Hij kan het, en hij doet het opnieuw. In ‘Woest’ draagt Tom Lanoye Europa en zijn moeder ten grave. Je moet al een harteloze brulaap zijn om daar onberoerd bij te blijven
Tom Lanoye, onlangs vijftig geworden, noemt deze theatertournee een cadeautje aan zichzelf. Dat geeft al aan hoe graag hij op een podium staat. Bij wijze van proloog brengt hij een ode aan de speler, de komediant die het risico neemt om te mislukken voor het oog van het publiek. De ode culmineert in de woorden die Els Dottermans hem ooit toebeet: ‘Lanoye, in het vervolg speelt ge uwen brol zelf.’
En dat doet hij dus. Het gros van de teksten in Woest koos de schrijver-komediant uit Fort Europa, een toneelstuk dat hij zelf ‘onspeelbaar’ noemt, maar tot het beste uit zijn werk rekent. Het stuk speelt in 2020. Europa is op, afgeleefd, de westerse cultuur is failliet: het continent heeft te veel miserie gezien, te vaak zijn onze waarden misbruikt voor minder nobele motieven.
In België was Fort Europa nog zo goed als niet te zien. In deze tournee krijgt het stuk een verdiend tweede leven. Dit ‘hooglied van de versplintering’ is een gebalde demonstratie van Lanoyes talent – als maatschappijcriticus, als taalkunstenaar, als redenaar, als komisch schrijver en als speler nu dus ook. Voor deze voorstelling werd Fort Europa versneden met een gedicht links en rechts, een paar teksten uit toneelstukken en een filmpje van een piepjonge Lanoye in de loopgraven.
Natuurlijk hebben Lanoyes teksten de performer Lanoye niet nodig om te staan als een huis. Tegelijk is het erg dankbaar om hem ze te zien brengen. Moeiteloos komen zijn personages en zijn beeldspraak tot leven. Soldaten als lemmingen; de uitzichtloze modder van de Eerste Wereldoorlog, met een glansrol voor de muskusrat, Ons Baggerbeest; de oude hoer die zich identificeert met het versleten continent Europa: vanaf het eerste woord dat Lanoye spreekt, krijgt het allemaal vlees.
Hij gaat er zelf ook zo in op, en hoe verwerpelijker het personage, hoe meer satanisch genoegen hij in zijn performance lijkt te scheppen. Hij schuwt geen enkel retorisch middel om precies holle retoriek en drogredeneringen onderuit te schoppen.
Een hoogtepunt op dat vlak is de Ondernemer die hij neerzet. De brallerige selfmade man die zich komt beklagen dat de duffe doorsnee burger niet inziet wat hij voor het land betekent. Hoe hij met zijn geld en zijn daadkracht het hele land rechthoudt, hoe politiek, godsdienst, vrede, menselijkheid allemaal afgeleiden zijn van wat hij met zijn geld vermag. Je zou zweren dat deze tekst geschreven is als bijgedachte bij de heersende financiële crisis, maar hij dateert dus uit 2005.
Eén tekst valt uit de toon. Een oud gedicht dat gedichten-over-gedichten vervloekt, een Spielerei kortom, die alleen rechtblijft omdat Lanoye ook een mindere tekst met veel flair kan brengen. Het valt trouwens op dat hij voor de kolderstukken veel meer blikken podiumenergie opentrekt dan voor de ernstige.
Zo zijn de meest hilarische stukken de dialogen tussen twee tooghangers die discussiëren over wat ze het meest zullen missen als Europa ten onder gaat. Nooit zal ik nog een stuk parmaham kunnen eten zonder daarbij een betweterige Tom Lanoye te horen.
Ontroerend
Hoe straf Lanoye ook is als podiumbeest, het ontroerendste moment is het soberste uit de hele voorstelling. Als hij vertelt over de dood van zijn moeder, laat hij alle theatrale hulpmiddelen achterwege. Hij verspreekt zich zelfs een paar keer, wordt een tikkeltje onhandig nu hij het spelersmasker aflegt en over liefde spreekt, de liefde die nodig is om iemand te laten sterven en hoe moeilijk dat ondanks al die liefde blijft. Ook al ken je de tekst, het is pakkend om hem haar aftakeling te horen beschrijven, en passant een beschouwing meegevend over de sociale zekerheid (‘de jackpot van de farmaceutische industrie’), om dan al die wrangheid in één beweging om te turnen tot een hommage: ‘Ik zeg het maar zoals het is, dat deed zij ook altijd’.
Na de slotzin was er zelfs geen ongemakkelijk geschuifel in de zaal. Geen kuchje, geen beweging, geen zucht. Alleen ingehouden adem.
Het is niet iedereen gegeven om in twee keer vijftig minuten een zaal groen te doen lachen, tranen te doen lachen en tot doodse stilte te ontroeren. Door zijn brol zelf te spelen, bewijst de Immer Woeste waarom een komediant avond na avond al die risico’s neemt.
P.S: Geef het applaudisseren niet op voor hij aan zijn bisnummer begint. Nooit eerder zo gelachen om Frank Sinatra. En niet eens omdat Lanoye vals zou zingen.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: