Arts Centre Vooruit, Ghent, Belgium

Skip to main content

Skip to navigation



Uitgelezen City trip - De boeken op tafel

In april staat Gent in het teken van het T:me (stads)festival. Vooruit is het Meetingpoint en ook Uitgelezen pikt in door boeken te laten becommentariëren die te maken hebben met stad en stedelijkheid: dat zijn met name De Kinderen van de Keizer (Claire Messud), Grote Europese Roman (Koen Peeters) en De Sirenen van Bagdad (Yasmina Khadra).

1. Koen Peeters – Grote Europese Roman

Eindelijk. Na de Great American Novel is er nu de Grote Europese Roman. Een boek met evenveel hoofdstukken als er hoofdsteden in Europa zijn. Een vinnige zoektocht naar het geluk. De Grote Europese Roman beschrijft hoe wij, vreemden, in congrescentra, luchthavens en hotels elkaar toch kunnen vinden. Hoe wij, Europeanen, elkaar aftasten met taal. Hoe wij sommige geheimen alleen kunnen toevertrouwen aan mensen die we nooit zagen of zullen weerzien.

Robin is op zoek naar allesverterende liefde, Theo wordt voortgestuwd door zijn eigen verleden. Ze werken in de marketing, de reclame, de relatiegeschenken. En Theo is Robins baas. Nog een ander verschil: Robin is veelbelovend en ongeduldig, Theo is de wijze, trieste chef die alles al heeft gehad. Ja, alles. Ze zijn zakenmannen. Maar sinds de tv-beelden van Nine Eleven, toen eenvoudige kantoorlui in New York bedekt werden met asse of erin opgingen, zijn zij helden.

In Praag ontmoet Robin een golem, in Boedapest zwemt hij, in Warschau deelt hij het bed met Agnieszka. In Brussel ontmoet Robin eindelijk de ware. De ware? Ja, de enige ware vindt hij op vulkanische wijze. Ondertussen wordt Theo’s geheim langzaam maar zeker onthuld: een oude oorlogsgeschiedenis. Terwijl de wereld zich ontplooit voor Robin, sluit die zich traag én tragisch voor Theo.

Koen Peeters (1959) studeerde antropologie en pers- en communicatiewetenschappen in Leuven. Hij kreeg de Nieuwe-Yangprijs voor zijn debuut Conversaties met K. (1988). Daarna verschenen van hem Bezoek onze kelders, De postbode (NCR-prijs), Het is niet ernstig, mon amour (Literaire Prijs van de Provincie Vlaams Brabant) en Acacialaan (longlist AKO Literatuurprijs). Hij is redacteur van Dietsche Warande & Belfort.

Een fragment uit Grote Europese Roman.

BERN

Brussel, de nieuwe eeuw was begonnen en in september werd overal in de kantoren de eerste budgettering voor het nieuwe jaar opgemaakt. Men bedacht plannen voor marktuitbreiding, bestelde marktonderzoek en draaide de laatste vakantieverhalen achteloos de nek om. De geesten van de mensen: ambitieus, meer en meer gefocust. Het zakenleven is geen kinderspel. Theo Marchand sloot de deur van zijn kantoor en wenste, op zijn hartelijkst, zijn secretaresse het beste toe. Hij vertrok voor een autorit van drie uur, zei hij tegen haar. Ze glimlachte bescheiden, hield afstand. Exact drie uur later kwam Theo op zijn bestemming.

Een berg, met daarbovenop het exclusieve Hotel des Roses. Door de voorruit zag hij hoe de avondzon zilveren linten en spiegeltjes over de omgeving strooide. Niets kwam verkeerd in beeld. Theo stapte uit zijn auto en ging op het terras staan kijken naar het onwezenlijke landschap. Hij zag iets uit een film, een mistige prent. Romantische wolken waren de uitdrukking van liefde, eeuwigheid, godsbewijzen. Theo Marchand was ruim zeventig.

Rijzig, gebruind, uitstulpende mannelijke lippen. Ook al was hij oud, hij had nog altijd het gevoel dat iedereen in zijn bedrijf hem begreep en volgde. Alles was altijd onder controle. ...

2. Claire Messud – De kinderen van de keizer

In het Manhattan van net na de millenniumwisseling zijn drie dertigers op zoek naar het ware geluk. Het zijn Danielle, een beginnende, terughoudende televisie-producente, die jaagt op het documentaire-idee waarmee ze in één klap haar reputatie kan vestigen. Marina, de beeldschone dochter van een bekende liberale journalist, die om in alle rust te kunnen werken aan de voltooiing van haar eerste boek, intrekt bij haar ouders in het kolossale appartement aan Central Park. En ten slotte Julius, een homoseksuele freelance journalist die vernietigende boekrecensies schrijft en dolgraag een glamoreus New Yorks leven wil leiden zonder al te veel inspanningen.

De kinderen van de keizer volgt deze drie vrienden in hun constante zoektocht naar authenticiteit en de zin van het leven, hun successen en persoonlijke strubbelingen. Wanneer Ludovic Seeley, een gladde Australische mediamagnaat, binnentreedt in Marina’s leven voelt Danielle zich gepasseerd en raken de heerlijke onderlinge complicaties zwaar beladen. En dan verschijnt Marina’s neefje ‘Bootie’ ten tonele – op zoek naar pure intellectuele bevrediging. Vol aanbidding voor zijn oom Murray Thwaite, de mecenas, maar steeds openlijker twijfelend aan diens oprechtheid, neemt hij een beslissing die voor allen grote gevolgen heeft en ieders leven voorgoed verandert. Zo volgen we de verwikkelingen van deze personages van maart tot november van het beruchte jaar 2001 tot aan de verbluffende, ontroerende en verrassende apotheose.

De kinderen van de keizer is een ambitieuze en veelomvattende roman, vol rake, genuanceerde beschrijvingen, complexe personages en levendige observaties. Het geeft tevens een meesterlijk portret van de stad New York, een van de meest fascinerende steden ter wereld, en een indrukwekkende illustratie van hoe de gebeurtenissen van één enkele dag alles en iedereen kunnen veranderen, voor altijd. Het boek toont Claire Messud, een schrijfster in de bloei van haar carrière, op haar allerbest.

Een fragment uit De Kinderen van de Keizer

maart – onze kok is erg beroemd in londen

‘Dag, lieverds! Welkom! En dan moet jij Daniëlle zijn?’ Lucy Leverett, klein van stuk en gestroomlijnd, met enorme ogen die nog groter leken door alle kohl, had ondanks haar gelijkenis met een babyzeehondje een indrukwekkende raspstem. Haar waaiervormige hangoorbellen rinkelden in haar hals toen ze zich voorover boog om hun allemaal, ook Daniëlle, een zoen te geven, en hoewel ze haar sigaret, in een parelmoeren houder, op armlengte hield, dreef de rook tussen hen door, zozeer dat Daniëlle er tranen in haar ogen van kreeg. Om haar make-up niet te ruïneren wreef Daniëlle niet in haar ogen. Voor de spiegel in de badkamer van Moira en John was ze een halfuur bezig geweest om hem aan te brengen, waarbij ze uitgebreid in de korrelige spiegel naar haar onvolkomenheden had zitten staren en bij wijze van remedie een dikke laag plamuur had aangebracht. Onder die laag had ze blauwige wallen onder haar vermoeide, olijfvormige ogen, neusgaten met bizar rode randen en een hoog voorhoofd dat aan het vervellen was.

Ze was niet van plan het verval onder die laag verf aan een stel onbekenden te onthullen. ‘Kom binnen, lieverds, kom binnen.’ Lucy ging achter hen staan en leidde het trio naar het gezelschap. De huiskamer van de Leveretts was donkerpaars geverfd – ‘aubergine’ noemden ze dat hier – en de gordijnen waren van fluweel. Aan het plafond hing een gruwelijke gietijzeren kroonluchter die zo uit een middeleeuws kasteel had kunnen komen. Bij de erker stonden drie mannen naar buiten te staren en met elkaar te praten; hun glazen rode wijn lichtten op in het weerspiegelde avondlicht. Tegen een van de muren stond een grote, lange bank met kussens, waarop vier vrouwen zaten als odalisken in een harem. Twee van hen zaten op hun knieën aan de uiteinden van de divan; met hun gestrekte armen liefkoosden ze de kussens. Tussen hen in zat de ene vrouw met haar hoofd in de schoot van de andere. Glimlachend en met haar ogen dicht fluisterde ze naar het plafond, terwijl haar vriendin haar overvloedige haardos streelde. Het geheel maakte op Daniëlle een nogal vage indruk, alsof ze andermans droom was binnengewandeld. Dat idee bleef ze maar houden, in Sydney, zo ver van huis. Ze kon niet echt zeggen dat het onwerkelijk was, maar deze werkelijkheid was zeker niet de hare. ‘Rog? Rog, meer wijn!’ riep Lucy naar het binnenste van het huis. Toen wendde ze zich weer tot haar gasten, met een bezitterige arm om Daniëlles biceps geslagen. ‘Rood of wit? Waarschijnlijk heeft hij zelfs rosé, als je daar meer zin in hebt. Zelf vind ik het maar niks – zo Californisch.’ Ze grijnsde, en aan haar kraaienpootjes kon Daniëlle zien dat ze een jaar of veertig was. Uit het met kaarsen verlichte duister van de eetkamer kwamen twee mannen met flessen aanzetten, beiden slank, beiden op het eerste gezicht een tikje artistiekerig. Daniëlle nam aan dat de indrukwekkende man vóór haar, in een gesteven lavendelkleurig overhemd en met een hoog, glad nabokoviaans voorhoofd met daaronder halfdichte ogen, haar gastheer was. Ze stak haar hand uit. ‘Ik ben Daniëlle.’ Hij had elegante vingers, en zijn handpalm, toen hij de hare raakte, was koel. ‘O ja?’ zei hij. De andere man, minstens tien jaar ouder, met enigszins vooruitstekende tanden en een sikje, sprak van achter zijn schouder. ‘Ik ben Roger,’ zei hij. ‘Leuk je te zien. Trek je maar niks aan van Ludo, hij speelt gewoon hard to get.’ ‘Ludovic Seeley,’ zei Lucy. ‘Dit is Daniëlle…’ ‘Minkoff.’ ‘Vriendin van Moira en John. Uit New York.’ ‘New York,’ herhaalde Ludovic Seeley. ‘Daar verhuis ik volgende maand zelf ook naartoe.’ ‘Rood of wit?’ vroeg Roger, wiens openstaande overhemd een gebruinde borst met hier en daar wat grijze haren en een dun gouden kettinkje onthulde. ‘Rood, alstublieft.’ ‘Goeie keus,’ zei Seeley, bijna fluisterend. Hij stond haar – voelde ze meer dan dat ze het zag, want hij knipperde niet eens met zijn halfdichte ogen – van top tot teen op te nemen. Ze hoopte dat haar make-up goed zat, dat ze geen stoffige propjes poeder op haar kin of wang had. Daniëlle herkende in hem ogenblikkelijk een gelijke. Hier, uitgerekend hier in deze rare en irrelevante enclave, had ze een soortgenoot ontdekt.

3. Yasmina Khadra – De Sirenen van Bagdad

‘De teerling was geworpen. Mijn vader viel achterover, zijn armzalige hemd over zijn hoofd, zijn buik ingevallen, gerimpeld en grijzig als van een dode vis … en terwijl het hoofd van de familie op de grond lag, zag ik wat ik onder geen beding mocht zien, wat een waardige, fatsoenlijke zoon, een ware bedoeïen nooit ofte nimmer mag zien, dat weke, weerzinwekkende en onterende ding, dat verboden terrein, o heiligschennis: de penis van mijn vader … Dit was het einde! Daarna was er niets meer, een oneindige leegte, een bodemloze put, het grote niets …’

Yasmina Khadra neemt in De sirenen van Bagdad de nieuwste geschiedenis onder de loep en beschrijft hoe het ingrijpen van Amerika in Irak en de daaropvolgende aanwezigheid van westerse troepen het dagelijkse leven in een klein Iraaks dorp overhoopgooit en de verhoudingen op scherp zet. Na De zwaluwen van Kabul (over Afghanistan) en Aanslag (over Israël) vormt De sirenen van Bagdad (Irak) het derde deel van het drieluik dat Khadra heeft gewijd aan het grote misverstand tussen het Westen en het Midden-Oosten; het gevolg van een diepe mentale kloof tussen de beide werelddelen.

De romans van Yasmina Khadra (pseudoniem van Mohammed Moulessehoul) worden vertaald in tweeëntwintig talen. De filmrechten van zijn vorige roman Aanslag zijn verkocht aan het Amerikaanse Focus Features, producent van onder meer Brokeback Mountain.

Post a comment

Please log in or register to post a comment.

Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can:

  • take part in the community activities on our website
  • keep a personal calendar of your favourite events
  • upload pictures and make friends
  • keep your favouiete photos, videos, music, texts or comments
  • rate other comments
Tags
Artists
Koen Peeters
Keep this (0)

Related events

Uitgelezen: City Trip
17 Apr 2007

Contact us

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Send us an e-mail)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital