De onvolmaaktheid van de perfectie
Het was een warm applaus. Een keer of vier kwamen ze terug om te groeten. Een premièrepubliek is altijd vriendelijk, maar ik ben er zeker van dat het dit weekend niet anders zal zijn. De man zonder eigenschappen I is namelijk een voorstelling die ik perfect zou durven noemen, om meer dan één reden.
Om te beginnen is het een dappere keuze. Maak maar eens theater van een intellectueel topwerk van bijna 1.800 bladzijden waar een gerenommeerd auteur twintig jaar aan heeft geschreven zonder het af te kunnen werken, zo de mythe voedend. Marguerite Duras noemde het “een buitengewoon duister, onleesbaar en onweerstaanbaar boek”. Menig student heeft er zijn tanden op stuk gebeten. Tal van gretige lezers hebben nooit de moed gehad om eraan te beginnen. Het is ook geen verhaal dat zich zomaar laat vertellen. Los van een paar love angles is het één en al retoriek bij dit Weense gezelschap. Zij bereiden de viering voor van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Josef en leggen en passant de mechanismen bloot van het politieke bedrijf. Deze elite probeert angstvallig te bewaren wat is, maar de teloorgang blijkt onafwendbaar, want we spreken 1913, de vooravond van de Eerste Wereldoorlog die het einde zal betekenen van het oude Europa. Het boek is bejubeld om zijn inzichten en zijn rijke taal, maar dat laat zich makkelijker lezen dan uitspreken op een scène.
Toch neemt Guy Cassiers moeiteloos allerlei hindernissen. Want hij gebruikt zijn bekende recept: hij kiest sterke spelers en plaatst hen in een verbluffend kader.
Het moet gezegd: wat een acteerprestaties zeg. Goed gecast, mooi gespeeld. Allemaal vinden ze de lichtheid in deze teksten en houden je vlot drie uur bij de zaak, wat met dit materiaal nu ook weer niet zo vanzelfsprekend is. En toch even: een eervolle vermelding voor Tom Dewispelaere. Dat hij een topacteur is, wist ik al lang, maar hoe hij in deze voorstelling intrigerend kwetsbaar Ulrich, de man zonder eigenschappen zelve, neerzet: klein, met zachte stem, dat wekt ontzag.
Ook visueel is deze productie wederom geweldig. Guy Cassiers beheerst de mogelijkheden van videoprojectie als geen ander, en hij weet goed te doseren tussen livespel zonder poeha en filmische scènes. Voor zijn projecties werkt hij met twee schilderijen: Het laatste avondmaal van Leonardo Da Vinci en De blijde intrede van Christus in Brussel van James Ensor. Slim gekozen, intrigerend gebruikt. Het lichtontwerp is functioneel en sterk, de rekwisieten leuk. En de kostuums van Valentine Kempynck en Johanna Trudzinski zijn grandioos. De dames lieten zich helemaal gaan en maakten fantasievolle, groteske ontwerpen die een absolute meerwaarde betekenen. Pianist Johan Bossers speelt bovendien geheel dramaturgisch verantwoord Wagner, wat zorgt voor ondersteuning en sferigheid.
Zoals gezegd: het is vakwerk, volmaakt, virtuoos. Het zal gesmaakt worden door velen. Ikzelf heb wel een bedenking. Waarom heeft Guy Cassiers dit willen vertellen? Wat precies móét hij gezegd hebben? Wat is er dringend, dwingend, onontkoombaar voor hem? Dat Musil in zijn tijd analyses maakte van het politieke leven die toepasbaar zijn op vandaag? Dat wisten we toch allemaal al, denk ik dan. Dat mensen in alle tijdperken, ongeacht de heersende sociale codes, ofwel vaten vol verlangen zijn ofwel wezens die proberen rationeel te blijven? Dat verandering moeilijk is voor velen, maar soms onontkoombaar? Dat onzekerheid een van de allerlastigste dingen is?
Ik ben het tijdens het kijken niet te weten gekomen. Ik zie een regisseur aan het werk die een verhaal vertelt, maar het voelt niet aan als zíjn verhaal. Graaf Tuzzi zegt op een bepaald moment over het werk van Arnheim: “Ik voel noch de noodzaak, noch het nut van zijn schrijfsels.” Ik voelde dat bij deze voorstelling evenmin, en dat houdt mij op een afstand. Alsof ik zit te staren naar een prachtig bouwwerk waar ik om geen enkele reden naar binnen wil.
Eerder dit seizoen regisseerde Lucas Vandervost, artistiek leider van coproducent De Tijd, De fantasten van Robert Musil. Een voorstelling van om en bij vier uur waarvoor je harder moest werken dan voor deze. Maar terwijl ik zat te kijken kroop dat stuk, onmerkbaar bijna, bij mij naar binnen. Na afloop móést ik weg, alleen de koude nacht in, overmeesterd door iets van tristesse, weemoed en unheimlichkeit. Na De man zonder eigenschappenI voelde ik niks, behalve dorst misschien, en dat is toch een beetje jammer.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: