Stoppen met shoppen
We consumeren onszelf en de wereld te pletter, en dat kan zo niet langer, vindt Reverend Billy, die de nakende ‘Shopocalyps’ probeert af te wenden.
Zomer 1999, New York. Zo’n twintig onopvallend geklede mannen en vrouwen gaan de Disney-winkel op Times Square binnen. Ze verspreiden zich over het gelijkvloers. Allemaal hebben ze kleine cassetterecorders bij, die ze verstoppen in de bergen teddyberen en poppen.
Er komt een boomlange kerel met een geblondeerd Elvis-kapsel binnen. Onder zijn hagelwitte pak draagt hij een priesterboord. Hij begint te fulmineren tegen Disney’s onethische praktijken. Veiligheidspersoneel en management zijn verbijsterd. ‘Wie hier niet is om iets te kopen, zal worden gearresteerd’, dreigt een van hen.
Wat ook gebeurt. De witte priester wordt opgepakt, maar nog voor hij buiten is geleid, hebben zijn twintig volgelingen de taperecorders aangezet. Door de winkel weerklinken boodschappen van arbeiders die in Bangladesh Disney-poppen aaneenstikken. ‘Mijn naam is Lisa Rahman. We werken van acht uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds, zeven dagen op zeven. Als ik in slaap val, word ik geslagen door de opziener.’
Met dergelijke acties werken Reverend Billy – Eerwaarde Billy, in het echte leven de performancekunstenaar en activist William Talen – en zijn Church of Stop Shopping Amerikaanse multinationals nu al tien jaar op de zenuwen.
Niet alleen Disney moet het ontgelden. In Wal-Mart, de grootste detailhandelgroep ter wereld, karren Billy en de zijnen vaak eerst apart rond met lege winkelwagentjes, om dan geleidelijk één lang lint te vormen, als een gebaar van collectieve ongehoorzaamheid aan corporate America. Andere doelwitten zijn de koffiehuisketen Starbucks, Nike en de boekwinkelgigant Barnes & Noble.
De bakermat van de Church of Stop Shopping ligt in Hell’s Kitchen, een buurt vlakbij Times Square in New York. In 1994 belandde Talen daar vanuit San Francisco. Hij volgde er de facelift van Times Square vanop de eerste rij. De ‘squeegee men’ (die van het rode verkeerslicht profiteerden om autoruiten te wassen), de groezelige bioscopen, de sekswerkers, kiosken, straatkunstenaars… alles moest wijken voor het grootkapitaal. Met dank aan Rudolph Giuliani, toentertijd de burgemeester van New York. Talen heeft geen goed woord over voor hem. ‘Hij was een racistische potentaat. Hij heeft niet alleen talloze authentieke buurten vernietigd, maar is door zijn politiebeleid ook verantwoordelijk voor de dood van tientallen onschuldige zwarten,’ zegt hij over de telefoon vanuit Florida, waar hij tot vorig weekend op tournee was.
Talen wist nu wat hij wou aanklagen: het nietsontziende ‘kannibalisme’ van multinationals, ‘dat ervoor zorgt dat we verdrinken in een zee van identieke details’. Alleen wist hij niet hoe. Uiteindelijk vond hij inspiratie bij de typisch Amerikaanse God’s Angry Men, de rechtse, ultraconservatieve evangelisten die stadions doen vollopen met hun Bijbelse bulderpreken en live op tv mensen bevrijden van hun demonen en hun ziektes.
Talen kaapte het typetje voor de linkervleugel. Hij behield de vorm, maar zette de boodschap naar zijn hand. Het succes bleef niet uit. Aanvankelijk trok Reverend Billy het felst van leer tegen de koffiehuisketen Starbucks, die, zoals ook Naomi Klein beschreef in No logo, een uiterst agressieve overnamepolitiek voert waar kleine zelfstandigen de dupe van zijn en die haar Ethiopische toeleveranciers volgens Talen alles behalve loon naar werk geeft.
Reverend Billy bezocht honderden vestigingen, waar hij telkens de duivel verdreef uit de kassa, onder luide aanmoedigingen van een gospelkoor. In 2000 verspreidde de Starbucks-hoofdzetel in Seattle een omzendbrief onder de titel ‘What should I do if Reverend Billy is in my store?’ Eén van de instructies was: ‘Behandel hem als eender welke andere klant en reageer niet op zijn fratsen.’ En als dat niet werkt: ‘Bel de politie.’
Talen gebruikte de titel van de brief in 2003 voor een boek. Kort daarna verscheen een dubbel-cd. En vorig jaar scoorde de Church of Stop Shopping een hit in het alternatieve Amerikaanse cinemacircuit met What would Jesus buy?. Die documentaire volgt de activisten op een tocht door de VS in november 2005. ‘Disney, Wal-Mart en Starbucks hebben er alles aan gedaan om de film tegen te houden, maar het is ze niet gelukt’, zegt Talen. ‘En de eerste resultaten zijn er al. Starbucks heeft een overeenkomst ondertekend met de koffieboeren in Ethiopië, die nu een veel substantiëler deel van de opbrengst krijgen.’
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: