- Alle reacties
Voeg een reactie toe
Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:
- (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
- een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
- foto’s opladen en vrienden toevoegen
- Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
- andere reacties beoordelen


Erik Friedlander speelt jazz op een cello. Niet meteen het meest voor de hand liggende instrument om jazz op te spellen, maar als het op een contrabas kan, waarom niet op een cello? Of Friedlander op die manier gedacht heeft weten we niet, maar dat hij uitstekende muziek maakt weten we wel. En de man maakt niet weinig muziek, hij heeft al een behoorlijk aantal albums op eigen naam staan, met heel wat verschillende groepen. Gisteren kwam hij een relatief nieuw project voorstellen, The Broken Arm Trio.
Eerlijk gezegd waren we niet zeker of dit een fantastisch concert zou zijn, wij zijn immers meer fan van het avontuurlijkere werk van Friedlander waar hij flirt met de grenzen van klassiek, (midden-oosterse) folk en avant-garde. Broken Arm Trio is namelijk een soort van hommage aan Oscar Pettiford, en daardoor ietwat meer traditionele jazz. Maar het trio toonde ons al vlug ons ongelijk, want Friedlander had besloten om met dit project verder te gaan dan wat op de eerste cd stond. Op die manier kwam de muziek meer in het territorium waar Friedlander gewoonlijk muziek maakt, met allerlei Joodse toonaarden en avant-gardistische experimentjes. De grote verdienste lag er hem dan ook in dat Friedlander er in slaagde om toch een relatief coherent geheel naar voor te brengen in de zeer gevarieerde set. Enerzijds de conventionele nummers van de eerste cd en anderzijds de nieuwe nummers die een breder klankenpalet hanteerden.
Nochtans, je zou kunnen denken dat met slechts drie muzikanten het klankenpalet vrij beperkt zou blijven. Niets is echter minder waar, want alledrie de muzikanten blonken uit in veelzijdigheid en verkenden de grenzen van hun instrument. Vooral de drummer (de ons tot nu onbekende Michael Sarin) verdient daarbij een pluim. Zelden zagen wij een drummer zo inventief blijven zoeken naar nieuwe geluiden en texturen, en dat op bijzonder subtiele wijze. Het was dan ook een plezier om de drummer te aanschouwen terwijl hij om de haverklap een nieuwe stok bovenhaalde om z’n drumstel mee te bespelen langs alle mogelijke kanten. Dat hij dan ook nog is ijzersterk was in het musiceren in groep, doordat hij de lijnen van de andere muzikanten beantwoordde en aanvulde, was een extra troef. Ook Friedlander en Dunn blonken echter uit, en alledrie de muzikanten zetten een sterke set neer. Een absolute uitschieter was “Caribou” een nieuw nummer waarbij Dunn voor het eerst zijn strijkstok boven haalde en dat zich ontwikkelde tot een prachtige miniatuur van Joodse toonaarden gekoppeld aan jazz. Masada was daardoor nooit veraf, maar toch behield de muziek een duidelijk eigen karakter en kregen we een avond uitstekende vooruitstrevende jazz voorgeschoteld.
Reageer hieropBewaar dit item (0)



Reageer hieropBewaar dit item (0)