FienTondeleir
- Passievruchtrode Eigenwijze Poedel
- Member since 13 Oct 2010
-
Follow FienTondeleir
(What’s this? Do you want to keep track of what another Vooruit user is doing? Which events this user plans to attend or has attended? Their comments? The users they are following? Changes to their profile?
Log in and click the ‘Follow x’ button in the top right-hand corner. You will be notified of any changes on your dashboard.)


Ólöf Arnalds? Hoe zegt u? Zangeres? Ken ik niet… Tijd dan om het Walhalla der encyclopedische weetjes te raadplegen. En wat mogen we ons gelukkig prijzen dat Wikipedia (nog) niet werkt met spraakherkenning. Ik kom terecht bij een IJslandse folkzangeres, en zoals het er staat, multi-instrumentalist. Zingen in het IJslands, een taal die doorheen de eeuwen bijna onveranderd bleef, het is iets wat Ólöf Arnalds met Björk en Sigur Rós verbindt. Meer nog: het klinkt even goed (en onverstaanbaar). Ólöf staat als schattig meisje alleen in de uitverkochte Domzaal, met twee gitaren en een Charango, een klein snaarinstrument uit Zuid-Amerika. Anderhalf uur lang. Maar ze weet hoe het publiek te bespelen: met magische melodietjes en een elfachtig hoog stemmetje. Meer nog, ze is grappig en laat ons meer dan eens lachen. Vooral wanneer ze in het Engels zingt. Don’t go in the crazy car, wat een fijne openbaring!
Be the first to commentKeep this (1)
Ik, om 20 uur in de theaterzaal van de Vooruit tegen een vriendin:
‘Een voorstelling die de naam ‘Big Bang’ draagt, verondersteld explosief te zijn. Dat is toch logisch?’
Ik, een uur en half later, geeuwend, in de theaterzaal van de Vooruit tegen dezelfde vriendin:
‘Ik snap het niet vrees ik. Ik dacht echt dat die gummiboten gingen ontploffen.’
Een witte scène, een omgekeerde auto, wat wandelende takken een waterbassin en wel vijftien gummiboten later, had ik nog steeds geen ‘Big Bang’ gehoord. Geen explosies in deze voorstelling. En dat vond ik jammer. Philippe Quesne en zijn Vivarium Studio lieten me teleurgesteld achter.
Mooi om naar te kijken, was het wel. Maar het sleepte aan … Te lang.
Een hele voorstelling lang had ik dus ‘op hete kolen gezeten’. Ik die dacht dat de gummiboten ooit zouden ontploffen, ik die dacht dat er eindelijk eens wat meer gesproken zou worden dan enkele, onverstaanbare, woorden. Ik die dacht dat het grappiger zou worden. In het hele stuk heb ik toch twee keer gelachen ja. Een: toen de personages pantoffeldiertjesachtig over de grond kropen. Twee: toen men zich installeerde rond het vuurtje (en eigenlijk ook drie: toen ene dame in het publiek daar ferm in opging met een grappig lachje)
Conclusie: geen tweede keer voor mij die Philippe Quesne. Ik had hem liever aan het werk gezien in een museum met deze tableaux vivants en zweverige muziek dan in de theaterzaal van de Vooruit.
Be the first to commentKeep this (1)
Witter dan wit
‘Ik heb het plan opgevat nog eens een theatervoorstelling mee te pikken’, deel ik een vriend mee. Ja, die ‘nog eens’ staat hier wel op zijn plaats. Het is lang geleden maar ik heb er zin in …
Vooraleer ik optrek naar de Minardschouwburg, raadpleeg ik het wereldwijde web. Ik zoek wat meer informatie over het theatergezelschap dat ik die avond zal zien. ‘De Koe wordt omschreven als experimenteel, Bourgondisch, filosofisch, poëtisch, abstract, herkenbaar, grillig, vervreemdend, eenvoudig en verwarrend’, lees ik op hun webstek. Een hele resem adjectieven waar ik niet bepaald wijzer van word. Toch geef ik al snel toe dat theatergroep ‘De Koe’ geslaagd is in één, voor mij dan toch, belangrijke opzet: de nieuwsgierigheid van een toekomstig kijker opwekken tot op het hoogste niveau. Wat mag ik nog verwachten?
Bij het binnenkomen van het zaaltje, wordt het mij al snel duidelijk dat ‘De wederopbouw van het Westen – WIT’ er ‘experimenteel’ aan toe zal gaan (de webtekst heeft tot nu toe niet gelogen). We kijken op een zwevend paneel, verf en borstels, een strijkplank met voorwerpen op, een professionele reinigingsmachine, een diaprojector, ...
En hiertussen staan Peter Van den Eede, Natalie Broods en Willem De Wolf, in het wit natuurlijk en op blote voeten.
De spot gaat aan, je hoort het publiek denken: ‘Shht, het begint’. Maar dat is het nu net: wáár begin je? Wáár vang je aan? Dat is wat deze drie zich doorheen het hele stuk afvragen. Grasduinend in herinneringen, die ze voeren door middel van monoloogjes, gaan ze op zoek naar de start, het oorspronkelijke, het onbeschreven blad. Maar het wordt al snel duidelijk dat het witte ook zwart kan worden. Of juist omgekeerd: witter dan wit (want wanneer je eerst iets rood verft en er dan met wit overheen kleurt, ...). Peter Van den Eede weet alleszins hoe hij het publiek keer op keer moet bekoren. Ja, ook met soep en sap.
Het stuk is zwierig: de flarden muziek , felle lichtdansels en sappige anekdotes (letterlijk) maken het nooit saai. Wel kitsch. Wanneer het typische discussiepunt ‘wat was er eerst: de kip of het ei?’ ter sprake wordt gebracht, krijg het publiek absurditeit vanop de bovenste plank.
Het moet dus gezegd worden, het webplaatje klopt. Experimenteel, filosofisch, poëtisch, vervreemdend, ... Enkel met het woordje ‘eenvoudig’ heb ik het wat moeilijk.
‘Ik ben tevreden’, zeg ik na afloop tegen die vriend en ‘Wil je morgen met mij Frühstücken?’
Be the first to commentKeep this (1)