- Alle reacties
Voeg een reactie toe
Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:
- (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
- een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
- foto’s opladen en vrienden toevoegen
- Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
- andere reacties beoordelen


Eendjes
Korea, het is zo niet meteen een land waarin ik denk als ik denk aan vooruitstrevende muziek. Edoch, gisteren werd ons bewezen dat we weldegelijk Korea mogen zien als een belangrijke draaischijf van de hedendaagse avant-garde. Uiteraard gaat dit dan over Zuid-Korea, wij kunnen ons niet inbeelden dat er in Noord-Korea veel anders dan K-Pop en Communistische liederen gemaakt worden. Maar voel u gerust vrij om ons het tegendeel te bewijzen!
Anyway, het was weer een experimenteel avondje. Deze keer helaas zonder de fantastische visuals van gisteren, maar gelukkig was de muziek meestal interessant genoeg om ons te blijven boeien. De spits werd afgebeten door Sato Yukie die experimentele improvisatienoise bracht en daarvoor allerlei keuken-, huis- en badgerei (eendjes!) aanwendde naast conventionelere zaken als effectpedalen en slide-guitar. Vooral een plezier om naar te kijken, maar ook muzikaal zat het wel snor. Yukie bouwde zijn set goed op en wist wanneer hij zijn hels lawaai mocht loslaten op ons en wanneer hij een stapje terug mocht nemen.
Tweede in rij was Kim Doo Soo, een beetje de vreemde eend in de bijt vanavond. Zijn muziek wordt vaak vergeleken met Bob Dylan, maar zijn stijl was gevarieerder dan die van Bob, soms leunde het wel is bij klassiek gitaarspel aan. Tekstueel verstonden we er geen snars van, maar het klonk allemaal prachtig. Zijn gitaarspel was mooi, de belletjes aan zijn gitaar leuk gevonden en de celliste was ook wel aangenaam (hoewel ze duidelijk niet echt op elkaar ingespeeld waren). Een ontdekking! Wij kijken alvast uit naar meer van deze man (hoewel het hier vast onmogelijk te vinden is).
Tot nog toe dus al een zeer aangename avond. De opzetting voor Ryu Hankil en Choi Joon Yong zag er alvast ook zeer interessant uit. Allerlei mechanische, opwindbare machientjes in hun bloot ijzerwerk op de ene tafel, een opengevezen cd-speler aan de andere tafel. Dat moest wel interessant zijn. En dat was het dan ook, althans de eerste 20 minuten. Daarna verviel de noise een beetje in herhaling wegens de beperktheid van het klankpalet. Daarbijkomend was deze noise ook gewoon stukken minder interessant om naar te kijken dan die van Sato Yukie. Maar toch, een interessant concept, in samenspel met echte instrumenten zou dit wel eens erg boeiend kunnen worden.
De afsluiter voor de avond liet ons nauwelijks enige pauze en beklom haast direct het andere podium en begon te blazen op zijn saxofoon. Kang Tae Hwan was volledig solo, slechts vergezeld van zijn saxofoon en zijn ongelooflijke adem. Als een volleerd monnik zat hij onverstoord in kleermakerszit op zijn verhoogje en blies hij zijn mysterieuze, langgerekte saxofoonklanken de Balzaal in. Bevreemdend, maar ook zeer mooi. Met nog een extra saxofoon zou dit overweldigend geweest zijn, nu was het daar niet ver van verwijderd.
- Tags
- free jazz
- noise
- singer-songwriter
- Zuid-Korea
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Over de eerste drie acts ben ik het volledig eens met Gowaart.
Vooral de eerste, Sato Yukie, met zijn speelgoedwinkel was heel erg leuk om naar te kijken. Persoonlijk zou ik er nooit een CD van kopen om uitsluitend naar te luisteren, maar de act op zich is was erg boeiend.
De Koreaanse Bob Dylan – wiens stem toch ietwat anders (mijns inziens minder zagerig en breekbaarder) klinkt dan die van Bob himself – heeft mijn muzikaal hart dan weer wel helemaal veroverd. Toen hij op het einde House of the Rising Sun begon te spelen, waren we spontaan vergeten van wie het origineel ook weer was.
De derde act, het mechanische duo, heeft Gowaart perfect omschreven. De eerste 20 minuten interessant, maar meer valt hier niet over te vertellen. Het leken twee arbeiders die hun vertrouwde fabrieksgeluiden niet konden loslaten en deze met ons wouden meedelen. Jammer genoeg ben ik geen fan van machinale muziek.
Over de onverstoorde kleermakerszit van de laatste man wil ik toch een kleine wijziging aanbrengen: de man verzette zich namelijk tegen het einde toe, en dat vond ik zowat het meest opwindende van zijn set. Voor mij was ook Kang Tae Hwan het eerste kwartier prachtig en boeiend, maar toen hij aan de hogere tonen begon was hij mijn aandacht kwijt.
Blaastaal op het einde was dan weer wel machtig. Lachen lachen!
Reageer hieropBewaar dit item (0)