Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Voeg een reactie toe
  1. #1 ongeveer 1 jaren geleden door wimw wimw
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    interview Fred Hersch in Kwadratuur

    Hij werd in het verleden omschreven als “een pianist met de ziel van een poëet” (Joan Anderman in de Boston Globe), “een meester die alles op zijn manier speelt” (The New York Times) en als een pianist met “een bekoorlijke balans tussen techniek, inzicht en verbeelding” (Ed Hazell). Wie Fred Hersch ooit heeft horen spelen, live of op cd, weet dat deze typeringen niet overdreven zijn. Alhoewel hij al jaren bekend was bij en bewonderd werd door jazzinsiders en –musici, leerde een breder publiek Fred Hersch pas kennen toen zijn leerling Brad Mehldau internationaal doorbrak. Als het al mogelijk is om Hersch echt te leren kennen. Zijn muzikale carrière laat zich namelijk lezen als een reeks verwarrende knopen tussen solo- en ensemblewerk, standards en eigen composities en klassieke invloeden versus jazz. Deze verstrengeling maakt het moeilijk omeen rechtlijnig verhaal over de man te vertellen, maar daardoor is zijn muziek ook extra boeiend. En daar kan het publiek alleen maar winnaar bij zijn.
    Fred Hersch werd geboren op 21 oktober 1955 in Cincinnati. Vanaf zijn vierde speelde hij klassieke muziek. In 1977 studeerde hij af aan het New England Conservatory en vertrok hij naar New York en begon een carrière die hem aan de zijde van artiesten als Stan Getz, Joe Henderson, Jane Ira Bloom, Art Farmer, Toots Thielemans, Gary Burton, Sam Jones en Charlie Haden zou brengen. Niet dat hij er in New England academisch op voorbereid was, want daar had hij uitsluitend een klassieke opleiding gevolgd. “Jazz heb ik nooit gestudeerd, alleen enkele lessen bij Jaki Byard in de jaren ‘70, dus ben ik als jazzpianist autodidact.” Toch was jazz voor Hersch geen bevlieging uit zijn adolescentie. Reeds als kind hield hij er van om te improviseren op de klassieke stukken die hij leerde spelen. Voor Hersch is het onderscheid tussen jazz en klassieke muziek dus van meet af aan geen uitgemaakte zaak.
    Klassieke muziek zou trouwens in al zijn muzikale activiteiten een speciale rol blijven spelen, als pianist en als componist. Gevraagd naar klassieke pianisten die zijn manier van spelen hebben beïnvloed, haalt hij Martha Argerich, Artur Rubenstein, Vladimir Horowitz en Glenn Gould aan. Natuurlijk is er ook Sophia Rosoff bij wie hij sinds 1980 les volgt. Momenteel werkt Hersch zelf aan een piano handboek waarin hij Rosoffs benadering van pianospelen conceptueel en technisch wil overzetten naar jazz. Naast optredens met klassieke orkesten als het BBC Radio Orchestra in concerti van Mozart of eigen arrangementen voor jazztrio en kamerorkest was Hersch ook actief met strijkkwartetten of als begeleider van violiste Nadja Salerno-Sonnenberg en de sopranen Renée Fleming and Dawn Upshaw. Anno 2005 vormt hij met Christopher O’Riley een pianoduo voor het programma ‘Heard Fresh’ met eigen composities en werk van klassieke componisten als Samuel Barber en J.S. Bach.

    3 + 2 is geen 5

    Als jazzpianist is Hersch naar eigen zeggen beïnvloed door pianisten als Earl Himes, Paul Bley, Herbie Hancock, Ahmad Jamal, Tommy Flanagan, Duke Ellington of Thelonious Monk, maar even goed door saxofonisten Sonny Rollins, Ornette Coleman, Wayne Shorter en Joe Henderson, trompettisten Miles Davis en Chet Baker en bassist Charles Mingus. “Plus natuurlijk alle fantastische muzikanten met wie ik heb mogen samenspelen gedurende de afgelopen 30 jaar.”
    Vanaf 1984 begint Hersch onder eigen naam opnames te maken als jazzpianist: meestal solo of in triobezetting. In die klassieke jazzformule werkte hij vaak samen met drummers Joey Baron en Jeff Hirshfield en bassisten Marc Johnson, Charlie Hayden en Michael Formanek. Vanaf 1992 kreeg het ensemble vaste vorm door de komst van bassist Drew Gress en drummer Tom Rainey. In deze bezetting werd in 1993 ‘Dancing In The Dark’ uitgebracht, wat Hersch een eerste Grammy-nominatie opleverde. Tien jaar later onderging het trio een gedaanteverwisseling toen Nasheet Waits vanaf ‘Live at the Village Vanguard’ de drumstoel van Rainey overnam. Een jaar later werd het trio met Gress en Rainey uitgebreid met twee blazers: trompettist Ralph Alessi en saxofonist Tony Malaby. Toch noemt Hersch deze band geen kwintet, maar wel het Trio 2. “Ik heb Trio 2 gebruikt om een subtiel onderscheid te maken tussen die groep en een echt kwintet. Voor mij heeft een “kwintet” de bijbetekenis van iets post-bop-achtigs, een aaneenrijging van solo’s. Aangezien in sommige stukken die we met het Trio 2 spelen de blazers alleen gebruikt worden als kleurelementen (ze soleren dus niet) blijft de nadruk op het Trio liggen.”
    Tegenwoordig is Hersch nog steeds actief in de verschillende formules: solo, Trio en Trio
    2. Veel problemen ervaart Hersch hier niet bij, zeker niet als pianist. “Op veel gebieden is dat als speler hetzelfde. Ik probeer steeds fris te spelen, de muzikanten de ruimte te geven om zich uit te drukken en mezelf uit te dagen met een breed repertoire. Wanneer ik solo speel – en daar heb ik de laatste 8 à 10 jaar bijna een specialiteit van gemaakt – moet ik natuurlijk mezelf blijven verrassen.”

    Motown

    Een opmerkelijke aanwezige op de cd die het Fred Hersch Trio + 2 opnam is de Beatles- compositie ‘And I Love Her’. Hoewel zijn interesse voor populaire muziek van jongs af aan gevoed werd door albums met Broadway-muziek en zijn grootmoeders verzameling bladmuziek, is de pianist Hersch nooit de man geweest om in zijn professionele carrière veel popmuziek te spelen. Nochtans is dat ooit anders geweest. “Voor ik op m’n 17de echte jazz hoorde, luisterde ik naar popmuziek (Joni Mitchell, James Taylor, alle Motown-artiesten, Simon & Garfunkel, The Beatles enz.) en Amerikaanse musicals van Rodgers and Hammerstein, Frank Loesser, Lerner & Loewe enz. Die songs speelde ik dan op het gehoor na. De stap naar de jazz was van daaruit niet zo groot, ik had immers een sterke muziektheoretische achtergrond.”
    Waar zijn leerling Brad Mahldau vlot Paul Simon, The Beatles, Nick Drake en vooral Radiohead in zijn repertoire opneemt, doet Hersch dat eerder uitzonderlijk en vaak in aangepaste vorm. Zo vindt Hersch de Beatles-compositie ‘For No One’ melodisch diepgaand, maar is hun opname hem te luchtig. Door de song te vertragen en te spelen als de klassieke jazzballad ‘Body & Soul’ komt het nummer voor hem beter tot zijn recht. Idem voor ‘And I Love Her’, waar Hersch opteert voor enkele metrische veranderingen om de melodie beter uit de verf te laten komen.
    Hedendaagse popmuziek zal niet snel op Hersch’ repertoire verschijnen: “Tegenwoordig hoor ik niet veel popmuziek die ik zou willen spelen of bewerken. Ik heb altijd een zwak gehad voor teksten en gesofisticeerde songs, maar nu wordt popmuziek meer gestuurd door productie en beelden dan door sterke muziek of teksten.” Ook in de rangen van de elektronische jazz, nu-jazz of andere jazzachtigen zal de Amerikaan niet vlug opduiken. “Ik heb wat van die elektronische/akoestische muziek gehoord en sommige dingen vind ik wel genietbaar, maar momenteel is het gebruik van elektronica voor mij niet aan de orde. Ik heb ook geen nood aan andere keyboards in mijn eigen muziek. Ik ben altijd een pianist geweest. Hoewel ik wat met synthesizers bezig ben geweest in je jaren ‘80 ben ik nog steeds gefascineerd door de kleuren die een piano te bieden heeft. En daarbij: ik ben jaren bezig geweest met het ontwikkelen van wat ik aanvoel als een heel persoonlijk pianogeluid.”

    Collega’s als springplank

    In de jaren ‘90 maakte Hersch vooral naam als songbookpianist met cd’s die integraal aan het oeuvre van één componist gewijd zijn. ‘I Never Told You: Fred Hersch Plays Johnny Mandel’ uit 1995 was goed voor een tweede Grammy nominatie. Nog datzelfde jaar verscheen ‘Passion Flower: Fred Hersch plays Billy Strayhorn’ waarop Hersch te horen is in verschillende gedaantes: solo, in trio en met strijkers. De opvolgers ‘Fred Hersch Plays Rodgers and Hammerstein’ uit 1996 en ‘Thelonious: Fred Hersch Plays Monk’ zijn dan weer solo-cd’s.
    Wie Hersch echter reduceert tot een (briljant) interpretator van andermans werk ziet slechts één facet van zijn output als muzikant. Hersch heeft namelijk ook een carrière als componist die gedeeltelijk parallel loopt met zijn bezigheden als pianist. Op veel van zijn solo- en ensemble-cd’s zijn composities van zijn hand te vinden. In tegenstelling tot zijn visie op pianospelen – waarbij hij geen verschil ervaart tussen solo of in groep optreden – maakt het voor Hersch vaak wel uit voor welke bezetting een stuk bedoeld wordt. “Soms schrijf ik iets specifiek voor het trio, soms iets voor mezelf solo en soms componeer ik iets om achteraf uit te zoeken wat er mee mogelijk is. Zo heb ik onlangs nog wat nieuw materiaal geschreven voor de optredens van het Trio in de Village Vanguard in juli. Een nummer dat echt specifiek voor het Trio 2 geschreven werd, is ‘Miss B.’, opgedragen aan mijn partners geliefde (maar nu overleden) Rottweiler. Dat stuk speel ik alleen met het Trio 2, maar in het Trio 2-repertoire zit ook muziek die ik eerder geschreven had en die gewoon bewerkt werd. Het Trio en het Trio 2 hebben dus gedeeltelijk hetzelfde programma, maar er zijn ook stukken die ik alleen met één van de twee ensembles speel.” Dit is mogelijk een van de reden waarom met het Trio en het Trio 2 tegenwoordig slechts zelden gerepeteerd wordt. “Zowel met het Trio als met het Trio 2 oefenen we alleen als er veel nieuw materiaal te studeren is. We kennen de muziek ondertussen en iedereen is ook zo druk bezig!”
    De bezetting waarin Hersch de muziek zal uitvoeren, heeft dus soms invloed op de compositie. Soms gaat hij hier echter nog verder in. “Wat ik ook graag doe is stukken opdragen aan muzikanten die ik bewonder of met wie ik heb samengespeeld. Ik gebruik deze muzikanten dan als springplank, ik probeer iets van hen in de muziek te leggen. Op de cd van het Trio 2 staan er zo nummers voor bijvoorbeeld Bill Frisell, Nasheet Waits, Kenny Wheeler en Lee Konitz. Ik heb er trouwens net nog eentje geschreven voor Billy Hart.”
    Hersch’ composities dienen niet alleen als vehikel voor zijn eigen activiteiten als pianist. De harmonische en melodische kwaliteiten ervan spreken ook anderen aan en bekende jazzmuzikanten als Toots Thielemans, Art Farmer en Eddie Daniels namen werk van hem op. In 2003 ontving Hersch een Guggenheim Memorial Fellowship voor compositie, wat er op neerkwam dat hij een geldsom kreeg om meer tijd te kunnen vrijmaken voor het schrijven van muziek. Dankzij deze steun kon hij in 2003 werken aan ‘Leaves of Grass’, een cyclus gecomponeerd op gedichten van Walt Whitman voor een octet bestaande uit trompet, trombone, rietblazers, cello, drum, piano en twee vocalisten. Dat de muziek gecomponeerd werd met Kurt Elling en Norma Winstone als modellen voor de zangpartijen – deze laatste is op de cd vervangen door Kate McGarry, maar zong de rol wel bij de uitvoering in deSingel in Antwerpen – laat zien dat Hersch ook in grotere bezettingen heel individueel componeert. Hoewel hij tevreden was met het resultaat van ‘Leaves of Grass’ gaat Hersch zich niet meteen toeleggen op dergelijke projecten. “De praktische realiseerbaarheid van een groter ensemble is een serieus probleem, dus beperk ik me in mijn jazzcomposities voorlopig tot het solo-, Trio- Trio
    2 stukken.”

    Goed gevulde agenda

    Net als Hersch niet uitsluitend jazzpianist is, begeeft hij zich ook als componist op andere terreinen, al dan niet in de schemerzones van de jazz. Als klassieke componisten die hem beïnvloed hebben, vermeldt Hersch Bach, Ravel, Ligeti, Scriabin, Brahms, Stravinsky en Chopin en in het verleden kreeg hij reeds compositieopdrachten van onder andere het Gilmore Keyboard Festival, The Gramercy Trio, Opus 21 Ensemble en het Columbia University’s Miller Theatre. In 1999 voorzag hij de dansvoorstelling ‘Out Someplace’ van muziek. Momenteel worden twee werken van hem uitgegeven door de klassieke uitgeverij C.F. Peters: ‘24 Variations on a Bach Chorale’ – een 25-minuten durend solopianowerk gebaseerd op een koraal uit de ‘Matthäus-Passion’ – en ‘Three Character Studies’. Deze pianostudies laten weer zien dat Hersch niet de man is om zich uitsluitend op één stijl te richten. De eerste, ‘Nocturne’ voor de linkerhand, de tweede is ‘Spinning Song’ en de derde is de ‘Study in Thirds and Sixths’ in chorinho-stijl, een Braziliaanse tango die verwant is aan de ragtime.
    Met een actieradius die zich uitstrekt van spelen en componeren, van solo over trio, naar grotere ensembles en zowel klassiek als jazz overspant, zit de agenda van Fred Hersch overvol. Dat is voor eind juli 2005 niet anders, wanneer Hersch even opsomt waar hij dan mee bezig is: “Ik ga beginnen aan een avondvullende liedcyclus ‘Snapshots’ met de dichter Mary Jo Salter waarvan alle songs over fotografie zullen gaan. De bezetting zal bestaan uit zes vocalisten (drie mannen en drie vrouwen) en een 12-koppig ensemble. De première zou plaats moeten hebben in maart 2007. Ik ben ook mijn kamermuziek en klassieke stukken aan het klaarmaken voor publicatie door Peters en daarnaast ben ik volop bezig met het voorbereiden van en het schrijven van nieuwe stukken voor een solorecital in de Zankel Hall van Carnegie Hall in het kader van mijn 50ste verjaardag.”

    Mijlpaal

    In 2001 plaatste Fred Hersch definitief zijn voetafdruk in de jazzgeschiedenis toen hij van het label Nonesuch de kans kreeg om het project ‘Songs Without Words’ te realiseren. Dit album bestaat uit drie cd’s die mooi samenvatten waar Hersch muzikaal voor staat. Niet alleen komt hij zowel solo als in ensemble naar voren, ook de tracklist van de cd-box draagt Hersch’ stempel. Het eerste schijfje is gevuld met zijn eigen composities (waaronder de suite die haar naam gaf aan de heel box). Het tweede bevat songs van Hersch’ favoriete jazzcomponisten zoals Thelonious Monk, Charles Mingus, Duke Ellington, Wayne Shorter en enkele minder bekende namen als Kenny Wheeler en Russ Freeman. Met de laatste cd laat Hersch zich dan weer even kennen als songbookspecialst, wanneer hij die helemaal vult met stukken van Cole Porter. De Parijse Académie du Jazz betitelde de box als de beste cd van het jaar 2001.
    Het is op z’n minst opmerkelijk te noemen dat Hersch na deze geweldige mogelijkheid Nonesuch verliet – het label waarvan hij zegt dat het het beste artiestenrooster uit de hele muziekbusiness had – en naar het Palmetto label trok. “Ik koester mijn jaren bij Nonsuch/Warner en ‘Songs Without Words’ was een ongelooflijke kans om een statement te maken, maar de overgang naar Palmetto gebeurde heel natuurlijk. Ik wilde het Trio laten opnemen in de Village Vanguard en benaderde Nonesuch, maar die konden dat toen echt niet doen. Dus deed ik die ene live cd voor Palmetto. De cd had succes en Palmetto wilde mij vastleggen. Ik ben toen teruggegaan naar Nonesuch en daar vonden ze het een goed idee, ook al omdat ze mijn releasetempo zouden moeten drukken als ik bij hen bleef. Ik ben nu heel tevreden bij Palmetto en kon al ‘Live at the Village Vanguard’, ‘Fred Hersch Trio + 2’ en ‘Leaves of Grass’ (wat een heel groot project was voor een onafhankelijk label) uitbrengen. Mijn volgende cd is weer een soloplaat, opgenomen in het Bimhuis (‘Live in Amsterdam’) en zal uitkomen in februari 2006. Het leuke aan mijn relatie met Palmetto is dat ik hoofdzakelijk eigen muziek kan opnemen en dat ik één van hun belangrijkste artiesten ben. Bovendien zien ze mijn releaseschema van een project per jaar zitten.”

    HIV

    Tenzij een artiest Diana Krall of Jamie Cullum heet, is jazz niet meteen de aangewezen manier om de grote pers te halen. Dat veranderde voor Fred Hersch heel even toen media als Newsweek, CNN en CBS Sunday Morning berichtten over zijn benefietconcerten ten voordele van Classical Action: Performing Arts Against AIDS en Broadway Cares – Equity Fights AIDS. Hersch betrokkenheid bij de aids-problematiek was heel persoonlijk van aard, want toen hij in de eerste helft van de jaren ‘90 openlijk naar buiten trad met zijn homofiele geaardheid, maakte hij ook bekend dat hij drager was van het hiv-virus.
    Tien jaar later is Hersch’ gezondheid beter dan toen en is hij er met diverse benefiets in geslaagd heel wat inkomsten te genereren voor voor organisaties die zich bezig houden met de aids-problematiek. Hersch’ eerste benefietalbum ‘Last Night When we Were Young: The Ballad Album’ uit 1994 bracht reeds meer dan $125 000 op. Samen met het drie jaar later verschenen ‘Fred Hersch & Friends: The Duo Album’ – waarop Hersch duetten speelt met ondermeer Diana Krall, Joe Lovano, Tommy Flanagan Krall, Lee Konitz en Kenny Barron – geeft de teller $250 000 aan. Dit bedrag is nog zonder de opbrengsten van ‘The Richard Rodgers Centennial Jazz Piano Album’ uit 2002 en ‘Two Hands, Ten Voices’ van een jaar later. Ook op deze cd’s weet Hersch zich gesteund door een schare collega’s. Voor het eerste album verleenden onder andere pianisten als Marian McPartland, George Shearing en alweer Kenny Barron hun medewerking door telkens twee nummers van Richard Rodgers te leveren, ter ere van diens honderdste verjaardag. De laatste cd bracht Fred Hersch samen met zangeressen als Norma Winstone, Kate McGarry, Ann Hampton Callaway, Jane Monheit, Janis Siegel en Luciana Souza.
    Het vrij spreken over zijn seksuele geaardheid en zijn hiv-besmetting heeft voor Hersch een heel duidelijke functie. “Ik ben heel open over mijn homoseksualiteit en het feit dat ik het hiv-virus heb, omdat ik hoop dat het uiteindelijk geen onderwerp meer zal zijn. Mijn seksuele geaardheid bepaalt mede wie ik ben, maar ik speel geen homomuziek of homojazz. Dat bestaat gewoon niet. Dan zouden we over heel wat artiesten kunnen spreken, van Billy Strayhorn tot Cecil Taylor. Trouwens, in de pop- en rockwereld zijn er heel wat prominente figuren die met hun homofiele geaardheid naar buiten komen, denk maar aan k d lang, Melissa Etheridge, Indigo Girls of Rufus Wainwright.” Dat Hersch heel eerlijk, maar zonder dramatiek over zijn persoonlijke situatie spreekt neemt niet weg dat hij voor verschillende muzikanten een referentiepunt geworden is, al was het maar omwille van de vragen die hij via e-mail van andere homofiele of met het hiv-virus besmette jazzmuzikanten toegestuurd krijgt.
    Bovendien is Hersch er zich goed van bewust dat hij ook bepaalde concerten mag spelen, juist omdat hij een homofiele pianist is, zoals hij ook vier keer bekroond werd met een Gay and Lesbian American Music Award (GLAMA). Hersch ziet ook het gevaar van dergelijke prijzen, namelijk dat ze het niet relevante onderscheid tussen homofiele en heterofiele muzikanten bevestigen, “maar”, zegt Hersch “ik heb die GLAMA-awards – die nu niet meer bestaan – aanvaard omwille van mijn muziek. Trouwens, ik hoop ook dat er ook ooit een einde komt aan het hele “Women in Jazz” onderscheid. Ik denk dat de bedoeling van de GLAMA-awards was om homofiele artiesten die moeten knokken met hun cd’s in eigen beheer of op kleine onafhankelijke labels wat meer zichtbaarheid te geven.”

    Dat Hersch zijn seksuele geaardheid openlijk bespreekbaar maakt zonder veel gedoe er omheen is overigens een verstandige keuze. Wie bij Fred Hersch meteen zou denken aan een homofiele jazzpianist zou toch wel focussen op iets wat eigenlijk weinig relevant is bij een muzikant die al meer dan 20 albums opnam als leider, een 15-tal als co-leider, er op meer dan 80 te gast was en die op regelmatige basis uitgenodigd wordt in één van de meest legendarisch jazzclubs van New York: de Village Vanguard. Zijn prestaties en zijn discografie zeggen immers oneindig veel meer dan eender welk smeuïg verhaaltje. Wie echt wil weten waar Fred Hersch voor staat, heeft een hele reeks cd’s in te halen.

    Koen Van Meel

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  2. #2 ongeveer 1 jaren geleden door wimw wimw
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Louis Sclavis –Lost on the Way – gezien op het Europe Jazz festival Le Mans

    Louis Sclavis is een ouwe getrouwe in Vooruit. Het is een muzikant die het verdient om keer op keer zijn nieuw project aan het publiek voor te stellen. Sclavis is iemand die steeds voluit gaat tijdens zijn concerten, nooit genoegen neemt met halfweg. En je moet toegeven, er zijn weinig muzikanten die een dergelijke toon ontwikkelen op de basklarinet. Dat, gepaard met zijn zin voor meesterlijke melodieën en zijn ingenieuze manier om zijn songs te arrangeren – maken van ieder concert een feest.
    In al die jaren heeft Sclavis een manier van componeren en spelen ontwikkeld die herkenbaar is. Om toch steeds fris en boeiend voor de dag te komen , legt hij die herkenbare stijl in de handen van steeds andere, meestal jonge muzikanten. Ze komen vanuit alle hoeken van het jazzspectrum en soms ook daarbuiten. T zijn guitige muzikanten die met plezier hun tanden in Sclavis’ muziek zetten en er hun ding mee doen.
    Zo ook op Lost on the Way – het laatste meesterwerk van Louis Sclavis op Ecm. De muziek heeft (zoals steeds) een lyrische ondertoon, die af en toe aan stukken wordt gereten door het soms rockende quintet. De plaat laat de dynamiek van de muziek duidelijk voelen. Live echter, spat het geheel volledig open. Tijdens het concert in Le Mans zat ik naast drummer Teun Verbruggen achteraan een bomvolle concertzaal. En toch gingen we allebei aan t swingen. Het plezier dat de muzikanten op podium hadden haalde het moeiteloos tot aan de achterste rijen . Het zijn vijf fenomenale instrumentalisten bij elkaar, met een briljante gitarist Maxime Delpierre. Genieten is de boodschap.

    Met jazzlegende Fred Hersch als ‘aperitief ‘(met klarinettist Nico Gori als special guest) wordt dit een memorabele avond.

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  3. #3 ongeveer 1 jaren geleden door kynicus kynicus
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    'Lost on the Way' bij Kwadratuur.be

    http://www.kwadratuur.be/releases.php?id=5823

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  4. #4 ongeveer 1 jaren geleden door Gowaart Gowaart
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Jazz, and beyond...

    *****

    Lyriek is een woord waar feitelijk al veel te veel mee in het rond gesmeten wordt in jazzrecensies, maar laten we nu even hypocriet zijn en de term hier toch ook aanwenden. Want als je optreden van Fred Hersch en zijn special guest Nico Gori kan definiëren met één woord, dan is het wel lyriek. Het duo speelde een gevarieerde set langsheen allerlei vrij traditionele jazzkenmerken, maar vergat daarbij nooit om er bezieling in te steken en er een subtiele eigen touch aan te geven. Fred Hersch met zijn perfect beheerst pianospel (je zou het niet van de man zeggen als je hem op straat tegenkomt, met zijn casual ambtenaarslook) en Nico Gori met zijn eigenzinnige benadering van de klarinet. Gori verkoos niet om de typische diepe en warme klank van de klarinet te laten domineren, maar besloot om het instrument haast te bespelen alsof het een saxofoon was, met meer aandacht voor de scherpere kanten. Toch botste dat geenszins met de warme pianoklanken, en werd een uitstekend programma gebracht (zeker voor een eerste concert!). Voor een concert in de jazz & beyond reeks was dit echter wel heel ‘jazz’ en nauwelijks ‘beyond’ (dat zouden we immers erna wel volop horen), maar dat liet het publiek niet aan haar hart komen en er werd volop genoten van het samenspel.

    Het was echter wel even wennen aan de radicaal andere aanpak van Louis Sclavis’ kwintet na de eerder brave, als zoete honing binnengaande muziek van Hersch. Dat de groep ook niet meteen ijzersterk uit de hoek kwam vanaf het begin speelt daar misschien ook wel in mee. Alleszins, vanaf het derde nummer was het er echter boenk op, en viel het er ook niet meer af. Zelden zagen wij een concert dat zo constant wist te boeien, waarin zo een eigenzinnig geluid werd uitgebouwd zonder ook maar ergens aan kwaliteit in te boeten, waarin door slechts vijf muzikanten zo’n vol klankentapijt werd geproduceerd (al zaten die looppedalen daar ook wel voor iets tussen). Was het fusion? Misschien, maar dat woord klinkt ons een beetje vies in de oren. Dit was ‘beyond’, zonder enige twijfel. Jazz was slechts in de verte te ontwaren, zoals we ook vage hints King Crimson of zelfs Sonic Youth hoorden in het geluid. De muziek die hier gebracht werd was oncategoriseerbaar, tenzij we een categorie ‘fuck yeah’ zouden aanmaken, want daar past Sclavis’ muziek verdomd goed in. Bovendien speelden alle muzikanten op bijzonder hoog niveau. We twijfelden aanvankelijk even over de drummer, maar al snel bleek duidelijk dat ook hij een rasmuzikant was, en alsof hij dat nog niet genoeg had bewezen doorheen het concert drukte hij het er op het einde nog eens stevig in met een drumsolo die een regelrechte aanval op de trommelvliezen was. We zouden nog vele elementen kunnen opnoemen die de muziek zo typerend maakten, maar uiteindelijk zouden we het absoluut te kort doen. Het is een torenhoog cliché (maar kom, we hebben er nu toch al een klein hoopje recensieclichés tegenaan gesmeten), maar de muziek spreekt voor zich.

    Ongetwijfeld was dit één van de sterkste double bills die we al zagen. Ook al lijkt de combinatie van eerder traditionele met ruimdenkende muziek niet zo evident, toch klopt het plaatje na afloop. Jazz & beyond, we kregen ze beiden op ons bord, wij hebben er alvast van gesmuld!

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  5. #5 ongeveer 1 jaren geleden door kynicus kynicus
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Absoluut hoogtepunt van een schitterend voorjaar

    *****

    Met een concertavond waar zowel Fred Hersch als Louis Sclavis het beste van zichzelf komen geven, mag Vooruit spreken van een hoogtepunt binnen een bijzonder geslaagd voorjaar wat betreft de programmatie “jazz & beyond”. Hoogvliegers als Michael Moore en Erik Friendlander deden in januari de Balzaal aan; ‘Dans les Arbres’ en vooral ‘Mostly Other People Do the Killing’ deden in februari de harten sneller slaan en maart was de maand van Vijay Iyer en Rudresh Mahanthappa. Nu worden ook Louis Sclavis, Fred Hersch en diens virtuoze kompaan Nico Gori aan het hallucinante lijstje toegevoegd.
    Maar daar eindigt het niet. Volgende week stelt Vooruit zijn eigen ‘Jazz & Sounds’-festival voor, met kleppers als Erik Truffaz, Peter Brötzmann en Flat Earth Society. April brengt ook nog heel wat moois, met onder meer ‘Pitié’ (Fabrizio Cassol) en een double bill met het Kris Defoort Trio en Charles Gayle ft. Han Bennink.

    De vreugde kan niet op, kortom, maar het mooiste zit er na vanavond misschien al op. Hersch, zoals altijd meeslepend, verfijnd en intelligent, vond in klarinettist Nico Gori een bijzonder interessante kompaan. Hun ontmoeting (een wereld-première dan nog) verliep op het scherp van de snee en liet een breed spectrum aan referenties horen: van Schumann tot Gershwin en van bebop tot milde vormen van free-jazz. Nico Gori verwerkt het allemaal, maar dan zo subtiel, zo technisch correct en vooral zo doorleefd, dat de dialoog met Hersch een grote warmte uitstraalt. Hoewel de klarinet in jazz-context zeker haar beperkingen heeft, wordt ze hier met een ontoerende diversiteit gehanteerd, zonder in overbodig complexe structuren te vervallen.

    Wat Louis Sclavis zou brengen stond op voorhand niet geheel vast, want ‘Lost on the Way’ (het nieuwe album dat Sclavis met zijn kwintet kwam voorstellen) is een eerder hermetisch werk dat zich niet gemakkelijk laat vertalen naar een live-uitvoering. De muziek brak echter moeiteloos uit haar “intellectuele” (maar dan niet als scheldwoord bedoeld) cocon en Sclavis en de zijnen speelden de Theaterzaal gewoonweg plat. De intensiteit droop van de nummers en zwakke momenten vielen er amper te bespeuren. Behalve een saaie, slechte (of dronken?) gitarist (Maxime Delpierre) gaven alle muzikanten het beste van zichzelf. Dat leverde met de regelmaat van een klok flitsen van genialiteit en opwellende tranen van ontroering op.

    Bovendien zorgde Vooruit voor een scènisch al even perfecte aankleding. Het rode dimlicht deed aan de intieme setting van de Balzaal denken, maar eindigen deed het Louis Sclavis Quintet in een prachtig clair-obscur met hard, bleek licht dat als een waas om de muzikanten heen hing, tegen een gitzwarte achtergrond. Het klinkt misschien banaal, maar dergelijke details werken absoluut sfeerverhogend…en dat weten ze bij Vooruit erg goed.

    Rouwig hoeven we tegenwoordig niet te zijn in Vooruit. ‘Jazz & Sounds’ is immers op til en schiet volgende week al uit de startblokken. Het is onwaarschijnlijk dat de klasse van deze avond zal geëvenaard worden, maar dat concerten als deze zo schaars gezaaid zijn, maakt hen meteen ook onvergetelijk. Dat een zo goed als volledig gevulde Theaterzaal mocht meegenieten van dit muzikale huzarenstuk, is een niet onbelangrijk detail. Jazz leeft, verdorie. En voor wie het niet gelooft: Jules Deelder komt het aanstaande donderdag zelf vertellen. Be there!

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

  6. #6 ongeveer 1 jaren geleden door joha joha
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!
    *****

    Hierboven werd Nico Gori omschreven als de special guest, wel dat was hij dan ook. Hij dialogeerde op sublieme wijze met Fred Hersch zijn pianowerk waardoor doordachte en ingewikkelde composities als het ware uit het niets verschenen. Het was alsof de muzikanten de compositie zelf begeleiden, ongelooflijk hoe ze dat met twee voor elkaar kregen. De muziek die ze brachten omschrijf ik als hoekig, droog. Iets waar ik me wel in kan vinden, maar ik miste een deeltje van het geheel. Af en toe hoorde ik een improvisatie, maar echt niet veel. Dat was dan ook de opmerking die ik gaf toen we napraatten tijdens de pauze. Mijn kompanen keken me raar aan en zeiden dat er net enorm veel improvisatie was. Dat zal dan ook wel zo zijn, maar het punt is dat ik ze niet hoorde, dat de speelsheid van de improvisatie niet tot mij doordrong. Een gevoel die me niet compleet kan bekoren als het gaat om jazz. Maar laten we duidelijk zijn: Fred Hersch en Nico Gori zijn absolute topmusici en ik ben al benieuwd naar hun volgende werk na deze première.

    Misschien ligt het aan mij, maar ik voele me beter geaard bij de muziek van Louis Clavis en zijn horde muzikanten. Er werd een zeer open speelruimte gecreëerd waar iedereen een comfortabele plaats had om zijn ding te doen. Ik hou ook ontzettend veel van lage tonen in combinatie met hogere, hier de bas/basklarinet in dialoog met de altsax/sopraansax. Daartussen zit nog een register die opgevuld werd door de elektrische klankakkoorden van de gitarist. Allemaal heel fijn, mooi, ruw, jazzy, poppy, ritme en met een buikgevoel. Vaak begonnen de nummers – zoals de meeste jazz – met een melodietje. Hier ook. Alleen was het enorm leuk dat de bas, drum en gitaar bleven voortgaan in een typisch klankbeeld die gewoon zit. De polyritmiek van de ritmesectie was echt enorm goed, ik kan het eigenlijk niet beter omschrijven. Door die herhaling en terugkeren van akkoordenschema’s krijg je een muziek die meer naar ambient toegaat. Daarboven werd dan geïmproviseerd.
    Gewoon puur genieten.
    Ik zat er direct in vanaf de eerste minuut en dat bleef zo tot de laatste minuut. Iedereen kreeg ook de kans eens het beste uit zichzelf te halen waardoor je een bassolo van zes minuten kreeg en van die dingen. Het voelde traditioneel aan, maar door de sound en de combinatie van het open speelveld kreeg je iets vernieuwends erbovenop.

    Inderdaad, zoals kynicus het schrijft, een absoluut hoogtepunt van een toch wel zeer geslaagd seizoen waar ik enorm van genoten heb. Petje af!

    Reageer hierop

    Bewaar dit item (0)

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital