De New-Yorkse The Knitting Factory was dit weekeinde met bijzondere muzikanten aanwezig in Gent. Helaas waren er te weinig belangstellenden. Echte verrassingen vielen er op de meer jazzgetinte vrijdagavond, met The Jazz Passengers als de opmerkelijkste band, niet te horen. De vernieuwingen op rockgebied op zaterdagavond spraken meer tot de verbeelding.
Na de romantische videobeelden van Woody Allens Manhatten mocht het zevenkoppige The Jazz Passengers de spits afbijten van de eerste New-Yorkse nacht. Ze brachten een geestige set vol expressionistische jazz, doorspekt met humor, fraai gecomponeerde en romige ensemblepassages, een moderne swing en dwarse melodieën. Curtis Fowlkes speelde als een moderne Jay Jay Johnson forse trombonepartijen, saxofonist en leider Roy Nathanson hanteerde een dartele , haast swingende stijl. De ongewone bezetting met o.m. viool, vibrafoon en gitaar leverde bijzondere klankkleuren op. Opmerkelijke solo’s waren er van violist Jim Nolet en gitarist Mark Ribot.
Het vijfkoppige Curlew speelde nogal gedateerde muziek die opmerkelijk genoeg vaak naar fusion neigde. Het werd allemaal zonder veel bezieling gedaan en de oeverloze vrije improvisaties klonken zwaar op de hand. De extreme solo’s – van gekras tot fraaie donkere cellotonen – van Tom Cora hadden wel intensiteit.
Het trio van pianiste Myra Melford leerde veel van pianobestormer Cecil Taylor maar liet ook haar sentimentele zijde zien. Door het afwisselen van fel met broos pianowerk zocht ze naar een hypnotiserend effect. Vooral in combinatie met een steeds opwindender spelende ritmesectie lukte dat best. Myra Melford bleek een vinnige pianiste, op zoek naar een eigen pianotaal.
Toen Malevitch een zwart vierkant schilderde, beweerde hij dat de schilderkunst na hem opnieuw moest uitgevonden worden. Zaterdag werd op de tweede avond van Brand New York de rock opnieuw uitgevonden. Jazzinvloeden en elektronica smeedden rockpatronen om tot frisse, vernieuwende klanken.
Het multicultureel gezelschap Bosho stippelde de paden uit waarlangs de muziek die avond zou voortschrijden. Bosho vertrok vanuit een rockbezetting: drums, bas, gitaar en een zangeres, die af en toe tegendraadse ritmes op percussie meetikte. Hip hop en rapritmes zijn het uitgangspunt voor boeiende improvisaties van de gitarist. De overslaande stem van zangeres Kumiko Kimoto kleurde verder de singende muziek in.
Miracle Room komt oorspronkelijk niet uit New York, maar uit Austin, Texas, het mekka van de Amerikaanse rootsrock. Het drietal speelt gewoon bas, drums en gitaar, maar wijkt toch lichtjes af van de geijkte rockpatronen. Het drumstel is opgebouwd uit vaten, wastonnen en allerlei rinkelend materiaal. Naast de traditionele bas en gitaar bezit Miracle Room ook zelfgebouwde gitaren uit hout en metalen draden, die ze met ijzeren stokken of boormachines bewerken.
Miracle Room blijft nochtans swingen en slaagt er toch in met hun klank in extreme vervorming te verzeilen. Led Zeppelin en Chuck Berry worden bij het nekvel gegrepen en omgesmeed tot een verbazend spannende post-noise versie. Vervormde stem, doordravende bas en metaalgebeuk vormen opnieuw swingende nummers. Miracle Room vond ter plaatse de rock opnieuw uit.
Sonny Sharrock werd begeleid door twee drummers, een bassist en een toetsenman die flink swingend uitpakten. De goeroe van de freejazz kreeg een ideaal tapijt voor zijn improvisaties. Sharrock musiceerde ingehouden, maar efficiënt. Slechts de lange bassolo’s wekten verveling. Sonny Sharrock aan het werk zien is een waar genoegen. Tientallen plectrums joeg hij erdoor, balancerend tussen vloeibare melodieën en heftige uitbarstingen. Tussen de concerten door konden de aanwezigen video’s bekijken van Laurie Anderson, David van Tieghem, John Lurie en de verrassende Free Society van Robert Cahen. Voor elke avond ongeveer tweehonderdvijftig belangstellenden was bijzonder weinig voor dit interessante New York festival.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: