De Belgisch-Amerikaanse choreografe Meg Stuart heeft drie projecten op stapel staan. Van een ‘work in progress’ tot een festival: Meg Stuart kiest voor de kleine zaal.
Sommigen zijn praters, sommigen zijn doeners. Meg Stuart is vooral het tweede: met haar dansgezelschap Damaged Goods zette ze de afgelopen zestien jaar Brussel mee op de internationale danskaart.
Stuart repeteerde gisteren tot in de vroege uurtjes en vandaag blijft ondanks een laagje poeder een breekbare huid zichtbaar met in het midden twee kleine ogen. En een mond die koffie nipt.
Damaged Goods huist net naast de Kaaistudio’s in Brussel, waar ze vanaf morgen drie dagen lang work in progress presenteren. Met Atelier maakt Damaged Goods dus gewoon een stuk bij de buren. Hoewel, ‘gewoon’: de studio is binnenin rondom bezet met stellingen zodat het publiek vanuit de hoogte op een arena kan neerkijken. Er liggen in de diepte een boomstronk en een hakbijl klaar, net als een drumstel en een micro. En in het donker van de coulissen staat een half bos verstopt.
‘Ik zie Atelier als een kamer waarin je het publiek uitnodigt om heel dicht bij je te komen zitten. Die intimiteit is wenselijk. Je toont uiteindelijk het ontstaansproces van een voorstelling die pas in juli in Essen in première zal gaan: materiaal waarvan je zelf moeilijk kunt inschatten hoe “af, het is.’
Zelf noemt ze Atelier graag genereus, en zelfs moedig. ‘Ik heb erop gehamerd dat het geen show zou worden. Het is niet verfijnd, het is een ervaring.’ In de aankondigende tekst lezen we over ‘de alchemistische broeikas van Meg Stuart’. ‘What, did I say that?’, giert de choreografe. ‘Oh god… Hoe ziet die er dan uit?’ Als een kunstenaar de eigen wereld nog moet ontdekken, is er hoop op een héél lange carrière.
Met haar laatste voorstelling The fault lines, met Atelier en eind deze maand ook met Solo works kiest Meg Stuart opnieuw voor het kleinere werk. Dat was wel even anders met grotezaalproducties als Blessed (2007) en Do animals cry (2009). ‘De voorstellingen zijn dit seizoen kleiner, maar de intensiteit als maker – en ik ben ervan overtuigd ook als toeschouwer – blijft dezelfde. Er kruipt trouwens minstens evenveel werk in.’ Stuart geeft niet graag haar voorkeuren mee, maar geeft toch toe dat ze liever voor een kleine zaal staat. ‘De bewegingen kunnen er veel preciezer. De intimiteit komt snel omdat het allemaal subtieler mag.’
De solo’s waarmee Meg Stuart eind deze maand samen met Tim Etchells in het Stuk in Leuven staat, dateren al van 2001. De gelijkenissen met Stuarts huidige werk, tien jaar later, zijn er nog steeds: natuur en cultuur, de dunne lijn tussen bewust en onbewust, live en videowerk. ‘Ik blijf gefascineerd door die shifts. En door het onbenoembare: dat wat onbewust en onzichtbaar is, zoals hoe gedachten onze bewegingen beïnvloeden of hoe er tussen mensen energie ontstaat. Dat interesseert me het meest.’
‘Ik wil vooral meer lucht in mijn voorstellingen. Do animals cry was fictie, zoals een theaterstuk. The fault lines is abstracter. Ik probeer het nu soberder te houden: in de beweging ligt al zoveel, laat die taal maar voor zichzelf spreken, ook in wat ze niet zegt. Verlangens en noden hoeven niet altijd duidelijk geformuleerd.’
Tijdens het minifestival Intimate Strangers in Vooruit nodigt Meg Stuart kunstenaars uit met wie ze zich verbonden voelt. Zo gaf ze onder meer een wildcard aan Benjamin Verdonck. Maar ze speelt er ook de Belgische dernière van haar voorstelling Blessed. ‘Tijdens de tournee is het ecologische aspect naar voren geschoven. Maar misschien komt dat omdat we, zeker voor dans, voorstellingen graag vanuit onze huidige context interpreteren.’


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: