ruvate
- Member since 11 Jun 2009
-
Follow ruvate
(What’s this? Do you want to keep track of what another Vooruit user is doing? Which events this user plans to attend or has attended? Their comments? The users they are following? Changes to their profile?
Log in and click the ‘Follow x’ button in the top right-hand corner. You will be notified of any changes on your dashboard.)


‘Muur’ in Meulestede. Een kant van het Gentse die we nog niet kenden. Veel verdwalen op de fiets, geen wegwijzers – en oh ramp, geen toilet. Ziedaar de praktische minpunten snel opgesomd.
Die irritatie verdwijnt al snel wanneer je het braakliggende terrein met de enorme zilveren installatie te zien krijgt. In de verte spelen kinderen in gekke kleren. Mijn medetheaterganger en ik vragen ons nog even af of dat gewoon buurtkinderen zijn, maar beseffen al snel dat de voorstelling in de verte eigenlijk al bezig is: de kinderen zien er net iets te hard uit alsof ze door een costumière onder handen zijn genomen.
Ondertussen krijgen we ook een koptelefoon in onze handen geduwd. Het publiek begint de grasvlakte te verkennen en wandelt rustig rond de installatie. De acteurs lopen door het volk – vier senioren, vier kinderen – en vallen op door het feit dat zij géén koptelefoon dragen, enkel een microfoontje aan de mond. Pas vijf à tien minuten later begint men te spreken.
Eigenlijk is de voorstelling een constante zoektocht voor het publiek. Wie spreekt er deze keer in je hoofd? Waar staan ze? Sta ik strategisch opgesteld zodat ik hen kan zien? Moet ik weer 10 meter verder lopen om de actie te bekijken?
De fascinatie naar het terrein en de stemmen die recht in je oor zitten, zwakt echter nogal snel af, waardoor het dunne verhaal duidelijk wordt. Een ‘utopische’ muur, een conflict – het klinkt bekend. ‘Muur’ duurt een uur, en dat is zeker lang genoeg. Door de intrigerende vorm is het echter een interessante voorstelling die (in ons geval) de lange fietstocht, het verdwalen en de volle blaas waard was.
Be the first to commentKeep this (0)
Tragikomische perfectie
Eenzaat Serge knutselt in zijn kale appartement korte performances in elkaar, die hij elke zondag opvoert voor één of meerdere van zijn vrienden. Eén zin is genoeg om de verhaallijn van “L’Effet de Serge” samen te vatten. Een stuk waarin er bitter weinig gebeurt – maar wat er gebeurt, is ontzettend heerlijk om naar te kijken.
Buiten de proloog en epiloog – waarin Philippe Quesne blijkbaar altijd het einde van zijn vorige stuk en begin van het volgende stuk opvoert, wat compleet niet aansluit bij het geheel en alles extra hilarisch maakt – wordt het publiek niet betrokken. Het is alsof alle toeschouwers achter een vierde wand zitten, waar ze compleet genegeerd worden door de acteurs, maar wel uitvoerig kunnen meegenieten van de performances van Serge. Die performances zijn zo eenvoudig en geniaal grappig tegelijkertijd dat het publiek constant zit te gniffelen, terwijl de vrienden van Serge helemaal ontroerd zijn door de ‘schoonheid’ van deze kleine showtjes. Het zijn de verbouwereerde reacties van de vrienden, helemaal getroffen door deze – voor hen – kunst met een grote k, die het geheel nog humoristischer maken. De vrienden worden gespeeld door enkele Vlaamse vrijwilligers, die met Serge communiceren in het Nederlands, terwijl hij terugbrabbelt in Engels met een Frans accentje.
Woensdagavond speelde Philippe Quesne de 100ste voorstelling van “L’Effet de Serge”. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom. Van iets klein kan duidelijk iets geweldigs gemaakt worden – het is maar hoe je het bekijkt. Volgend jaar komt Quesne blijkbaar terug naar Vooruit (zoals een enthousiaste Vooruitmedewerker ons na de voorstelling liet weten); ik denk dat ik nu alvast mijn plaatsje ga reserveren.
Be the first to commentKeep this (0)
Koffietafelkadootje
Een halfverlichte Domzaal. Eén figuur – hallo Mette Edvardsen – betreedt de scène, een ander voegt zich al snel bij haar. Het publiek – hallo wij – zit op zijn stoel, rustig bladerend in een boek.
Want Mette Edvardsen “doet in haar performance iets met boeken”. Bij het betreden van de zaal krijgt elke bezoeker een boek aangereikt: “Every now and then” staat er op de witte kaft te lezen. In het boek vindt men een 200-tal foto’s terug.
Bij het begin van de performance valt op dat wat men in het boek ziet ook letterlijk op het podium staat. Edvardsen en haar tegenspeler dragen net dezelfde outfit als in het boek – en ze voeren dezelfde handelingen uit. Het publiek volgt braafjes: kijken naar het podium, bladeren in het boek, kijken naar het podium, bladeren in het boek – tot plots! Het klopt niet meer. Edvardsen gaat de mist in – of doet haar tegenspeler iets fout? Verwarring compleet. Het publiek begint wat wilder in het boek te bladeren – hebben ze enkele pagina’s overgeslagen? Al snel wordt duidelijk dat er in deze performance 2 verhalen zijn terug te vinden – een verhaal in het boek, een verhaal op het podium. Edvardsen speelt met de ruimte in de voorstelling: de ruimte die ze heeft gecreëerd op papier, de ruimte die zich in het hier en nu voor ons ontvouwt in de Domzaal.
Het verhaal in het boek is duidelijk. Elementen ervan komen terug op het podium, maar in een andere volgorde. Ook worden er dingen op het podium gesuggereerd, waarvan we de letterlijke interpretatie terugvinden in het boek.
Het is intrigerend, het is goed gevonden. Het is alleen net iets te lang en er zijn iets te veel leegtes op het podium, die het boek niet kan opvullen. Maar er hangt wel een mooi cadeautje aan vast. Het boek van “Every now and then” won onlangs de Prix Fernand Baudin prijs, die uitgereikt wordt door grafische vormgevers, en is een klein esthetisch juweeltje – een juweeltje dat elke bezoeker zomaar mee naar huis mag nemen. Ik weet dus met wat ik de volgende maanden kan pronken op mijn koffietafel.
Be the first to commentKeep this (0)
Hersenpan op hol
In april 2009 zag ik “Met vuur spelen”, een voorstelling waarvan mijn medetheatergangers en ikzelf nog steeds niet goed begrijpen wat de inhoud was. Interessant decor! Fijne fototechniek! Esthetiek en al – top! Maar waar ging het in godsnaam over? In januari 2010 ging ik, terwijl ik mijn hersenpan nog steeds zat te pijnigen over het hoe en waarom van “Met vuur spelen”, naar “ça brule” kijken.
Een voorstelling waar ik me trouwens van afvraag of het echt de bedoeling is dat er geen hoofdletter staat, of ligt het simpelweg aan de computertechniek die ons geen cedille aanbiedt in hoofdlettertoestand? Deze bedenking geheel terzijde natuurlijk.
Mijn hersenpan blijft gepijnigd. Want ook de inhoud van “ça brule” ging aan mij verloren. Hoogstwaarschijnlijk omdat mijn gedachten vaker wel dan niet afdwaalden naar de schone decoraties in de theaterzaal van Vooruit, omdat wat er op het podium verscheen mij niet echt kon boeien. Scènes wisselen elkaar in een hupsepups-tempo af en voor je beseft waar het over gaat (àls je het ooit al beseft), is het weeral afgelopen en hobbelen er weer andere acteurs het podium op. Flarden van de voorstelling zitten nog onder mijn schedel verstopt, maar veel bleef er achteraf niet hangen.
De goede punten, die dwalen gelukkig nog ergens rond. Een heerlijk filmpje met de geweldige commentaarstem van Dirk Van Dijck. Luc Nuyens-zonder-hoogtevrees die halsbrekende toeren uithaalt op een ronddraaide muur – wat een held. An Miller zoals gewoonlijk de tofheid zelve en een enthousiast lichtpuntje in de voorstelling.
Leuk geprobeerd, lieve Roovers, maar niet ditjedat. Volgende keer beter?
Be the first to commentKeep this (0)
Hertuits raspaard
Wim Vandekeybus is geboren en getogen in de Kempen. Tot daar de overeenkomsten tussen deze crème de la crème van de Vlaamse choreografen en ondergetekende.
Dansvoorstellingen zeggen mij niet veel. We hebben, zal ik zeggen, een ietwat stroeve relatie. Ik mis een verhaal. Ik mis coherentie. Ik lees altijd de brochure wel, maar vergeet na vijf minuten wat het concept ook alweer was. Het ligt dus aan mij, dat besef ik maar al te goed. Wat voor kunstjes die dansers laten zien, wil mijn rug niet naspelen. De pijn zindert al bij de gedachte alleen. De poging om al die bewegingen in een mooi geheel om te vormen zie ik ook als kunst. Heb genade – ik ben dus geen dansbarbaar.
Ben ik, met mijn één dansvoorstelling per 365 dagen, de juiste persoon om een oordeel te vellen over nieuwZwart? Ik denk het niet. Maar ik heb toch wel wat te zeggen.
Hoe heerlijk de decorverandering aan het begin geïntegreerd werd in het stuk.
Wat voor wonderbaarlijke acrobaten de dansers wel zijn.
Dat er tekst was – op een blaadje, met een verteller! Drie hoeraatjes voor coherentie.
Dat Mauro muziek maakte en dat er in mijn ogen dan al niet veel meer fout kan gaan.
Dat de muziekclimaxen in het stuk mij het meest ontroerenden.
Dat er shockeffecten waren, waardoor de zaal bijna uit zijn voegen barstte.
Dat ik de 90 minuten er net een paar trop vond.
Dat nieuwZwart mij af en toe een rilling bezorgde – van huivering én van plezier.
Be the first to commentEn dat, hey joe de Wim, krijgen niet veel mensen voor elkaar.
Keep this (0)
Eén helaasheid, vele mooie dingen.
Guy Cassiers lijkt steevast garant te staan voor oerdegelijk teksttheater. Ook in ‘Onder de vulkaan’ laat dé Toneelhuisman zich weer van zijn beste kant zien. Boekadaptaties zijn niet simpel, zeker niet wanneer ze omgezet worden naar het theater. En zeker niet wanneer ze gebaseerd zijn op “Under the Volcano” van Malcolm Lowry.
Toch heeft ‘Onder de vulkaan’ weer alles in huis waar de stukken van Cassiers garant voor staan: een samensmelting van fijne acteerprestaties, intrigerende teksten en heerlijk filmische beelden waarbij de toeschouwer kan wegdromen. Ditmaal maakt Cassiers gebruik van vooraf opgenomen beeldmateriaal in het verre Mexico. De beelden doen dienst als rekwisieten (de scènes met de glazen!), sfeerbeeld of achtergrond. Jammer is wel dat de aandacht op de tekst soms verslapt doordat de op de achtergrond geprojecteerde beelden zo mooi en levendig zijn.
Josse De Pauw geeft een sublieme vertolking als de altijd dronken consul: een tragische figuur, humoristisch door zijn hulpeloosheid. Een prevelende Katelijne Damen zagen we al eerder, maar de tristesse die ze vaak toont op het toneel past bij het personage Yvonne.
Monologen lijken soms wel te blijven duren, waardoor het publiek ongemakkelijk begint rond te schuiven op zijn stoel. Klapperende deuren van toeschouwers die naar het toilet moeten dragen niet bij tot de volle concentratie. Er zit een helaasheid in elk ding en in ‘Onder de vulkaan’ klinkt deze zo.
Be the first to commentKeep this (0)