Les Ballets C. de la B.
Vroeger voluit Les Ballets Contemporains de la Belgique. Een dure naam voor een groepje ongeregeld dat collectief werkte vanuit het punkcredo dat iedereen alles kan, inclusief dansen. Vanaf de jaren ’90 besliste Platel om ook buiten het collectief te gaan werken (in Gentse structuren als Speeltheater, Nieuwpoorttheater, Het muziek Lod en Victoria) en verplichtte op die manier de andere leden om uit hun kot te komen. Christine De Smedt, Hans Van den Broeck, Koen Augustijnen profileerden zich vervolgens als dansers-choreografen; werk van Francisco Camacho, Sam Louwyck en Ghani Minne Vosteen werd ondersteund.
Het oude collectief maakte op die manier plaats voor een verzameling choreografen die hun eigen credo’s ontwikkelden. Dat ze zo verschillend zijn, maakt het makkelijker om binnen dezelfde organisatie te functioneren. Toch ontstaat voor buitenstaanders zoiets als een huisstijl (populair, anarchistisch, eclectisch, geëngageerd) en een gemeenschappelijke noemer: deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen.
Platel was een tijdlang artistiek leider van Les Ballets, maar deelt die functie nu met Christine De Smedt. Danser en choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui trad toe na Iets op Bach en Hans Van den Broeck ging op eigen benen staan. Het weze duidelijk dat de diversiteit binnen de compagnie continu appèl doet aan de flexibiliteit van de structuur en dat van standaardisering of stroomlijning weinig sprake is. En zo moet dat zijn: de structuur staat ten dienste van de creatie en niet omgekeerd.
Alain Platel
° 1956, Gent, België
Van opleiding orthopedagoog, als choreograaf en regisseur autodidact. Richt met een aantal vrienden en familieleden in ’84 een groepje op dat collectief opereert. Vanaf Emma (’88) profileert hij zich meer als regisseur. Hij tekent voor Bonjour Madame (’93), La Tristeza Complice (’95) en Iets op Bach (‘98), producties die Les Ballets C. de la B. (zoals zijn groepje ondertussen heet) tot de internationale top bombardeerden. Met schrijver Arne Sierens deed hij tussendoor iets gelijkaardigs voor het Gentse jeugdtheater Victoria met Moeder en kind (’95), Bernadetje (’96) en Allemaal Indiaan (’99).
Hij werkt graag in verschillende structuren (ook als adviseur voor Klapstuk, het grote dansfestival in Leuven, bijvoorbeeld); Platel heeft geen behoefte aan een eigen organisatie voor al zijn exploten. Na Allemaal Indiaan kondigt hij een productiestop aan. Maar Gerard Mortier overhaalt hem even later om iets op Mozart te maken voor de Ruhrtriennale (2003).
In tussentijd deelt Platel het artistiek leiderschap van Les Ballets met Christine De Smedt, maar daarbij bedankt hij voor een rol als kwaliteitsbewaker of hulpverlener. Zijn credo is eerder: zwemmen of verzuipen. In alle geval blijft hij supporteren.
Zijn creaties vertrekken slechts in beperkte mate uit zijn eigen hoofd, zo lijkt het. Bij aanvang van het repetitieproces is weinig gegeven – er is geen plan. Hij geneert er zich steeds weer voor. Bonjour Madame vertrok van 9 mannen en 1 vrouw, La Tristeza Complice van Purcell wordt bewerkt voor accordeons. Voor Iets op Bach is het vertrekpunt de onversneden Bach, rechttoe rechtaan. Voor Wolf een collage van Mozart, karaoke en honden. Voor vsprs zijn Monteverdi en oude opnames van hysteriepatiënten de voornaamste inspiratiebronnen. Met de keuze van zijn dansers legt hij de sporen voor de voorstelling uit: sterke persoonlijkheden, zo verschillend als haalbaar, qua danservaring, culturele achtergrond, leeftijd. De inzet is een wereld van verschil te creëren.
Uiteraard is er altijd veel meer, vermoed en verhoopt, maar Platel trekt zich bewust terug om ruimte te laten voor het onverwachte en het niet bedachte. Hij hoedt er zich voor zijn fantasieën te vroeg weg te geven. Hij laat eerst komen, lokt uit, vist naar wat de dansers absoluut kwijt willen, en gooit zo goed als nooit iets weg. En hij kan wachten – in de lange repetitieprocessen werkt ook de tijd voor hem. Die confrontatie met weidse leegte kan voor de dansers keihard zijn. Maar Platel geeft rust en vertrouwen (je hoeft het niet eens te winnen).
Als een parelduiker diept hij kleinoden op, pas dan komt het halssnoer. Hij is een meester in het combineren van uiteenlopend materiaal, in het orkestreren van chaos. Soms weet hij het ook niet. Daar komt hij rondborstig voor uit. Altijd goed voor lichte paniek. Tegelijkertijd weten de dansers dat hij de verantwoordelijkheid op zich neemt om al hun investeringen maximaal te laten renderen.
Waar staat Platel dan voor? Er is geen eenduidig antwoord. Zijn wereld is niet netjes verdeeld in schapen en wolven, een man is ook een vrouw, en iets kan nooit alleen maar mooi zijn. Het is nooit of/of. Hij omarmt de tegenstellingen en verbindt de extremen. En/en. Gelijktijdig. In die verbinding is er geen winnaar of verliezer, laat staan sprake van verzoening. Het volgehouden conflict als onuitputtelijke bron van rijkdom.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: