’Frans Woyzeck’, het laatste stuk van Eric De Volder, zal niet de annalen ingaan als zijn meest overtuigende. De tekst blijft fragmentair, het podium raakt niet gevuld.
Op de première van Frans Woyzeck zat Eric De Volder op de rij voor ons: bedaard als altijd achter zijn bril, met een glimlach, soms zelf nog verrast over de loop die zijn acteurs namen met zijn taalplezierige tekst. Zijn spelers waren voor de regisseur zijn alfa en omega, alles liet hij vertrekken van hen. Toen ze hem bij het eindapplaus op het podium hesen, boog hij eerst voor hen, dan pas voor de zaal. Pater familias inter pares.
Ook De Volders producties staan bekend als levende schilderijen van een gemeenschap, van kleine mensen rond grote vraagstukken. De eettafel was er vaak het pontificale meubelstuk van: het offerblok van het gezin. In Frans Woyzeck is die tafel evenwel wat terzijde geschoven voor een ander centraal decorstuk: een houten wc-hok, zo eentje met een uitgesneden hartje in de deur. Het symboliseert de isoleercel van het individu, troonzaal van een leven in de drek, met de kleine liefde als lichtgat.
Verschoppeling
De Volder repeteerde hier dan ook een heel ander stuk dan anders. Het is geen zelfgeschreven relaas, maar een bewerkte klassieker rond één hoofdpersonage. Deze Woyzeck is het oerbeeld van de verschoppeling. Hij verkoopt zich voor het schamele onderhoud van zijn gezin aan god en klein Pierke. Scheert slaafs de kapitein van zijn regiment, eet zich een buikkramp aan erwten voor een medisch experiment. Zich uitdrukken doet hij dan maar op de plee: gevoegdoening als genoegdoening.
De Volder heeft dat schrale mens-zijn nog extra in de verf gezet. Anders dan in het origineel van Georg Büchner, uit 1837, gaat zijn Woyzeck op de kermis niet louter kijken naar een dansende aap, hij wordt zelf die animatie. Vrolijk hupt Oscar Van Rompay over de scène, in rode piccolotenue. Half dier, half automaat.
‘Waarom?’ klonk bij aanvang al Van Rompays eerste kreet. Waarom, waarom dit leven? ‘Daarom’, schalt zijn omgeving in koor. Duidelijk mikte De Volder op een existentieel portret, een ‘ecce homo’ op toneel. Zo is het steeds geweest: expressionisme als diepe religie. Ook Woyzeck wordt Jezus aan het kruis: ‘Lijden weze mijn gebod, lijden al mijn werk voor God.’ Zijn overspelige vrouw Marie (Leen Roels) is Maria Magdalena.
Zo centraal staat deze Woyzeck, en zo fragmentair blijft de tekst, dat de regie moeite heeft om het grote podium van NT Gent gevuld te krijgen met de aloude gemeenschapscarrousel. Frans Woyzeck voelt versplinterd, hoe lekker het spel ook loopt. De zang en muziek van Dominique Pauwels (Lod), geïnspireerd op de opera buffa, missen als loutere klankband lijf en leden.
Nee, De Volders laatste zal niet de annalen ingaan als zijn meest overtuigende. Wat bovenal bijblijft, is de kleurige soldatenparade van het hele Ceremonia-regiment, en De Volders taal: boem tatarata boem tatarata boem! Willens nillens wordt dat stampende rijtje de komende weken een carnavalesk eresaluut voor een van onze meest authentieke makers. Vaart wel, Eric.


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: