Drie makers, twee nieuwe voorstellingen, één fascinatie voor wat verbeelding met mensen kan doen. Daarmee pakt Needcompany deze week uit bij het Kaaitheater: dansen met porselein en een opera als een trip.
Al is hun werk nog zo anders, over hun kunstenaarschap zijn Grace Ellen Barkey en het duo Hans Petter Dahl en Anna Sophia Bonnema het eens. ‘Het is een zegen om al je beelden van de wereld naar anderhalf uur te kunnen manipuleren.’
De lange houten tafel in het hoofdkwartier van Needcompany heeft iets ridderlijks: zware stoelen, lage lampen, aan het uiteinde het logo van het gezelschap als een wapenschild tegen de muur. Dit is het hart van de overlegstructuur die Needcompany vormt: iedereen gelijk voor de kunst. Na The Lobster Shop, in regie van Jan Lauwers, neemt nu zijn eega, choreografe Grace Ellen Barkey, de dansers op sleeptouw voor The Porcelain Project, terwijl het andere levenskoppel van de groep, Dahl en Bonnema, samen The Ballad of Ricky and Ronny – a pop opera presenteren.
Alle drie hadden ze al eigen projecten op hun naam voor ze zich bij Needcompany vervoegden. Barkey richtte het gezelschap in 1986 mee op en realiseert er nu al vijftien jaar haar eigen choreografisch werk. Haar vorige productie, Chunking, leverde haar in 2005 een nominatie voor de Vlaamse Cultuurprijzen op, om hoe “haar unieke mengvorm van dans, theater, muziek en beeld ontroerende portretten creëert van de hedendaagse mens”.
Ook The Porcelain Project belooft bijzonder te worden. In een installatie van Lot Lemm, bestaande uit allerlei porseleinen objecten aan touwtjes, komen Barkeys dansers tot leven als een mierenvolkje in een poppenkast.
“Zoals steeds ben ik vertrokken vanuit de materie zelf”, aldus Barkey. “Porselein fascineert Lot en mij al langer: zijn fragiliteit, zijn glans, zijn doorzichtigheid. Tegelijk heeft dat tere ook iets heel kils. En net die dubbelheid bepaalt de choreografie. Het is een eigen surreële wereld geworden, een kruising tussen een droom en een nachtmerrie. Daar heb we lang op gewerkt: hoe maak je zo’n weinig lieftallig sprookje toch geloofwaardig? Alles begint bij de vorm, bij porselein als deformatie van het lichaam. Omdat het ook op de dansers zelf bevestigd is, krijg je een heel aparte fantasie.”
Dahl en Bonnema zijn bij Needcompany beginnen te werken in 1999, in 2000 was er de eerste voorstelling, nadat ze in 1995 al de performancegroep Love & Orgasm hadden opgericht. Nu heet hun duo MaisonDahlBonnema, zelf hebben ze het over een ‘concepthuis voor collecties van gedachten’. Het leverde multidisciplinaire projecten in heel verscheiden kleedjes, soms heel conceptueel en soms meer zintuiglijk. The Ballad of Ricky and Ronny moet een soort synthese worden, tegen de achtergrond van drieëntwintig muziekstukken als emotionele snapshots.
“Voor de eerste keer vertellen we een echt verhaal, maar alles wordt wel gezongen”, zegt Bonnema. “Zie het als een miniopera met vrij natuurlijke, huiselijke dialogen.” Dahl bevestigt. “Het was een uitdaging om opera niet artificieel te laten klinken.”
Ricky en Ronny zijn voor Dahl uitvergrotingen van onze tijdgeest. “Je ziet twee mensen die al te veel van de wereld hebben gezien, hem al opgeconsumeerd hebben. Hun levensgevoel is van een grote leegte, een grijze mist vol vervlakking.” Dat gevoel kan de makers zelf ook wel eens overvallen. “Met Needcompany reizen we veel, en zien we voortdurend nieuwe steden, nieuwe mensen. Je vraagt je af wat er in dit snelle tijdperk nog echt binnenkomt. Soms gebeurt het dat je je geen gezicht meer kunt herinneren.”
Verbeelding is het alternatief, zowel in The Ballad als bij The Porcelain Project. Ricky en Ronny verliezen zich in een fantasiewereld die met hen op de loop gaat tot het onhoudbaar wordt. “Ze zoeken daar tegen hun realiteitsverlies iets wat veel reëler zou kunnen zijn. Vergelijk het met wat cultuurfilosoof Zizek vanuit Lacan ‘the real’ noemt: het onbenoembare dat toch altijd aanwezig is”, aldus Dahl. “Op zoek naar dat wat niet benoemd kan worden, verbeelden beide personages zich een mogelijk zelfportret in een parallelle wereld.”
Barkey ziet de verbeelding van haar dansvoorstelling veeleer letterlijk: de som van de beelden die je krijgt. “Bij mij wordt het onzegbare gewoon getoond, in groteske en absurde beelden. Maar de functie daarvan is wel dezelfde: verbeelding als iets wat verbeeld wordt buiten de realiteit en waarin je mensen dan inviteert. Dat is ook de kracht en de taak van de kunstenaar: door je iets te verbeelden zie je dat dingen ook anders kunnen.”
Dahl knikt. “Natuurlijk is alles al eens gedaan, maar nog nooit in jouw specifieke mix. Je biedt mensen instrumenten aan waarmee ze dan elk voor zich aan de slag kunnen gaan in hun bestaande wereld.”
Vanzelf ontspint zich tussen de drie makers een gesprek over hun inspiraties. Zo zijn ze het rond deze tafel ook gewend. Barkey vergelijkt beide nieuwe producties vanuit de literatuur. “Terwijl jullie meer een roman hebben gemaakt, is het bij mij een gedicht, iets heel exacts in structuur en vorm dat toch dingen openlaat.”
Dahl zoekt de overeenkomsten in het rituele. “Zingen en dansen zijn de basis van alle religieuze praktijken.”
Wat er dan specifiek Needcompany aan is, vinden ze een rare vraag. “Ieders werkmethode is compleet anders en juist die diversiteit is Needcompany. We vinden het gewoon erg inspirerend om met elkaar te werken.”
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: