Lezen, dat is pure rock-”n-roll, of het zou dat toch kunnen zijn. Uitgelezen Live, het boekenprogramma van De Morgen en Vooruit, besteedt volgende week dinsdag uitgebreid aandacht aan drie boeken van en over een stel ouwe rockers, geschreven door Nick Cave, Toby Litt en Nick Hornby. Fien Sabbe, Anna Luyten en Jos Geysels ontvangen als gasten Das Popzanger Bent Van Looy en fotograaf Stephan Vanfleteren. Marnix Verplancke proefde de verhalen voor.
NICK HORNBY Juliet, naakt
We hebben nog maar zelden zo”n ontnuchterende openingszin gelezen als die van Nick Hornby”s nieuwe roman Juliet, naakt. “Ze waren van Engeland naar Minneapolis gevlogen om naar een wc te kijken.” Hoe zo, denk je dan, wat is er zo speciaal aan, en je moet niet lang wachten om dat te weten te komen. De wc staat immers in de Pits Club, waar de singer-songwriter Tucker Crowe op een avond in 1986 een optreden van de Napoleon Solo”s bijwoonde. Nadat hij een bezoekje gebracht had aan het vuile, met graffiti besmeurde hokje ging hij terug naar zijn hotelkamer. De ochtend nadien belde hij zijn manager, deelde hem mee dat hij zijn tournee wou afblazen en verdween sindsdien in de anonimiteit, net op het moment dat hij op het hoogtepunt van zijn carrière stond. Voor de paar duizend – vooral mannelijke – fans die verweesd achterbleven, werd de wc sindsdien een bedevaartsoord, waar ze zich lieten fotograferen terwijl ze deden alsof ze stonden te urineren.
Duncan, een van de personages uit Juliet, naakt is een van hen. Meer zelfs, hij is wellicht de grootste kenner van het werk van Tucker Crowe op aarde. Hij runt de website die hij over de man opgericht heeft en kan urenlang dooremmeren over de manier waarop Crowes muziek beïnvloed is door het werk van Bob Dylan, Leonard Cohen, Dylan Thomas, Johnny Cash, Gram Parsons, Shelley, het boek Job, Camus, Pinter, Beckett en – niet het minst – de vroege Dolly Parton. Wanneer Duncan op een ochtend een vooruitexemplaar van de nieuwe cd van Tucker toegestuurd krijgt, wat een unplugged versie van zijn succesrijkste album Juliet blijkt te zijn, kan zijn geluk dan ook niet op. Hij heeft de kans de eerste te zijn die iets over de cd kan schrijven en dat doet hij dan ook meteen op zijn site. Hij hemelt Juliet, naakt, zoals het nieuwe schijfje heet, op als de gouden bron waaruit het stroperige Juliet is voortgevloeid en haalt zich daarmee heel wat onbegrip van zijn partner Annie op de hals. Zij vindt die nieuwe cd immers maar vlakjes en armtierig, en dat schrijft ze dan ook als commentaar bij zijn stuk.
Tot haar grote verbazing oogst ze met die visie heel wat bijval bij anderen, en ze krijgt zelfs een mail van Tucker Crowe himself, die haar groot gelijk geeft. Waarom, zo vraagt ze zich af, hoort zij iets van de man die al 22 jaar ondergedoken leeft als een muzikale Salinger, terwijl hij zijn trouwste fans geen woord waardig acht? Want zo speciaal is ze toch niet?
Hornby, die zich, wanneer hij over idolatrie en muzikale monomanie kan schrijven, duidelijk als een vis in het water voelt – denken we maar aan zijn vroegere Voetbalkoorts en High Fidelity – is hier in grootse doen. Gooleness, met zijn northern soul dancer Barnesy die in de lokale Working Man”s Club een show opzet waarin hij tussen een breakdancer, een vechtsporter en een kozak laveert, weet hij perfect tot leven te wekken, en als lezer wil je na het omslaan van de laatste pagina in feite vooral één ding doen, iTunes opstarten en op zoek gaan naar de muziek van Tucker Crowe.
NICK CAVE De dood van Bunny Munro
Wanneer de verlopen handelsreiziger in schoonheidsproducten Bunny Munro op een dag thuiskomt en de woonkamer van de flat die hij met zijn vrouw Libby en hun zoon Bunny Jr. deelt, in een complete wanorde aantreft, weet hij dat er iets goed fout zit. Zijn favoriete kleren liggen gescheurd op de grond, zijn cd”s van Avril Lavigne, Britney en Beyoncé vindt hij terug in het toilet, zijn illegale kopie van de pornovideo van Tommy en Pamela hangt in guirlandes aan het plafond en door zijn foto aan de muur is een vork geprikt. Moeder heeft zich in de slaapkamer opgesloten, zegt Jr., en wanneer Bunny daar eindelijk binnengeraakt, vindt hij Libby dood terug. Ze heeft zich op de pinnen van de balustrade van het balkon gestort. Bunny denkt maar één zaak wanneer hij haar daar zo voorover ziet hangen: wat heeft ze toch fantastische tieten.
De antiheld uit Nick Caves De dood van Bunny Munro beschrijven als een door seks geobsedeerd drankorgel, doet de man te veel eer aan. Hij is een zwijn, die leeft voor zijn lustbevrediging en zelfs tijdens de uitvaartdienst van zijn Libby naar het toilet van de pastorie glipt om eens lekker te sjorren, maar, zoals de titel van de roman al voorspelt, ook de Bunny Munro”s van deze wereld komen uiteindelijk aan hun einde.
Omdat hij zelf het vak van zijn inmiddels op sterven liggende vader heeft geleerd, acht hij school lopen voor zijn zoon volstrekt overbodig. Hij zal hem wel leren hoe je aan de geldboom moet schudden, zegt hij, waarna hij hem meeneemt in zijn knalgele, door de meeuwen ondergescheten Fiat Punto. In Brighton, het actieterrein van Bunny, stikt het niet alleen van die vliegende ratten, het is ook wetenschappelijk aangetoond dat die beesten niet om het even waar schijten, nee ze mikken, en geel blijkt hun lievelingskleur te zijn.
Terwijl Jr. op de achterbank rustig in de van zijn moeder zaliger gekregen encyclopedie zit te lezen en daarbij een onrustwekkende interesse aan de dag legt voor het seksleven van de bidsprinkhaan en de verwekking van Merlijn de tovenaar, gaat Bunny op bezoek bij alleenstaande vrouwen van middelbare leeftijd wier handen hij masseert met vochtinbrengende crème terwijl hij denkt aan de vagina van Kylie Minogue. Het eindigt nogal eens met een mooie bestelling en een vluggertje, maar soms loopt het ook weleens mis, wat de beste scènes uit het boek oplevert. Bij de potige Charlotte braadt zijn haring niet. Nadat hij met haar portret van Frida Kahlo heeft zitten lachen – “Hadden ze in die tijd geen epileertangetjes?” – denkt hij er met een paar complimentjes af te zullen komen, maar dan heeft hij buiten haar zwarte band in taekwondo gerekend. En zo vergaat het Bunny steeds vaker. Zijn leven is waardeloos, beseft hij, en hij manoeuvreert zichzelf regelrecht de dieperik in.
Cave is vooral een muzikant en dat merk je aan zijn uitstapje naar de literatuur. Zijn roman is heel grappig, maar Bunny ziet de wereld al te vaak om zich heen draaien om ook goed te zijn. Het boek is vooral heel veel van hetzelfde zonder dat er van enige evolutie van de personages sprake is. Maar dat, zo zou een verdediger van Cave opmerken, is net de boodschap van het boek, dat er niet te ontsnappen valt aan het determinisme van de opvoeding en dat Jr.. net zo”n sjacheraar zal worden als zijn opa.
TOBY LITT Ik ben de drummer van de band okay
Wie nog steeds gelooft dat het leven van een rockmuzikant een en al romantiek is, moet er Toby Litts nieuwe boek maar eens bijnemen. Toeren, zo laat hij zijn verteller Clap, de drummer van de Canadese band okay – zonder hoofdletter en cursief, zoals hij ons op een van de eerste pagina”s bezweert – zeggen, is een hel. “Je eet alleen troep. Je ziet eruit als een lijk. En je doet niks anders dan een beetje voor de kat z”n kut ouwehoeren.”
Jonge vrouwen die zich voor je voeten gooien zijn misschien leuk in het begin, maar al dat geneuk begint na verloop ook al gauw te vervelen. En het brengt het voortbestaan van de band in gevaar, want waar vrouwen zijn ontstaan er tussen mannen spanningen en als je dan constant op elkaars lip zit in een toerbus, vraag je om moeilijkheden. Syph bijvoorbeeld, de leadzanger van okay, die eruitziet alsof hij zo uit zijn broek zou kunnen vallen van flauwte, moet een meisje maar aankijken en ze vlijt zich aan zijn voeten, wat de anderen meteen tot tweederangsburgers degradeert. “Ik weet niet wat hij om zich heen verspreidt, maar of het nou de geur van een wezel, een stinkdier, een geitenbok of een wasbeer is, het werkt”, merkt Clap op.
Litt heeft zich goed gedocumenteerd. Sla er eender welke autobiografie van een rocker op na en je zult versteld staan van het anekdotische gehalte van het boek. Hetzelfde geldt voor Ik ben de drummer van de band okay. Clap vertelt over die keer dat Syph afgevoerd werd naar een Russisch privéziekenhuis, waarna hij een rekening gepresenteerd kreeg die toevallig net zo groot was als hun totale gage voor de tournee. Hij haalt herinneringen op aan het kralensnoer dat hij van een boeddhistische monnik kreeg en dat hij tevergeefs probeerde kwijt te raken, aan de kleine jongen die overal in hun kleedkamer opdook en hij gaat zelfs over tot filosoferen over de nationale geaardheid van verschillende fans. “De Belgen komen om te rocken,” merkt hij gevat op, “de Fransen om na te denken over de existentiële aard van de rocker.” Litt is altijd al een schrijver geweest met een buitensporige fantasie en in dit boek kan hij deze de vrije loop laten.
Echt gelukkig zijn Litts personages praktisch nooit. De band staat steeds op splitten of de reünie is nakende, er volgen soloprojecten waar de anderen jaloers op zijn en drugs worden een noodzaak om te kunnen overleven. En dat heeft allemaal te maken met de mentaliteit die in het rockmilieu overheerst, die van de levenslange puber. Wil je de band met je puberpubliek niet verliezen, dan moet je ook een puber blijven, beseft Clap, en dat type mensen staat nu eenmaal niet bekend om zijn standvastigheid.
Na het al te lang uitgesponnen Hospitaal, Litts persiflage op een rampenroman, is dit boek een ware verademing. Litt heeft duidelijk zijn schwung teruggevonden en hij is weer in staat om een wild steigerend verhaal in het gareel te houden. Ik ben de drummer van de band okay is een knappe roman die alle registers van de emotionele toonladder bespeelt.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: