Radioactief water dat het vlees wegvreet. Een diepvriesdierentuin. Baby’s van wie de kelen dichtgeknepen worden voor er een eerste ademteug doorheen kan gaan. Vanuit een rijdende glazen cabine prevelt Johan Leysen als een stoïcijnse nieuwslezer de gruwelen aan elkaar, tot ze klinken als een langgerekte ruis waar je slechts flarden van opvangt. Alleen het besef dat geschiedenis, heden en toekomst de macht hebben om tijdloze monsters te baren, suist na.
Net als Leysen zijn ook de andere figuren op de scène veroordeeld tot een onontkoombare exodus. Ze spartelen, vallen, slepen en trekken zichzelf gestaag van links naar rechts, terwijl er zwarte sneeuw neerdaalt en op een scherm donkere wolken schoksgewijs voorbijtrekken. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. De halfwezens in End lijken zo weggelopen uit De mythe van Sisyfus. Daarin stelt Camus het model van de absurde held tentoon. Mensen die zich weliswaar realiseren dat het leven zonder zin is, maar koppig weigeren de ontsnappingsroutes van de dood of het geloof te nemen.
Het is niet toevallig dat Verdonck met End de grote theaterzaal opzoekt. Theater is een dankbaar medium om de duur van tijd penetrant te maken. Bovendien laat het toe performers op te voeren. Een categorie van absurde helden van wie Camus zei dat ze hun beroep hebben gemaakt van het testen van de grenzen van ijl- en ijdelheid.
De idee van de absurde held wordt ook geprojecteerd op het publiek in de zaal. End daagt je bevattingsvermogen uit. Het gebrek aan verhaal, lineair tijdsverloop en verbanden verhindert dat de acties op de scène samensmelten tot een coherente brok theater. Deze voorstelling wil geen begrip, maar onbegrip met de toeschouwer delen. Ze opent de deur naar het inzicht dat elke mens een onmachtige wereldveroveraar is. Acceptatie van de fundamentele leegte is het enige wat rest.
All rights reserved


Please log in or register to post a comment.
Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can: