- Alle reacties
Voeg een reactie toe
Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:
- (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
- een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
- foto’s opladen en vrienden toevoegen
- Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
- andere reacties beoordelen


Een voorstelling die balanceert tussen glans en gewauwel. Een balkongenote liet na afloop weten dat haar gedachten af en toe wegdraaiden. Die van mij ook. Maar het kan natuurlijk ook aan de stoelen gelegen hebben…
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Brandhout, een irritatie
Wat een moeilijke voorstelling om te beoordelen.
Laat ik aanvangen met het compliment dat ik het een enorm mooi decor vond. Een goede start, altijd.
Meer dan de helft van de voorstelling werd er gespeeld met het zaallicht aan, een vondst die ik ook al zag bij Nature Theatre of Oklahoma. Een vondst die ik deze keer echter minder vond passen, maar goed, het was evenmin storend.
Vormelijk sloot het stuk zeer duidelijk aan bij het postmodernisme: het was een theater over een theater, een lachen met acteurs terwijl je er zelf eentje bent. Een tweede duidelijk element waar dit in naar voor kwam, was het door elkaar lopen van fictie en realiteit; iets wat vooral werd beklemtoond door de grapjes die de acteur heel duidelijk maakte naar het publiek. Grapjes die afweken van de tekst en spontaan uit de mouw leken geschud, hoewel ik me toch afvraag of hij niet elke voorstelling dezelfde mopjes tevoorschijn schudt. En de mopjes waren goed, dat ga ik niet in twijfel trekken, maar of het nu echt passend was, daar moet ik nog even over nadenken.
Misschien lag het ongemakkelijke wel in het feit dat de mopjes beter waren dan het “echte” stuk, waardoor het publiek eigenlijk vooral wachtte op een zoveelste kluchtje. Want de tekst op zich, die vond ik behoorlijk saai.
De idee van de opvallende souffleuse was erg leuk gevonden en ook goed uitgewerkt, maar trok het “echte” stuk nog meer de dieperik in, vond ik.
Samengeteld leidde dit voor mij tot de volgende som: spontane kluchtjes en grappige souffleuse-act leidden er samen tot dat “het echte stuk” er niet zoveel meer toe deed. Het werd een beetje openlijk belachelijk gemaakt en uitgelachen. “Wat een dwaas en lang en eentonig stuk zijn wij hier aan het opvoeren”, dat gevoel én het openlijk tonen er van.
En ergens is die idee niet slecht gevonden en best interessant.
Het is een soort metatheater dat vragen oproept en de vanzelfsprekendheid van “het altijd goede theaterstuk” in vraag stelt.
Maar anderzijds vind ik het ook een beetje gek te vertrekken van een werk dat je misschien niet zo goed vindt, gewoonweg om er dan mee te kunnen lachen.
Of zie ik het te radicaal?
Bovendien wordt het ook allemaal nogal ingewikkeld, als je al deze redeneringen volgt: het oorspronkelijk stuk lacht met de kunstwereld, de acteurs lachen ook nog eens met dit stuk en het publiek lacht met de luchtige grapjes tussendoor.
Al die meta-kronkels deden me me uiteindelijk afvragen met wat ik eigenlijk zat te lachen…
U ziet: een lastig stuk, dat me op het moment zelf weinig of niets heeft gedaan maar me des te meer parten speelde bij het bespreken ervan.
Reageer hieropDat het waarschuwing moge zijn…
Bewaar dit item (0)
Akkoord – ik volg. Waarschijnlijk hangt een en ander ook af van de voorstelling. Op de eerste voorstelling van 12/2 werd de interactie tussen acteur en publiek vooral gedomineerd door een “ons kent ons”-gevoel. Dit kwam het stuk niet ten goede.
Opletten met opmerkingen over decor Stan, want blijkbaar – vandaag in DS - er is asbest ontdekt in het oude decor met een boslandschap uit de Kortrijkse stadsschouwburg uit de jaren 1920. Stan speelde volgens DS “zijn driedaagse speelreeks in Gent ZONDER decorstukken”.
Reageer hieropBewaar dit item (0)
Het decor met asbest waren coulissen, niet het houten staketselachtigding en in de Minard hadden ze inderdaad geen coulissen bij, zo dacht ik.
Ik vond het wel goed en vroeg me niet zo af waarmee ik aan het lachen was. Met de grappigheid, aja. Als ik moet lachen vind ik het meestal goed, anders zou ik niet lachen. Al wie mij laten lachen kan vind ik leuk, hupakee. (Daarom ga ik ook naar Antonia Baehr.) Damiaan De Schrijver en Sara De Roo zijn uitstekende acteurs en ook al zei deze laatste praktisch niets, ik vond haar zelfs de wenkbrauwen grappig optrekken. De Schrijver vond ik schitterend in de grensverleggende klemtonen verleggende scène.
Misschien kon ik er wel om lachen omdat ik een zelf theaterwetenschapster ben, net als de schrijfster die véééél verder gaat dan Virginia Woolf.
Ik stoorde me echter niet aan het licht maar vroeg me net als MarkiesMarlies wel af hoe het zat met het herhalen van de mopjes. Eéntje was alvast uniek: wij hadden de eer om een heus in elkaar verstrengeld en roze gekleed Valentijnskoppel op de eerste rij te hebben en dat was ook de acteur niet ontgaan. Die interactie met het publiek was heel gemoedelijk & zeker niet elitair, ik denk zelfs dat een enkel ‘kunstzinnig’ mopje verloren is gegaan.
Hij zaagde in den beginne over de ontmoeting met het koppel van de kunstzinnige avond, maar dat zat er net pal op: wie kent niet van die mensen die zagen op überculturo’s maar eigenlijk zelf volop in dat farty circuit meedraaien en zich stiekem afvragen waar ze mee bezig zijn? De voorstelling is één grote commentaar op kunstzinnigheid en de theaterwereld. Verwarrend maar knap gedaan was het twijfel zaaien op het eind: sprak nu onze schrijver (en was dat dan Bernhard) of de eregast (de Eckdal acteur) die zo’n heerlijk irritant mannetje was, al even erg als de schrijfster.
Irritante mannetjes en vrouwtjes op scène, liever dan in ‘t echt!
Reageer hieropBewaar dit item (0)