Al twintig jaar probeert Arne Sierens (45) de afstand tussen het speeltoneel en zijn schrijftafel op te heffen. Voor ,,Maria Eeuwigdurende Bijstand’’ wou hij als een zenmeester alles vergeten wat hij ooit geleerd had. Het werd een stuk op een ijspiste en met een papegaai in de cast.
Gent is een stad die aantrekt. Op de laatste rechte lijn, naderend in de wagen, komen de torens al eens even groeten. Aan de stadsmond zuigt een ondergronds hol het verkeer naar binnen. Ik drijf mee naar min drie; boven de grond moeten nog enkele verdiepingen vol kooppret uittorenen. Het verbaast me haast dat ik de personages uit het nieuwe toneelstuk van Arne Sierens niet tegen het lijf loop. Zou ik ze herkennen? Michel Mecano allicht wel, een voormalige onderwaterlasser die te lang onderzee bleef en sinds een ongeluk met bouten en schroeven aaneen hangt. Maar Mimi? Of Gabriel?
Het komt niet vaak voor dat een schrijver een gebouw neemt als metafoor voor het leven. Joseph Roth heeft het eens gedaan. In Hotel Savoy nam hij een klassehotel als voorbeeld om de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie te schetsen. De eerste verdiepingen zijn de meest luxueuze; daar huizen de aanzienlijken der aarde. Helemaal bovenaan, waar de trap versmalt en de opsmuk weg is, hebben de ratten een kamertje gevonden. Daar hokken de onbenulligste kamermeisjes, kroostrijke gezinnen, een clown op jaren en de verteller van het verhaal, die altijd net dat tikkeltje luciditeit ontbeert om het belang van de gebeurtenissen juist in te schatten.
Voor dit soort randfiguren heeft Arne Sierens zich altijd al geïnteresseerd in zijn stukken. Maar in plaats van onder het dak steken ze zich in Maria Eeuwigdurende Bijstand weg in het souterrain van een winkelcentrum. Dat is een veilige plek. Ze lopen er niet te veel in de kijker en ze oogsten er geen groot aanzien, maar ze kunnen er ook niet te veel kwaad doen. Het is een plek waar niet veel moet, en wel wat mag. Wie even uit de rat race stapt kan hier vrede mee nemen.
De personages van Sierens zijn ongelooflijk bereid. Ze willen zo graag en ze laten geen gelegenheid voorbijgaan om te zeggen hoe hard ze wel hun best doen. Ze hebben een talent om realistisch te dromen. Sierens: ,,De meeste mensen dromen van Hollywood. Ze zoeken naar een kick die ze niet meer vinden in de realiteit. In dit stuk is het omgekeerd. Deze mensen dromen van een realiteit. Ze hoeven geen vijf springpaarden. Mimi is al gelukkig met een wasmachine. Dat is voor haar een bodem, een grond om op te staan. Ze zit in de flow van haar leven en met zo’n toestel kan ze de realiteit pakbaar maken. Deze mensen bezitten de gave om klein te dromen. De tekst speelt in de kelders van het kapitalisme. Voor deze lui zijn alle essenties weggeslagen. Hun spiegel van ‘zo hoort het’ en ‘dit is de norm’ is een beetje bedompt.’‘
Op zekere dag komt Mimi als een engel gods de kelder van Michel binnen. Ze is Cliniclown geworden. Ze heeft zich voorgenomen om mee in de modder te staan met de mensen die doodgaan. Men vermoedt een onbaatzuchtige Florence Nightingale in haar, tot blijkt dat ze zelf steun komt zoeken bij de oude bekenden. Sommigen kennen elkaar inderdaad beter dan op het eerste gezicht zou blijken. ,,Gabriël’’ , zegt Mimi in dat volkse spreektaaltje van Sierens, ,,ge hebt mij geholpen. Als mijn tirette vanonder en vanboven vastzat, gij prutste ze altijd open.’’ Er is een basissolidariteit tussen deze lieden. Bij gebrek aan alternatief zijn ze elkaars sociale zekerheid. Sierens: ,,Er is een geldfascisme bezig, dat van alles het nut en het rendement vraagt. Daardoor is de discussie over individu en groep zeer getroebleerd. Mensen die samen in een stadion naar voetbal kijken, zijn meteen hooligans. Wie gaat dansen in een discotheek, is een veroorzaker van weekendongevallen. Er is veel angst. In dit stuk zijn er drie personages met angst, maar ze krijgen geen hulp van de maatschappij. Los het maar op, krijgen ze te horen. Daarom willen we daar ook in al onze naaktheid gaan staan; op een ijspiste, volledig omgeven door het publiek.’‘
Sierens wil tot een zeer essentieel theater komen. Zijn grote inspirator Tadeusz Kantór achterna, wil hij alle ballast overboord gooien, tot hij bij de wensdroom van le théâtre impossible uitkomt. Mimi (van Maria), Michel en Gabriël zijn dan ook niet toevallig bijbelse namen en hun verhalen lijken soms op parabels. Sierens: ,,In de bijbel is een mensbeeld van vijfduizend jaar uitgekristalliseerd. Er staan passages in over de verloren zoon, de zorg voor anderen, onthechting, het paradijs. Ik maak daar gebruik van om tot een zuivere kern te komen. Om dezelfde reden zet ik dieren op het podium. In Mijn Blackie speelde een hond mee. Theater moet voor mij dezelfde evidentie hebben als die hond. Die is echt. Zo’n beest kan niet anders. Het acteert niet. En toch staat het ergens voor. Deze keer spelen we met een papegaai. Die logeert nu om beurten bij de acteurs. Je kunt dat dier niet negeren. Als je het laat vliegen, gaat het dood. Als je het geen eten geeft ook. Die gedachte van we take care wou ik op het podium brengen.’‘
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: