de 4 heren van Mostly Other People do the Killing zeker. Waar ze ook in slaagden was steengoed spelen, en het publiek een waanzinnig optreden voorschotelen.

    Stel je vier zatte nonkels voor die hun ‘nuchterheid’ willen bewijzen, niet door op één been te staan of op een rechte lijn te lopen, maar door in één trek de hele jazzgeschiedenis door de verhakselaar te jagen. Mijn hyperactieve iconoclastenzieltje kwam een klein beetje klaar, en dan waren we nog maar één nummer ver.

    De muziek reisde heen en terug tussen de wijnafdeling van Delhaize en de straten van Kabul, met zachte passages waarin de zat rondstrompelende contrabas vergeefs het rimte van de bulderlachende tenorsax opzocht, en harde stukken waarin de drummer zich in een hardcore punkband waande en de trompettist zijn instrument daar nog eens over heen liet schreeuwen. Tekenend voor de gekte was een rondje trading fours tussen een drumcomputer op overdrive en een melige blazerspartij.

    Als deze recensie klinkt alsof ze in de fik staat, dan komt dat enkel en alleen omdat MOPdtK de zaal in lichterlaaie zette. Ik ben geen jazzkenner, ik zal het wellicht nooit worden, maar dit optreden was voor mij een topper.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  5. #5 ongeveer 6 maanden geleden door peterdb peterdb
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Gimmick

    Deze muziek valt nog het best te omschrijven als Ornette Coleman (uit zijn beginjaren) op speed en met een grote dosis humor (waar het Ornette aan ontbreekt). Maar op de duur vond ik hun aanpak toch vooral een gimmick, eigenlijk. Al hebben Peter Evans en Jon Irabagon (nu weten we ook dat we die I niet hoeven uit te spreken) een grote indruk gemaakt als solist.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  6. #6 ongeveer 6 maanden geleden door Geert Vandepoele Geert Vandepoele
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!
    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent