Arts Centre Vooruit, Ghent, Belgium

Skip to main content

Skip to navigation



Add a comment
  • All comments
  1. #1 in 3 years ago by Charlotte van Oostrum Charlotte  van Oostrum
    Rate this comment Boehoe! +1 Hoera!

    Liever Bankvlees

    De plaats die Jan Van Loys roman De Heining veroverde op de shortlist van De Gouden Uil schepte hoge verwachtingen ten aanzien van de roman. Ook in de pers werd het boek zeer goed ontvangen, zo noemde De Standaard het boek een ‘voltreffer’. Ook Van Loys debuut Bankvlees deed veel beloven voor de hierop volgende boeken. Bankvlees won de Debuutprijs Vlaanderen en toonde een schrijver die tegelijkertijd absurdistisch als zeer treffend kan schrijven. Helaas maakt De Heining al deze beloften niet waar.
    De eerste zin is prachtig. ‘De hand van mijn vrouw maakte mij wakker, maar de angst in haar stem maakte mij waakzaam.’ Eerste zinnen van een boek zijn belangrijk, maar nog belangrijker is de eerste pagina. Na deze spannende eerste zin viel ik echter van de ene teleurstelling in de andere. Net zomin als de eerste pagina kon de rest van het boek mij boeien. De korte zinnen en hoofdstukken waar de pers zo lovend over sprak stoorden mij in het lezen. De zinnen blijven op de oppervlakte en zeggen wat ze bedoelen te zeggen. Het ontbreekt aan een spannende complexiteit en tussen de zinnen valt te weinig te lezen. En telkens wanneer ik toch meegesleept begon te worden in het verhaal, dan was plotseling het hoofdstuk afgelopen.
    Net als de taal blijven de karakters uit De Heining blijven doorheen het verhaal oppervlakkig. We leren zelfs de hoofdpersoon niet goed kennen, laat staan de andere mensen waarmee hij samenleeft in de omheinde compound waar naartoe hij in het verhaal met zijn vrouw is verhuisd. Wie de hoofdpersoon is en wat hij doet wordt maar mondjesmaat kenbaar gemaakt. Zijn vrouw, Debbie, is ineens zwanger waarnaar blijkt dat het kind niet van haar man is maar van een minnaar. Ze heeft ondertussen echter alweer een andere minnaar, ze laat het kind weghalen en is van het ene hoofdstuk op het andere uit het boek verdwenen. Ook de gebeurtenis waarom het verhaal zou moeten draaien – de verdwijning van een kind uit de compound – wordt onvoldoende uitgewerkt en nooit opgelost. Het idee van een ommuurde wijk waarin personages uit vrije wil maar ook gedwongen samenwonen is een interessant gegeven. Deze potentie is in De Heining echter niet tot uiting gekomen.
    Nog meer dan dat de eerste zin hoopvol was, zijn de laatste een teleurstelling. ‘Toen de ploegbaas mij tegemoetkwam, met een gezicht alsof ik een punaise op zijn stoel had gelegd, riep ik: ‘En nu weer aan het werk, jongens!’ De motoren sloegen weer aan. ik liep door, naar huis.’ Nadat ik de laatste bladzijde had omgeslagen was er sprake van een gevoel van ontgoocheling. Dat trieste gevoel dat overblijft als je een boek hebt uitgelezen dat gewoon ontzettend is tegengevallen.

    Reply

    Keep this (0)

  2. #2 in 3 years ago by Sarah Vankersschaever Sarah Vankersschaever
    Rate this comment Boehoe! +1 Hoera!

    Meelezer van mei: Laagland – Joseph O’Neill

    Wat moet je met een boek over cricket als je amper een voetbalmatch kunt volgen? Vastpakken en uitlezen, zo leert Laagland van Joseph O’Neill. Wie het eerste hoofdstuk overleeft, een uiteenzetting over het maaien van een cricketveld en een kennismaking met het jargon (bouncers, fielders, bowlers), dringt door in het zielenleven van het hoofdpersonage.

    Hans van den Broek, een Nederlandse bankier die pendelt tussen Londen en New York, kijkt toe hoe vrouw en zoon hem verlaten. Als de toekomst het aftrapt, rest hem nog slechts zijn jongensdroom: cricket. Daarom zoekt hij aansluiting bij de immigranten die in de stadsparken oefenen. Zo leert hij Chuck kennen, een man met grootse plannen en een verborgen agenda.

    Hans is een man die berust in de voorspelbaarheid. Meer zelfs, het is de voorwaarde tot zijn geluk. Als een flaneur slentert hij door zijn verhaal, af en toe stilstaand bij moeder en kind. ‘Ik ben een analist maar het ontbreekt mij aan de smachtende blik van de toeschouwer’, diagnosticeert Hans zichzelf. Het is deze afstandelijkheid die maakt dat je als lezer onverschillig blijft bij zoveel problemen. Hans mist wat Chuck ‘Project Management 101’ noemt: de mogelijkheid om doelen vast te stellen en vervolgens de middelen om dat doel te bereiken.

    Joseph O’Neill schetst zijn personages met een virtuositeit die woorden als ‘bekakt’ laat rijmen met clusters als ‘een goddelijke staat van efficiëntie’. Het gekke is dat het klopt. Registers worden luchtig door elkaar gehaspeld en de immigrantentaal (‘No shit’) versmelt probleemloos met Hans’ mijmeringen (‘de bittere marmeladegeur van verwaarloosde cricketspullen’). Cricket lijkt niet alleen de vriendschapsbanden aan te snoeren, maar ook de taal.

    Laagland (oorspronkelijke titel: Netherland) is een kosmopolitische roman. Het verhaal speelt zich af in Londen en New York maar grijpt ook geregeld terug naar het Nederlandse verleden van Hans. Die continentale twijfel zorgt voor een treffende schets van de tijdsgeest. Halverwege pruttelt iemand ‘Elk leven belandt uiteindelijk in de helprubriek van een vrouwenblad’. Het ruikt naar Don deLilliaans nihilisme. Temeer omdat O’Neills personages stuk voor stuk vermoeid zijn en niet in staat om daar iets aan te veranderen. ‘Het leven is een soort naoogst’, mijmert het hoofdpersonage. Aan u om uit te maken of hij gelijk heeft.

    Reply

    Keep this (0)

  3. #3 in 3 years ago by Geert Vandermeersche Geert Vandermeersche
    Rate this comment Boehoe! 0 Hoera!

    Meelezer van mei: Graz – Bart Moeyaert

    We leren Herman Eichler, hoofdpersoon en verteller in Graz van Bart Moeyaert enkel kennen door zijn eigen woorden. In een lange monoloog vertelt deze apotheker wat hij denkt en wat hem overkomt terwijl hij in het stadje Graz rondwandelt. In zijn hoofd raken alle gebeurtenissen van de dag al vlug versmolten met elkaar en met gebeurtenissen van een nacht uit het verleden. Een ongeval, ingebeelde gesprekken met zijn dode moeder, een stil diner met zijn vader, van wie hij de apotheek erfde, een ontmoeting met een boekenverkoopster, en een onverwachte scène met een onbekende man in het park. Al deze gebeurtenissen vormen de lange woordenstroom van Herman Eichler, die hij afwisselend gecontroleerd, dan iets chaotischer aan de lezer vertelt. Het lijkt alsof deze geïsoleerde persoon ons in vertrouwen neemt, maar misschien is het vertellen enkel een oncontroleerbare drang. Zo zegt hij immers zelf: “mijn gedachten houden nooit hun mond” en,

    “Elke nieuwe gedachte maakte een andere nieuwe gedachte los. Het gros liet iets zien wat mij aan het denken zette, de rest was problematisch, om niet te zeggen onoverkomelijk.”

    Maar de hoofdpersoon lijkt er toch enige trots te vinden in het vertellen van zijn wijsheden. Hij ziet het als het grootste onderdeel van zijn beroep; het geruststellen en uitdelen van goede raad. Mensen stappen zijn winkel immers binnen om “aandacht te komen halen. Wij moeten de eersten zijn die zeggen dat alles goed zal komen”. Zo spreekt Herman ons als lezers nog het meeste aan zoals de klanten in zijn apotheek. Maar zijn uitspraak over zijn vaders kwaliteiten als raadgever, dat “dat soort wijsheden … strikt genomen geen wijsheden zijn” zou ook voor Herman kunnen gelden. Misschien zijn zijn woorden bovenal trucjes om op ons afstand te houden? Zo geeft hij zelf toe, dat “mijn probleem is dat ik veel kan navertellen, maar niet alles, als het over mezelf gaat”. Zijn minutieuze opsommingen van handelingen en gedachten, en zijn pretentie tot rationaliteit (“Ik detecteer, ik analyseer. Ik geef de dingen een plek tussen goed en ongezond, dat is mijn aard.”) lijken vooral een diepere waarheid te verdoezelen. Hij claimt geen man te zijn “die zich gemakkelijk ergens druk over maakt. Ik geef al jaren raad, ik zie aan de geneesmiddelen welk seizoen het is, ik werk mijn boekhouding bij als dat nodig is, ik wandelen voor ik slapen ga”. Maar hoe standvastig hij zichzelf ook probeert voor te stellen, we komen er vlug achter dat dit niet helemaal waar blijkt te zijn. Hij ziet zichzelf als een raadgever, die perfect afgewogen porties wijsheid uitdeelt en ons voorhoudt dat goede raad er bij hem uitkomt “in hele volzinnen … Ik heb de juiste woorden in de goede volgorden in een laatje klaarliggen”. Maar de man ziet en praat wel met zijn dode moeder.

    Terzijde, alhoewel Moeyaert meesterlijk ingetogen schrijft, vond ik het overmatig gebruik van deze wijsheden, aforistische uitspraken , zoals “een leven verandert in een vingerknip” en “er zijn angsten die ik niet graag een naam geef” (vaak om paragrafen af te sluiten) stilistisch ietwat vervelend.

    Graz moet het zeker niet hebben van wereldschokkende gebeurtenissen. We blijven als lezer altijd hangen in de persoonlijke en intieme sfeer van die ene persoon. Waar dit boek dus mee staat of valt is de stem van de verteller; hoe wordt het verhaal ons verteld? Kan deze persoon ons boeien? Kunnen we hem geloven als persoon met alle contradicties die dit met zich meebrengt, of blijkt hij enkel een mondstuk van de auteur te zijn? Worden de gebeurtenissen ons op zo’n manier verteld dat er een gevoel van spanning ontstaat?

    “Ja”, Moeyaert slaagt erin het juiste tempo te vinden waarin hij zijn verteller de verborgen elementen laat ontsluieren. Zo komt de lezer druppelsgewijs aspecten van de hoofdpersoon te weten die hij waarschijnlijk liever niet vertelde. Zo wordt deze figuur uitermate interessant, vaak ondanks zijn eigen bedoelingen. Hij toont zich als een goede man met empathie, inlevingsvermogen en verbeeldingskracht. Maar door plotse openbaringen (“Toen die mogelijkheid bij me opkwam, kantelde de wereld”), komt zowel de lezer als hijzelf tot nieuwe inzichten over wat er allemaal gebeurt in dit boek.

    Hij is een man die de buitenwereld en andere mensen op een afstand probeert te houden. Hij wandelt “precies [met] de goede snelheid om veel te zien maar weinig in me op te nemen, zodat mijn hart al kon gaan slapen voor ik in mijn bed lag”. Vele observaties vormen slechts het beginpunt voor overpeinzingen over zichzelf. Het is in de weinige momenten dat we andere stemmen horen dat we zijn tragiek begrijpen. Hij heeft moeilijkheden om relaties op te bouwen met mensen rond zich. Zo vindt hij het moeilijk om op straat met twee meisjes uit de buurt te praten: “Nog nooit hadden we een woord gewisseld en een keer moest de eerste keer zijn, maar ik zweeg weer eens.” Als apotheker heeft hij de nodige opmerkzaamheid en inleving om andermans problemen te begrijpen, maar hij blijft geïsoleerd. Hij gaat de “risico’s” van menselijk contact vlug uit de weg. Zo geeft hij ook toe dat zijn naakte lichaam “nog nooit daar iemand anders dan door mezelf bekeken” was, en op andere momenten ontwijkt hij zelfs zijn eigen blik in de spiegel. Maar deze citaten zou de indruk geven dat dit een triest boek is, terwijl ik denk dat Moeyaert meer levendigheid en menselijkheid in zijn boek legt dan een louter negatieve kijk op het leven.

    Uiteindelijk moet ik zeggen dat ik aangenaam verrast was door Graz. Moeyaert schrijft in een ingetogen en sobere stijl zonder excessieve tierlantijntjes en schetst zo een intiem portret van een eenzaat. Of Herman er uiteindelijk in slaagt om iets op te bouwen met andere mensen, zal u zelf moeten lezen. In deze strak georchestreerde vertelling, laten gebeurtenissen en gedachten immers maar langzaam hun betekenis los. De problematiek van deze “goede ziel” is net dat; hoe hij aan de buitenwereld vooral niet veel los laat over zijn eigen gesloten universum. Misschien is het mijn enige kritiek op het boek als geheel, dat deze thematiek niet bijster origineel is, hoe goed het boek er ook in slaagt om het over te brengen.

    Het is een metafoor die Bart Moeyaert in zijn boek wijselijk omzeilt, maar het wordt wel vaak gezegd dat literatuur een medicijn is. Maar wat voor medicijn is Graz dan? Het boek is geen aspirientje tegen de hoofdpijn, een sussend woordje na een zware werkdag. Maar evenmin is het een inenting voor zwaardere tijden, een kleine dosis ziektekiemen die ons leert om te gaan met grotere onheilen. Neen, (om deze te lang uitgesponnen metafoor af te ronden) Graz is als een capsule die over de tijd zijn inhoud vrijlaat, mondjesmaat komen er meer en meer inzichten en betekenissen los. Een lezer doet er goed aan om deze kleine en “heilzame” pil van 101 bladzijden in te nemen.

    Tags
    Reply

    Keep this (0)

Post a comment

Please log in or register to post a comment.

Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can:

  • take part in the community activities on our website
  • keep a personal calendar of your favourite events
  • upload pictures and make friends
  • keep your favouiete photos, videos, music, texts or comments
  • rate other comments

Contact us

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Send us an e-mail)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital