www.vooruit.be

“Je verzetten: wat betekent dat eigenlijk?”

 

Description

Kunstenaar Robin Vanbesien werpt tijdens Tot in de Stad een artistieke blik op burgerinitiatieven in Griekenland.

Meer en meer kunstenaars ruilen hun atelier in voor een plek in de stad. Wat betekent dat voor de maatschappelijke betrokkenheid van die kunstpraktijken? Hoe sociaal en politiek geëngageerd is de kunstenaar? En wat precies is het kunstwerk dan eigenlijk? Met een nieuwe editie van Tot in de Stad! gaan we samen met een resem boeiende gasten op zoek naar antwoorden.

Een van hen is beeldend kunstenaar en cineast Robin Vanbesien. Zijn werk slaat een brug tussen film, schilderkunst, installatie en schrijven. Met zijn meest recente film ‘Under These Words (Solidarity Athens 2016)’ uit 2017 duikt hij in het sociale weefsel van burgerinitiatieven in Athene. Dat leidt tot een open zoektocht naar de kracht van sociale ervaringen, en naar de betekenis achter de beperkte woordenschat die we daarvoor ter beschikking hebben.


“I do not know how to explain this, but if you experience it on a daily basis, you will see it. Solidarity, without realising it, offers more than one gives.” - Kostas Karras, lid van Solidarity Piraeus in ‘Under These Words (Solidarity Athens 2016)’

 

Hoe het begon

Griekenland, 2011. Verontwaardigde burgers, ‘aganaktismeni’, bezetten spontaan en massaal de pleinen in Athene en in het hele land. Die beweging luidt het begin in van een collectief politiek en sociaal experiment. De kiemen voor de talrijke burgerinitiatieven die zich vanaf 2012 in de vele wijken van Athene en dorpen over het hele land zouden ontwikkelen, worden gezaaid.

Brede groepen van ‘gewone burgers’ richtten nieuwe solidaire structuren op die de materiële en sociale basisnoden in hun gemeenschap aanpakken. Tot op vandaag staan principes als solidariteit, directe democratie en gelijkheid daarbij centraal. Die burgers nemen elektriciteitsnetwerken over, organiseren voedseldistributie zonder tussenpersonen, richten ziekenhuizen en scholen op,...

In 2015 en 2016 ontmoette Robin Vanbesien verschillende deelnemers aan dergelijke burgerinitiatieven. Een van hen was Christos Giovanopoulos: “De bezetting van de pleinen was voor vele Griekse burgers een absolute kentering. Niet in het minst ook voor mezelf. De transformatie ging veel ruimer dan de activisten die reeds in het verzet waren tegen de beruchte Trojka (het samenwerkingsmandaat tussen de EU, ECB en het IMF dat toezicht houdt op de kredieten die verstrekt zijn aan noodlijdende Europese lidstaten, nvdr.), het strenge strafbeleid en de ontregeling van de neoliberale maatregelen. Ik denk dat het de manier waarop burgers over een aantal cruciale samenlevingsproblematieken dachten een compleet nieuwe richting heeft doen uitgaan.

Wat is politiek nu precies? Wat betekent het om je te verzetten? Welke alternatieven bestaan er en kunnen we ons de creatie van een ‘rechtvaardigere’ samenleving voorstellen? Dergelijke vragen klonken steeds luider. Ze betekenden het begin van de ontwikkeling van de solidariteitsbeweging voor en door burgers, een beweging die een alternatief wil aanreiken en die een methode aanreikt om op een fundamenteel andere manier met elkaar samen te leven.”

Vanbesien besluit om een film te maken waarin hij op zoek gaat naar de de achterliggende ideeën van dit soort initiatieven - denk aan zelfbestuur, prefiguratieve politiek en ‘abolition democracy’. Hoe ontstaan ze? Wat betekenen ze? En waar precies ligt hun kracht?

 

Acteurs vs burgers

Oorspronkelijk had Vanbesien het plan om acteurs te vragen om de ervaringen van burgers te adapteren naar een film, maar hij stuitte op een onverwachte hindernis. “Het was confronterend. De acteurs voelden zich buitenstaanders en bleken weinig affiniteit te hebben met waar de burgerbeweging mee bezig was. Het bleek niet evident om die ervaringen van de burgers zomaar te adapteren. Sociale ervaringen kunnen zeer tastbaar aanvoelen, maar laten zich niet eenvoudig in woorden en beelden vatten. In de praktijk vermengen we in onze taal en collectief bewustzijn voortdurend fictie en het concrete politieke sociale leven. Ook bestaat ons sociale bewustzijn voor een groot stuk uit ervaringen en verstandhoudingen waarvoor we niet steeds woorden en beelden hebben - terwijl ze doorslaggevend kunnen zijn voor ons handelen.”

Maar een puur documentaire benadering zou volgens Vanbesien de sociale ervaringen en de bijbehorende verbeelding tekort doen. Hij besloot beroep te doen op een filmisch raamwerk waarin de grens tussen het documentaire en het imaginaire wordt afgetast. In de film gaan drie professionele acteurs - Evi Saoulidou, Christos Passalis en Bryana Fritz - op pad door Athene. Ze luisteren naar medeburgers die actief zijn in verschillende solidariteitsorganisaties: een ziekenhuis, een apotheek, een keuken, een school. Aan de hand van gesprekken leren we de sociale verbeelding van deze burgers als een levende praktijk kennen.

De ontmoeting tussen de acteurs en de burgers vormt het leitmotiv van de film. De acteurs hebben geen andere rol dan zichzelf te zijn: burgers. Gaandeweg ontvouwt zich ook het filmproces. De leidraad wordt gevormd door het adagium van de burgerbewegingen: αλληλεγγύη (allilengýi) of ‘dichtbij elk ander’, de Griekse uitdrukking voor ‘solidariteit’. Het resultaat is een zeer intuïtieve en zoekende aanpak bij gesprekken, ontmoetingen en uitspraken.

Vanbesien: “Naarmate onze ontmoetingen elkaar opvolgden, werden de acteurs stiller en stiller. Ze kozen ervoor om enkel nog te luisteren naar het praktische sociale bewustzijn van de burgers. Er begon zich een gapend gat te vormen tussen de aanvaarde interpretaties van de woorden ‘crisis’ en ‘solidariteit’ en de praktische, reële ervaring van deze woorden.”

 

Gedachten voelen, gevoelens denken

“De film en het boek maken duidelijk dat geen enkel portret zo’n sociale beweging ten volle kan weergeven,” vervolgt Vanbesien, “maar er kwam zo wel een andere kwaliteit in beeld: hoe sociale ervaringen en relaties niet beschreven kunnen worden in de gangbare, formele concepten van wereldbeeld en ideologie. Het gaat eigenlijk veeleer om een soort van voelen en denken dat sociaal en materieel is, gedachten die gevoeld worden en gevoelens die gedacht worden, gebaseerd op de collectief erkende complexiteiten en onzekerheden, verwarringen en ongerustheden."

Zo’n vaststelling biedt stof tot nadenken. Vanbesien: “Op een bepaald moment voelde ik tijdens het maken van de film ook de noodzaak om een boek te maken. Dat werd ‘Solidarity Poiesis: I Will Come and Steal You’: geen catalogus of een making of-boek, wel een verzameling van teksten, interviews en essays die ingaan op thema’s en vragen die door de film ontstonden. Denk aan filosofische en theoretische duiding, een interview met een van de deelnemers die het uiteindelijk niet haalde in de film, een introtekst van de kunstenaar zelf.”

 

Solidarity poiesis

Vanbesiens artistieke uitdaging bestond erin te begrijpen hoe sociale, verbindende ervaringen als onderbouw voor een streven naar gelijkheid en rechtvaardigheid verbeeld kunnen worden. Die artistieke zoektocht naar verbeelding vat hij samen als een ‘solidarity poiesis’. Vanbesien: “Sociale ervaringen van verbinding zijn de levende onderbouw voor maatschappelijke rechtvaardigheid en solidariteit. Een duidelijke handleiding of invulling is er niet. Alles ligt open, er zijn inconsistenties, er zijn conflicten. Verbeelding speelt er een cruciale rol in, tegelijk bestaan er geen woorden of beelden voor. We moeten op zoek naar de laag onder de woorden.”

Ook in de toekomst wil Vanbesien met zijn werk stilstaan bij de omvang van concepten als solidariteit en participatie. “Ik ben nu aan het onderzoeken waar de frontlinies liggen binnen de sociale en culturele sector. Het klinkt interessant om me te verdiepen in jeugdwerk voor kansengroepen en om samen met voortrekkers na te denken over welke film vandaag relevant kan zijn.”

Tijdens Tot in de Stad! toont Vanbesien ‘Under These Words (Solidarity Athens 2016)’ en doet hij zijn pleidooi voor een ‘solidarity poiesis’ uit de doeken in gesprek met stadsresidenten Simon Allemeersch en Elly Van Eeghem, onderzoeker Pascal Debruyne en activiste Nayibe Gonzales. Dramaturg Jasper Delbecke modereert het gesprek.

“…Three ways in which I think an open city can be well designed: creating ambiguous edges between parts of the city, contriving incomplete forms in buildings, and planning for unresolved narratives of development.” - Richard Sennett

 

tekst: Marieke De Munck, Sofie Dewulf & Robin Vanbesien - beeld: Robin Vanbesien 

 

Written on 29.01.18