De twee sterkste internationale misdaadromans van het moment gaan over racisme in de VS. Waarmee weer maar eens bewezen is dat een goede misdaadroman het genre zonder problemen overstijgt.
De lange proloog van De infiltrant van Dennis Lehane is niets minder dan briljant. Het is de herfst van 1918. Een trein met het team van de beroemde baseballspeler Babe Ruth aan boord strandt in een klein stadje. Ruth en zijn vrienden slenteren wat door het stadje en stoten op een groepje baseballende zwarten. Enkelen herkennen Ruth en zijn maats. Er komt een wedstrijd tussen de professionals en de amateurs, tussen blanken en zwarten. Hoe de wedstrijd afloopt en wat beide partijen van mekaar denken, beschrijft Lehane op een verbluffend filmische manier. Het zet de toon voor een groots opgezette historische roman die bol staat van symboliek en die gerust een epos genoemd mag worden.
Dennis Lehane is een van de beste thrillerauteurs van dit moment. Zijn misdaadromans blijven ook in Hollywood niet onopgemerkt: Mystic river en Gone baby gone dienden als basis voor uitstekende films van Clint Eastwood en Ben Affleck. Ook De infiltrant is uitermate spannend, maar dit boek is meer dan een misdaadroman. Het uitgangspunt is een politiestaking in Boston, Lehanes thuisbasis, in 1918. De pas opgerichte politievakbond ijvert voor betere werkomstandigheden, meer vakantiedagen en een hoger loon. Dat een overheidsorganisatie het werk neerlegt, was in de VS nog nooit gezien. Vakbonden werden gezien als bijna criminele organisaties. Zeker in de ogen van de werkgevers en de overheid waren de vakbonden broedhaarden van wild verzet tegen al het goede dat de grootste democratie ter wereld te bieden had. Bovendien werden de bonden geleid door socialisten, communisten en anarchisten, de gezworen vijanden van de democratie.
De infiltrant uit de titel is Danny Coughlin, een jonge politieagent uit een Iers politiegeslacht. Zijn vader is een gerespecteerd hoofdinspecteur en zijn broer werkt als hulpofficier van justitie. Danny’s vader, lid van een club van ‘Old men’ die zweren bij de klassieke waarden van ‘law and order’, vraagt hem om te infiltreren in de Boston Social Club, zoals de jonge politievakbond zich noemt.
De infiltrant is een roman over een turbulente periode in de Amerikaanse geschiedenis. In 1918 keren vele duizenden getraumatiseerde soldaten terug van de slagvelden in Belgiƫ en Frankrijk. Nog meer keren terug tussen zes planken. De overlevenden brengen onder meer de gevreesde Spaanse griep mee, die bovenop de talloze oorlogsslachtoffers nog eens miljoenen doden maakte. Danny Coughlin begint zich vragen te stellen over de manier waarop de politie door de machthebbers wordt ingezet om de uitgebuite arbeiders onder de duim te houden. Een van de andere hoofdpersonages is een zwarte arbeider, een van de baseballers uit de proloog. Hij komt even in aanraking met de misdaad, vlucht naar Boston en gaat uiteindelijk bij het gezin Coughlin werken als knecht. In Boston ontdekt hij de NAACP, The National Association for the Advancement of Coloured People, een erg strijdbare organisatie die ijvert voor de gelijkberechtiging van de zwarten in de VS. Ook daarvan gelooft het blanke establishment dat communisten en anarchisten er de dienst uitmaken. In hun ogen is de Blanke Vrijstaat in groot gevaar.
De infiltrant is een ambitieuze roman die de complexe politieke, sociale en raciale thema’s in een woelige periode op een magistrale manier illustreert. De vele verhaallijnen die Lehane erg knap met elkaar verweeft, de tientallen personages die hij met veel gevoel voor nuance beschrijft en de filmische stijl maken van dit boek een meesterwerk.
Rolling Stones
Een goede vriend van Lehane – en een even goed schrijver – is George Pelecanos. Beiden werkten trouwens mee aan de tv-reeks The wire, door velen uitgeroepen als de beste misdaadreeks die ooit op tv te zien was. In Geen weg terug schrijft ook Pelecanos over racisme, armoede en misdaad. Het verhaal begint in 1972, wanneer drie uitgelaten blanke tieners na een concert van de Rolling Stones met hun auto in de zwarte wijk van Washington belanden. De confrontatie met drie zwarte jongens loopt grondig mis. Iemand sterft, een ander wordt voor het leven verminkt. Dan verspringt het verhaal naar het heden. Vijfendertig jaar later zijn de tieners van toen opgegroeid tot hardwerkende vaders. Een blanke vader treurt om de dood van een van zijn zonen in Irak en zet zich als vrijwilliger in voor de getraumatiseerde collega’s van zijn zoon. In het hospitaal waar veel gewonde veteranen worden verzorgd ontmoet hij een van de drie zwarte jongens die hij op die fatale avond in 1972 recht in de ogen keek. Er moeten zoveel nieuwe wonden verzorgd worden, terwijl oude wonden opnieuw worden opengereten.
Geen weg terug heeft niet de epische proporties van De infiltrant, maar is even sterk. Net als Lehane koppelt Pelecanos een sterke plot aan boeiende en complexe personages. Beiden schrijven over vaders en zonen, over wraak en vergeving. Hun maatschappelijke analyse is genuanceerd en accuraat. Beide boeken tonen opnieuw dat een misdaadroman in de handen van getalenteerde schrijvers moeiteloos de beperkingen van het genre kan overstijgen. Lees ze na mekaar, eerst Lehane en dan Pelecanos, en je krijgt een prachtig inzicht in de recente geschiedenis van de VS.


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: