De dienaar van de schoonheid is de derde van een reeks solotoneelstukken waarin Jan Fabre reflecteert over zijn plek in de wereld als kunstenaar, theatermaker, auteur. Ook dit stuk regisseert hij zelf, met Dirk Roofthooft als acteur. Die maakt er alweer een pareltje van acteerkunst van.
Terwijl het publiek de zaal inkomt stoft Roofthooft met het kritische, alziende oog van de echte butler een rek af en paradeert dan met hoge borst over het podium. Met zijn roodfluwelen jasje en colbert is hij de ernst en deftigheid zelve. Deze man heeft een missie. Hij dient al sinds zijn tiende zijn “patron” en wil daarmee tot de dood doorgaan. Hij verkondigt dat als een manifest, een erezaak. Dat maakt hem “uit de mode” maar daar heeft hij lak aan. Zijn patron is echter geen mens, maar een onvatbaar idee: de schoonheid.
Deze dienaar, Jan Soep, is echter minder voornaam dan hij doet voorkomen. In onbewaakte momenten kraamt hij soms onvervalst Antwerps uit. Hij bekent dat hij ooit een vuile kleine sloeber was, die door zijn meester een nieuwe wereld betrad maar daarom zijn oude streken niet verleerde. Je herkent hier veel van Fabres eigen geschiedenis.
Om zijn taak zo voortreffelijk mogelijk te volbrengen zou deze dienaar het liefst onzichtbaar worden, zoals het de ware dienaar betaamt. Deze vreemde kwast heeft daar echter ook een andere reden voor. Hij is immers ook marionettenspeler, en zoals elke marionettenspeler droomt hij ervan dat de toeschouwers zijn aanwezigheid vergeten en geloven dat de poppen “echt” leven.
Parasiet
Dat is voor de dienaar van des te groter belang omdat hij via die poppen de verlangens die hij als dienaar niet kan vertonen, wel kwijt kan. Een ervan, Jean Potage, lijkt als twee druppels water op hem. De twee andere zijn een Franse maagd en een Franse hoer, en dan zijn er ook nog een poedel en een pierlala. Die poppen maken in het Antwerps, doorspekt met Frans, een brutale klucht, een parodie van de grote idealen die de dienaar koestert. Op het einde vergelijkt Roofthooft de schoonheid zelfs met een lastige parasiet, een vlo die theaters teistert en niet te temmen valt.
Terwijl de dienaar zich met de marionetten uitleeft, verschijnt opzij van het podium nog een marionet, niet gestuurd door Roofthooft. Hij lijkt als twee druppels water op Fabre zelf. De pop kijkt bedachtzaam toe hoe zijn alter ego zich opmaakt om echt te verdwijnen. Want dat doet Roofthooft inderdaad. In zekere zin toch. Met zijn zwarte onderkleding behoeft hij nog slechts een zwarte kap en handschoenen om helemaal te “verdwijnen”. Natuurlijk zie je hem nog altijd, maar dat deert hem niet. Hij zweert bij de illusie, de parodie op echte wonderen die theater is. Dat maakt hem groots en vertederend kwetsbaar tegelijk.
De dienaar van de schoonheid is een stuk dat achter grollen, grappen en paradoxen een complex inzicht geeft in wat het, voor Fabre alvast, betekent om kunstenaar te zijn. Dirk Roofthooft laat dat tot in de fijnste nuances tot zijn recht komen, maar het is ook op zichzelf een boeiende tekst. Benieuwd wat andere regisseurs hiermee zouden aanvangen.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: