Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Voeg een reactie toe
  • Alle reacties
  1. #1 over 2 jaar geleden door Helen Tibboel Helen Tibboel
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    De meelezer: “De werkplaats van de duivel” van Jáchym Topol

    Op de achterflap van “De Werkplaats van de Duivel” wordt de vraag gesteld of de gruwelen van de tweede wereldoorlog opnieuw kunnen gebeuren. Naarmate het verhaal vordert, wordt steeds duidelijker dat de hoofdpersoon van de roman ongetwijfeld “ja” zou antwoorden.

    Ten eerste is hij opgegroeid in het Theresiënstadt van na de tweede wereldoorlog. Hoewel hij zelf de oorlogsmisdaden nooit heeft meegemaakt zijn ze voor hem toch aan de orde van de dag. De uitgedunde vestingstad bestaat voornamelijk uit kampoverlevenden en oorlogsveteranen. Zijn moeder, die het kamp ternauwernood heeft overleefd, en zijn vader, majoor in het Tsjechische leger, zijn oorlogshelden. En “daar zijn er bij ons in Theresiënstadt zat van”, aldus de hoofdpersoon. Als kind speelt hij in bunkers, catacomben en ondergrondse gangen, waar hij en anderen restanten van de gruwelijkheden verzamelen om ze aan Kops, de hoeder van Theresiënstadt te geven.

    Ten tweede belandt de hoofdpersoon na de dood van zijn vader in de Pankrác-gevangenis waar hij de taak krijgt om ter dood veroordeelden naar de executieruimte te begeleiden. Wederom moet hij zich een weg banen door ondergrondse gangen die getekend zijn door dood en verderf.

    Als hij zijn straf heeft uitgezeten probeert hij samen met Kops Theresiënstadt van de ondergang te redden voor “het geheugen van de mensheid”. Als uiteindelijk het doek van de vestingstad toch valt, belandt hij in Wit-Rusland, waar zijn derde confrontatie met structurele moordpartijen plaatsvindt. Hij wordt geacht mee te helpen aan het op de kaart brengen van de “werkplaats van de duivel”, waar jarenlang massamoorden werden en nog steeds worden gepleegd. Van de massagraven is vaak niet eens duidelijk wie wie van het leven heeft beroofd: “Zijn hier Sovjets door Sovjets gedood, of zijn Sovjets en Joden door Duitsers vermoord, of hebben Duitsers en Sovjets andere Sovjets gedood?” Tenslotte ontdekt hij dat zelfs de nabestaanden afschuwelijke daden niet schuwen om het geheugen van de mensheid te dienen.

    Naast de vraag of het mogelijk is dat de scenario’s die tijdens de tweede wereldoorlog plaatsvonden nog eens zouden gebeuren roept het boek nog vele andere vragen op. Aan het begin van het verhaal krijgt de lezer sympathie voor de jonge verwarde “britsenspeurders”, zoals de hoofdpersoon de nabestaanden van de kampslachtoffers noemt, die Theresiënstadt willen revitaliseren. Maar al gauw worstelt de lezer met de vraag wat deze idealistische jongeren nu werkelijk drijft. Willen ze de wereld met zijn neus op de feiten drukken? Of gaat het om een meer egoïstisch motief om in het reine komen met wat er met hun voorouders is gebeurd? Vervolgens komen de politieke spelletjes en geld om de hoek kijken en blijkt dat de beweegredenen om de begraafplaatsen te herstellen niet louter idealistisch of psychologisch zijn: ook het spekken van de toeristische industrie (“Thailand seks, Italië de zee en schilderijen, Holland klompen en kaas, nou, en Wit-Rusland een horrortrip, of niet dan?”) en internationale betrekkingen spelen een belangrijk motief. Dit leidt tot sinistere verwikkelingen waardoor de lezer uiteindelijk niet meer weet aan wiens kant hij moet staan…

    Niet alleen de duistere gebeurtenissen en feiten die in het boek aan bod komen zorgen voor een zeer onbehaaglijk gevoel. De ietwat naïeve hoofdpersoon maakt het de lezer niet bepaald gemakkelijk. Over zijn gevoelens en motieven spreekt hij amper, hij beschrijft voornamelijk in hoog tempo de bizarre indrukken die hij opdoet. Deze afstandelijke en soms satirische manier van vertellen zorgt ervoor dat het verhaal geen typische oorlogs-tranentrekker wordt, maar uitgroeit tot een tragische geschiedenis vol absurde gebeurtenissen. Dit roept een onheilspellende, bijna hallucinante sfeer op die de lezer choqueert en aan het denken zet.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  2. #2 over 2 jaar geleden door patricia patricia
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    De meelezer: Laat het feest beginnen van Niccolo Ammaniti

    Is het een schande om van de drie schrijvers nog niks gehoord te hebben? Misschien, maar gelukkig is er de literaire lente en Uitgelezen om opnieuw een beetje mee te zijn. Niccolo Ammaniti maakt blijkbaar al een tijdje het mooie weer in de literatuur, een vriendin omschreef hem als de Quentin Tarantino van de literatuur. En ik moet zeggen, ik kon me in het begin van het boek wel in die omschrijving vinden. We maken kennis met Mantos, de leider van de Beesten van Abaddon, een satanische sekte. Alleen gaat het hen niet meteen voor de wind: amper 4 leden en de concurrentie met andere satanische sekten is groter. Niemand kent hen, het is lang geleden dat ze nog iets gedaan hebben en die laatste keer was ook al een beetje een mislukking, al leverde het hen wel een nieuw lid Silvietta op. Mantos heeft het thuis niet gemakkelijk, verkoper in het meubelbedrijf van zijn schoonvader, zijn vrouw loopt er dan wel bij als een heet ding, maar veel valt er niet van te merken, en nu is er ook nog de tweeling. Ook Fabrizio Ciba zit een beetje in een sukkelstraatje. Zijn vorige boek, een algemeen bejubelde bestseller is al een hele tijd geleden en het vervolg laat op zich wachten. Een televisieprogramma kon misschien zijn bekendheid helpen, maar een nieuwe rijzende ster in de Italiaanse literatuur, jonger ook, en bij dezelfde uitgever, vormt toch wel een serieuze bedreiging. En dan zijn er nog de vrouwen…

    Ammaniti schrijft zoals Italianen spreken, met veel beelden en ik kon het wel appreciëren. De personages worden er heel kleurrijk door. In dit boek zijn er slechts 2 verhaallijnen, die van Mantos en van Ciba. De twee hebben niks met elkaar te maken, zou je zeggen, maar je weet gewoon verder in het boek smelten die lijnen op de één of andere manier samen. En dat is op het feest waarvan sprake in de titel. Een excentrieke miljonair heeft een spetterend feest in zijn park in Rome. Mantos en de bendeleden plannen er een grootse actie zodat hun satanische sekte geschiedenis gaat schrijven. Ciba is er als Italiaanse bekende kop op uitgenodigd, wat tegen zijn zin. Ik denk dat op dit moment mijn aandacht wat begon te verslappen. De uitvoerige beschrijvingen van de geplande activiteiten, alle personages die eigenlijk eerder als achtergrond gebruikt worden, terwijl ze toch meer potentieel in zich hebben.

    Gelukkig zijn er dan de feestverstoorders die als een deus ex machina op het toneel komen. Ik durf hier niet te veel vertellen om het plezier van anderen niet te verpesten, maar ik was eigenlijk wel wat teleurgesteld. Niet omwille van de wending, want die vind ik schitterend gevonden, wel omwille van hoe oppervlakkig dit uiteindelijk blijft. Schrijven is schrappen, zegt men wel eens en dit was zeker voor dit boek van toepassing, niet in het eerste deel waarin je de personages leert kennen en appreciëren, maar wel in het laatste deel. De beschrijving van de oude dekplaat van het watersysteem en waarom die niet vervangen was geweest, was een aardigheidje maar haalde de vaart uit het boek en was op zich overbodig. Ik zou me daar zeker geen vragen bij gesteld hebben over het hoe en het waarom. En dat is zowat het gevoel dat je krijgt, de schrijver probeert de achterliggende redenen net iets te uitvoerig te verantwoorden en tegelijkertijd net te weinig om een meerwaarde voor het boek te betekenen. De oude sportjournalist die zijn kranten ging halen de ochtend na het feest en dan oog in oog staat met die Rus, had wat mij betreft wat meer body mogen krijgen. Dit vond ik best een leuke en originele vondst, maar nu bleef ik op mijn honger zitten.

    Door de talrijke extra personages verlies je de twee hoofdpersonages wat uit het zicht. Je begint je bijna te hechten aan nieuwe personages, maar die zijn dan weer te weinig “echt” om het verhaal te kunnen dragen. Al duiken Ciba en Mantos hier en daar ook weer op. Ciba en Mantos kiezen elk hun eigen weg en gelukkig komen hier naar het einde toch nog een paar verrassende wendingen, waardoor je toch een klein beetje een goed gevoel over houdt na het lezen van het boek. Bij het begin van het boek stond ik al klaar om nog een ander boek van Ammaniti te gaan kopen, gewoon omdat het zo goed is, nu denk ik dat ik me wel zou kunnen laten verleiden, dan vooral op basis van de goede commentaar van die vriendin die een eerder boek van hem fantastisch vond, dan op basis van wat ik nu gelezen heb.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  3. #3 over 2 jaar geleden door Ziggy Ziggy
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Meelezer: De Stolp van Jeroen Theunissen

    Jeroen Theunissen zapt in ‘De Stolp’ tussen 15 jongeren die deelnemen aan een reality-tv-show. Het verhaal volgt het bekende recept: de jongeren worden 6 weken lang opgesloten, elke week moet er iemand het spel verlaten en alles wordt uiteraard gefilmd en op tv vertoond. De plot valt dan ook te voorspellen: al snel ontstaan vriendschappen en verliefdheden, maar ook frustraties en ruzies… Niet alleen is dit Big Brother-uitgangspunt van ‘De Stolp’ vrij clichématig (geef toe, we hebben dergelijke show al in alle mogelijke vormen op tv gezien en Theunissen doet er niets méér mee), ook de opdrachten die de bende in het huis moeten uitvoeren, gaan niet verder dan uitgemolken experimenten: Noord-Zuid-tegenstellingen met één groep die alle eten krijgt, en de andere (die dan nog eens moeten opdienen en afwassen) helemaal niets; een groep die gevangenen moeten spelen terwijl de anderen in de huid van de bewakers mogen kruipen, wat natuurlijk uit de hand loopt… Ik begrijp niet goed waarom Theunissen net deze opdrachten eruit pikt. Hij moet toch zelf ook weten wat voor cliché’s het zijn…? Is het om het gebrek aan creativiteit te tonen bij de makers van dergelijke programma’s? Maar trapt hij net daardoor niet zelf in die val?

    Theunissen registreert de deelnemers, de programmamakers en de tv-kijkers voornamelijk vanop een afstand, zoals ook de camera’s in de stolp dat doen. Er zijn wel momenten dat hij je meeneemt in de psyche van de deelnemers, maar nooit hangt daar een oordeel of interpretatie aan vast. Dat wordt aan de lezer overgelaten. Die aanpak zorgt er echter voor dat je nooit echt voldoende getriggerd raakt door een of meerdere personages en dat je dus nooit genoeg geïnteresseerd bent om zelf hun psyche te gaan doorgronden.

    Was zijn vorige roman ‘Een vorm van vermoeidheid’ – ondanks het bij momenten storende reisgidsgehalte – enigszins intrigerend omwille van het hoofdpersonage, dat je volgt op zijn hulpeloze zoektocht naar vrijheid en enige vorm van zingeving, dan leg je ‘De Stolp’ na de laatste bladzijde gewoon aan de kant en zo snel als je er door was (een drietal uur leeswerk), ben je het alweer vergeten. En van een boek wil je toch dat het een beetje blijft knagen.

    Vlot geschreven, maar als “portret van een generatie” valt ‘De Stolp’ te mager uit.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital