Arts Centre Vooruit, Ghent, Belgium

Skip to main content

Skip to navigation



Persartikel: 'Mijn theater wordt steeds naakter'

Kleurrijk, intens en met onverwachte uithalen: Arne Sierens maakt al twintig jaar hetzelfde theater. Maar het wordt steeds naakter en radicaler. ‘In onze nieuwe voorstelling “Apenverdriet, krabben we alles af tot de essentie.’

Over zijn theaterstukken en hoe ze groeien, over zijn compagnie die hij als een familie beschouwt: Arne Sierens kan er met gloed over vertellen. Hij glimt dan van enthousiasme. Maar af en toe schuift er een bitter randje over zijn verhaal. Dan zie je hem vloeken en foeteren.

‘Ik ben dit jaar vijftig geworden’, zegt hij. ‘Daar sta je toch even bij stil. Zelden heb ik mij zo goed gevoeld. Compagnie Cecilia bereikt een breed publiek, en dat wil ik ook graag. We houden alles op de affiche en spelen lange reeksen, ook in het buitenland. Mijn vechtlust is niet verdwenen. Maar het blijft verdomd knokken. Steeds vaker besluipt mij het onaangename gevoel dat de theaterwereld uit twee categorieën bestaat: de haves en de have nots. Als je weer eens geen repetitielokaal vindt, of eentje dat steenkoud is en waar het binnenregent: dan vraag je je toch af wat er aan de hand is.’

Op de voormalige Acec-site, een industrieterrein in een noordelijke uithoek van Gent, groeit ondertussen De Expeditie. Het is een reconversieprogramma dat door Arne Sierens en zijn kompanen mee op de kaart is gezet. Het bouwprogramma loopt in verschillende fasen. In een oud fabriekspand komt een ‘cultureel bedrijvencentrum’ waarvoor Marie-José Van Hee al een slimme architecturale aanzet heeft gegeven. Het Vlaams Centrum voor de Circuskunsten vindt er onderdak. Ook Compagnie Cecilia zal er twee repetitiestudio’s krijgen.

Sierens: ‘Maar het gaat moeizaam. Precies omdat het geen evidente plek is. En dan kijk je rond, en zie je hoeveel cultuurcentra er soms maanden leeg staan. Van sommige huizen krijg je de sleutel maar niet te pakken. Cultuur botst nog vaak op bureaucratie. Het is een situatie die ons kwetsbaar maakt. Daarom pleit ik voor meer objectivering. Dat ze onze overheadkosten en de toeschouwers die we bereiken gerust naast dat van andere theaters zetten!’

Tien jaar geleden ontdekten Sierens en zijn rechterhand Stef Ampe de Acec-site. Ze vonden er een loods waarin de Gentse reeks van Mijn Blackie kon spelen. In die voorstelling keert een jongen van twintig terug naar het platteland. Hij ontmoet er zijn ex-lief, zijn vrienden, de boeren en ook Blackie, een intussen stokoud geworden zwarte bouvier.

Mijn Blackie was een van de ‘milieustudies’ waarmee Arne Sierens zijn naam en faam vestigde. Het was theater in de vorm van een curve. De emotionele golfslag kon in een mum van tijd evolueren van stil en klein, naar wild en uitgelaten. Muziek en dans pookten de intensiteit nog op. Het tragische en het komische, het kwetsbare en het stoere: water en vuur moesten in deze theatervorm samenkomen.

Sierens maakte ook zeer herkenbaar theater. Het speelde zich af in bijzondere biotopen zoals een snackbar (Martino), een boksclub (Alle Marokkanen zijn dieven) of later ook een ijsring (Maria eeuwigdurende bijstand). Kleurrijke randfiguren kwamen er samenklitten. Hun idealisme, hun angsten en hun hunkeringen werden telkens scherp en direct geportretteerd. De bijval bleef niet uit. Een groot publiek ontdekte Arne Sierens en zijn theatervoorstellingen waarin je hard kunt lachen, maar soms ook een krop moet wegslikken.

Sinds 2006, toen u Compagnie Cecilia oprichtte met Marijke Pinoy en Johan Heldenbergh, lijkt u een andere richting ingeslagen. Van het symfonische naar de kamermuziek.

‘Dat heeft met budgettaire besognes te maken (lacht bitter). Voor mijn volgende grote project, Schöne Blumen dat in de zomer in première gaat, heb ik zelfs twee acteurs moeten afzeggen.’

‘Daarnaast word ik gewaar dat mijn theater steeds radicaler wordt. Dat moest ook. Het viel samen met het einde van Das Theater en het begin van een nieuw gezelschap. Ik had geen keuze en kon niet verder.’

‘Toen heb ik een aantal knopen doorgehakt. Dat ik alleen nog wilde werken met mensen met wie ik een vriendschappelijke band heb. Acteurs die met een ei zitten. En dat ik zonder compromissen mijn demonen zou volgen. Ja, mijn theater zal dus altijd over families blijven gaan, over verhoudingen tussen moeders en dochters, vaders en zonen of broers en zussen. Nooit eens over een doktersgezin. Ik kan alleen spreken over dingen waar ik eerlijk over kan zijn, waar ik écht mee bezig ben. Voor het publiek is die eerlijkheidsgraad trouwens de echte graadmeter.’

Voor elke nieuwe voorstelling hebt u vijf maanden repetitietijd nodig. Waarom?

‘Ik ben geen schrijver die achter een bureautje gaat zitten om tekst te produceren. Mijn materiaal is wat de acteurs mij zelf aanreiken, in improvisaties en opdrachten.’

‘Eerst ontstaat een kerngevoel dat je in vier zinnen kan samenballen. Met die bewegingen gaan we aan de slag. Maar ik ben geen sampler, die dan van al die tekstjes een montage maakt. Gaandeweg worden er nieuwe scènes geëxploreerd. We doen ook research. Als we ons inhoudelijk niet beslagen vinden, lassen we interviews in. En we kijken samen naar films en documentaires.’

Wat waren de inspiratiebronnen voor de nieuwe voorstelling ‘Apenverdriet’?

‘De tekst is op het lijf geschreven van twee actrices, Marijke Pinoy en Wine Dierickx. De ene is de gastvrouw van een feestje, de andere een ongenode gast die is blijven doorzakken. Deze twee vrouwen raken noodgedwongen met elkaar aan de praat over dingen die hen raken. Daarbij kijkt de ene terug op het leven, en de andere vooruit.’

‘We zijn dus op zoek gegaan naar wat hun biografieën konden zijn. Daarvoor vonden we inspiratie bij het stripverhaal Faire semblant se mentir van Dominique Goblet, maar ook in vrouwenliteratuur zoals die van Ingeborg Bachmann en Virginia Woolf. Woolfs roman Mrs Dalloway schetst de voorbereiding van een feest en het feest zelf. Bij ons is het feest afgelopen. Het is als het ware een vervolg.

‘Vrij snel hebben we ook de bewegingen ontwikkeld. Door de inbreng van de choreograaf Ted Stoffer is het een heel lichamelijke voorstelling geworden. Er zijn voortdurend fysieke clashes, maar dan gestileerd zoals in de butoh-dans. Ik zoek altijd naar een bijzondere mengvorm van muziek, tekst en beweging. Tekst is voor mij maar een deeltje van een voorstelling.’

‘In Apenverdriet proberen we heel ver te gaan en alles af te krabben tot de essentie. Vanaf Maria eeuwigdurende bijstand ben ik overgestapt naar de pure ontmoeting tussen personages, naar de essentie. Anekdotiek heb ik niet meer nodig. Ook de verhalen zijn versimpeld. De plot is bijna verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een voortgang.’

Wat is daarvan het surplus?

‘Dat je theater krijgt dat sterker en dwingender is. Het publiek kan er niet aan ontsnappen. Net zoals de acteurs bijna naakt op de scène staan. In een circuspiste zoals in Trouwfeesten en processen. Of in een claustrofobisch appartement met kale rode kamertjes, zoals in Apenverdriet.’

‘We werken ook zolang aan een voorstelling om ze helder, elementair en evident te krijgen. Goede kunst verklaart zichzelf en heeft geen bijlage nodig. Als toeschouwers mij zeggen dat ze een voorstelling niet verstaan, dan kijk ik onmiddellijk naar mezelf. Dan voel ik me een beetje mislukt in mijn streven om de communicatie zo rechtlijnig en direct mogelijk te maken. Ik wil dat het publiek binnen de eerste tien minuten de sleutels meeheeft van een voorstelling.’

De lage instapdrempel heeft ook met uw thema’s te maken: met de kleurrijke figuren en het volkse theater dat u voor ogen hebt.

‘Ik noem het niet volks. Mijn theater gaat over de condition humaine. Vroeger was ik een verteller, een man van rauwe milieuschetsen. Nu ga ik meer tussen de spelers staan.’

‘In plaats van met figuren werk ik met karakters. Dat was de revolutie die ingezet is met Compagnie Cecilia. Johan Heldenbergh en Marijke Pinoy zijn geen gewone acteurs, het zijn totaalartiesten. Je voelt meteen hoe intelligent ze zijn, maar hebben ook iets dierlijks en wilds. Er leeft bij hen een gigantische drang om iets te vertellen. Ze zouden evengoed Shakespeare kunnen spelen, maar veel liever sluiten ze zich vijf maanden met mij op om te zitten poken in het milieu van de huisjesmelkers en de Bulgaarse koppelbazen in Gent. Blijkbaar kunnen ze daar nét iets meer mee vertellen dat met een Tsjechov.’

‘Maar ook bij mijzelf is er iets veranderd. Ik heb gewoon meer lef dan vroeger. Ik durf erin duiken. Of juist loslaten, en desnoods alles weggooien. Dat was vroeger beangstigend. Al snel heb je de dingen niet meer in de hand. Je ziet niet meer waar ze naartoe gaan. Nu is er een zekere rust over mij gekomen: het komt wel goed.’

Nu ‘De helaasheid der dingen’ in de filmzalen speelt, duikt wel eens de vraag op: mag je randfiguren op deze manier portretteren?

‘Mijn boutade luidt: straathoekwerkers zou men beter ook inzetten in Sint-Martens-Latem. Want ook daar vind je hoge criminaliteitscijfers. Maar het gaat dan wel om belastingontduiking en witte-boordencriminaliteit.’

‘Waar je onhygiënische omstandigheden of zwaar alcoholisme als achtergronddecor gebruikt, bots je op grenzen. Je begeeft je in de vierde wereld. Maar die heeft ook iets supermenselijk. Kijk naar assisenprocessen: je ziet er mensen die ontdaan zijn van alles. Het menselijke falen ligt daar bloot.’

‘Een stuk als Woyzeck gaat daarover: ben je zelf over de schreef gegaan, of hebben de levensomstandigheden je daartoe aangezet? Voor mij is Woyzeck een fundamentele mens. Ik heb er in elk geval meer affiniteit mee dan met Hamlet.’

‘Onderstromen komen boven in elke mens. Maar waar het rationele minder van tel is, worden mensen kleurrijker, dankbaarder, theatraler ook. Als ik Boon of Verhulst lees, zie ik straffe stilisten. Boon is onze grootste schrijver, Verhulst heeft met De helaasheid een vreselijk goed boek geschreven dat in elkaar zit als een Zwitsers uurwerk.’

Goede literatuur of theater zijn voor u autobiografisch?

‘Daar ben ik honderd procent van overtuigd. Ik ga alleen naar het theater om een confrontatie mee te maken met een mens op een podium. Wat hij speelt en wie hij is, moeten elkaar raken.’

‘Maar er is ook een merkwaardige paradox mee gemoeid. Want net om die laag bloot te leggen, moeten acteurs een masker opzetten. Als je je kwetsuren laat zien, doe je dat niet open en bloot. In al mijn voorstellingen zit daarom een spel met de fictie. Iets wat je bij elkaar liegt. Alleen daardoor kunnen acteurs ook alles ventileren. Een masker opzetten als excuus om het over jezelf te hebben: dat is voor mij de essentie van theater.’

Gent is uw stad en uw verhaal. Uw grootste fanclub zit er. De Gentse reeks van ‘Apenverdriet’ is al weken uitverkocht. Bent u een stadstheater op uw eentje?

‘Maar ik geef ook workshops in Frankrijk! En ik werk ook met West-Vlaamse en Antwerpse acteurs. Als je naar de details graaft die menselijke relaties kleuren, en je kunt die blootleggen en daar de waarheid in vinden, dan erkennen mensen over heel de wereld zich daarin. Armoede tekent de mens overal, in Vlaanderen zowel als in China.’

‘Gent is voor mij zoiets als het Macondo voor Garcia Marquez, het Rimini voor Fellini, het Aalst voor Boon. It’s my tribe, mijn biotoop. De taal is ook mijn taal. Maar in mijn voorstellingen duikt geen plat Gents op. Anders zou niemand het begrijpen. Als we de juiste kleur van een woord niet vinden, dan verzinnen we het gewoon. Of we gebruiken een oud woord omwille van zijn klankwaarde. De taal zo effectief mogelijk inzetten: voor mij heeft dat meer te maken met rock-’n-roll dan met dialect.’

Tussentaal en dialectische klanken in Vlaamse soaps storen veel tv-kijkers. Want vindt u daarvan?

‘Ik heb mij nog nooit geërgerd aan Verkavelingsvlaams. Wat mij wel stoort, is dat al die televisieseries zo slecht geschreven zijn. Mijn oren tuiten van de valsigheid en de onwaarheden. Zo spreken mensen niet met elkaar. Van vlees en bloed is, laat ons zeggen, met kennis van zaken geschreven. Maar verder maak ik geen uitzonderingen.’

Hoe krijg je dat dan wel voor elkaar om iets levensecht te maken?

‘Het is – alweer – een paradox. Wie open en eerlijk wil zijn, moet juist sterk over de vorm waken. Het grootste deel van mijn theaterwerk heeft daarom te maken met vormstudie, training, techniek. Atleten van het hart heet het boek van onze vaste fotograaf Kurt Van der Elst. Dat kun je best letterlijk nemen: in het theater moet je je gevoeligheid trainen. Om elkaar te vinden, moeten acteurs niet in één geut ophoesten wat op hun ziel ligt, maar elkaar juist voorzichtig aftasten. Het werkt zoals in de chemie: je hebt zwevende deeltjes, een vloeistofachtige massa die klaar is om een vorm aan te nemen. Twee deeltjes kleven aan elkaar, en kijk: plots begint het te vonken.’

‘Als theatermaker voel en je ruik je als dat gebeurt. Dan smeult het daar ergens in ons binnenste, het moet gewoon verteld worden. Ik bouw mijn stukken op aan de hand van dat soort momenten. Keep your darlings, zeg ik dan. En smijt alstublieft de rest weg.’

www.standaard.be

Post a comment

Please log in or register to post a comment.

Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can:

  • take part in the community activities on our website
  • keep a personal calendar of your favourite events
  • upload pictures and make friends
  • keep your favouiete photos, videos, music, texts or comments
  • rate other comments
  • by Geert Van der Speeten (De Standaard, 31 okt 2009)
  • Copy_arr All rights reserved
  • Uploaded on 02 Nov 2009
Tags
Artists
Arne Sierens
Keep this (0)

Related events

Compagnie Cecilia / HETPALEIS – Apenverdriet
04 Nov 2009 - 21 Nov 2009

Contact us

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Send us an e-mail)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital