Arts Centre Vooruit, Ghent, Belgium

Skip to main content

Skip to navigation



Add a comment
  • All comments
  1. #1 in 3 years ago by francis francis
    Rate this comment Boehoe! +2 Hoera!

    De meelezer van April - Wolken boven Berlijn (Chloe Aridjis)

    Wolken boven Berlijn blijkt – hoe kan het ook anders – het verhaal van een meteoroloog te zijn, zo leert me de achterflap. Ik kom niet meer bij. Goed, ter zake dan maar. Als jonge vrouw belandt Tatiana in Berlijn waar ze als een bohémienne al het spannende wat het leven te bieden heeft omarmt. Haar verhaal heeft inderdaad veel weg van een avontuur. In een tussenperiode van vijf jaar van haar leven leeft en zwerft ze in Berlijn, een bevrijdende vluchtplaats, weg van het verstikkende Mexico waar ze vandaan komt en ook naar terug zal keren. De Duitse metropool is bevrijdend, niet alleen in de dagelijkse leefwereld – waar ze heel wat jongens leert kennen – maar ook in haar (grenzeloze) verbeelding. Het is door haar ogen dat we de stad en wat ze te bieden heeft leren kennen.

    Ik weet niet of het komt doordat ik bij aanvang van het boek al wist dat het om een debuut ging, maar het viel mij op dat de harmonie tussen beschrijvingen en gebeurtenissen soms wat hortend aan elkaar geschreven is. De kwaliteiten van Aridjis liggen elders. Wat de verbeelding en tegelijk het schrijfproces van het hoofdpersonage aanwakkert en in gang zet, is de in het Berlijnse straatbeeld nog altijd levende band met de geschiedenis van Duitsland ten tijde van de muur. De aanwezigheid van die geschiedenis omgeeft het verhaal met een nostalgische waas die alleen maar versterkt wordt door het enigmatische karakter van het hoofdpersonage zelf. Er hangt met andere woorden een soort mysterieuze sfeer over het boek, die vaak – maar niet alleen – wordt opgeroepen door het spook van de geschiedenis dat nog lijkt rond te waren in Berlijn, of op zijn minst in het hoofd van het hoofdpersonage hangt. Het is vooral de ondernemingszin van Tatiana, die op zoek gaat naar nieuwe sensaties, raadsels, ontdekkingen, uitdagingen, ontmoetingen die aanzet tot verder lezen. De meer beschouwende passages, waarbij ze mijmert over het verleden zijn dan wel indringend, maar niet overrompelend.

    Wolken boven Berlijn wordt pas echt meeslepend door die magisch-realistische toets die gekristalliseerd wordt in een aantal specifiek afgelijnde ruimtes of personen, zoals de bovenste verdieping van het huis waarin Tatiana woont, waar allerlei vreemde geluiden te horen zijn. Of de ondergrondse metrogangen waar het verleden van de Stasi en de SS nog tastbaar aanwezig is. Of de ietwat (be)vreemde(nde) historicus in wiens huis Tatiana werkt, maar waarvan ze enkel een paar kamers zag. Of de “dwaas”, de bedelende vrouw op het plein met haar “demonische lach”. Of, – misschien wel het meest sprekende voorbeeld en tevens opener van het boek – het oude vrouwtje op de metro dat voor Tatiana zonder enige twijfel een incarnatie van Hitler is.

    Voor mij verwijzen de Wolken boven Berlijn dan ook niet in de eerste plaats naar de letterlijke fenomenen waar Jonas, de meteoroloog in het verhaal, het over heeft. Ook de wolken als algemene metafoor voor het leven is naar mijn gevoel niet helemaal geslaagd als je de pagina’s 64-67 erop naslaat. Voor mij duiden ze eerder op de fantasie, de dromen, het mysterie, hetgeen wat het tastbare “overstijgt”. Dat tastbare wordt verwoord in het tweede deel van de titel (dat in de oorspronkelijke titel Book of Clouds niet verwerkt is): de stad Berlijn, een tweede constante in het boek, naast de aangehouden aandacht voor alles wat met het weer te maken heeft.

    De geografische structuur van de stad vormt de alomtegenwoordige achtergrond waartegen en waarin Tatiana zich beweegt: de ene keer gestructureerd (via de metro), de andere keer meer willekeurig tijdens het wandelen, flaneren (in het begin wordt ergens Walter Benjamin geciteerd, die met zijn Passagen Werk tot de auteur bij uitstek van de flânerie gebombardeerd is). Zo zegt ze expliciet: “Afgezien van wandelingen en nieuwsbrieven en af en toe die kus was reizen door de stad het enige waar ik me buiten mijn werk mee bezighield.” (p. 160) Op die manier omvat de titel alles waar het boek over gaat: zowel de fantasie van de wolken als de realiteit van de stad, of zoals Tatiana vaststelt in de laatste zin van het boek wanneer ze in het vliegtuig zit:

    Voordat we op kruishoogte kwamen, sneed het vliegtuig door een dik wolkendek en heel even was er alleen maar wit te zien vanuit het raampje, en ik kon er niets aan doen, maar toen we dwars door dat kortstondige landschap schoten dat langzaam dunner werd en zich verspreidde en zich in duizend niet in kaart te brengen richtingen vertakte, had ik het gevoel dat die ervaring speciaal voor mij was bedoeld, als een soort etherisch requiem van de stad die ik achter me liet en uiteindelijk (…) was er weinig verschil tussen wolken en schaduwen en andere verschijnselen die vorm krijgen door de menselijke verbeeldingskracht.

    De rest van het verhaal volgt het patroon van een traditionele avonturenroman (à la Indiana Jones, Lord of the Rings enz.) met name: een omzwerving, waarin het hoofdpersonage geconfronteerd wordt met allerlei vreemde creaturen, maakt weinig uit of het dan gaat om hobbits, doctors Weiss, of anderen.

    Tot op het einde van het verhaal is er een vrij goed waarneembare scheiding tussen het werkelijke (de stad) en het imaginaire (de wolken). Op dat moment beginnen de wolken letterlijk neer te dalen (“het leek alsof de wolken, overmand door nieuwsgierigheid, omlaag waren gekomen” p. 183), vormen vervolgens een dichte mist en maken op die manier alles en iedereen onzichtbaar, tot “geesten, spoken, schimmen; het was onmogelijk te zeggen wie of wat substantie had en wie of wat een illusie was.” (p. 187). Het geheel wordt half futuristisch (denk aan de Blake en Mortimer strip S.O.S-meteoren), half allegorisch (denk aan de plagen van Egypte): “Het was een waar abracadabra geweest, een situatie waarin regels in de wacht waren gezet en natuurkundige wetten opgeschort (…)” (p.189)

    Hoewel… ook daarvoor al lijken voor Tatiana werkelijkheid en verbeelding meer door elkaar te lopen dan dat ze gescheiden zijn. Of zou het oude vrouwtje écht Hitler geweest zijn? Of zou de oude historicus écht een rode cape in zijn bezit hebben? Wat denkt u?

    Reply

    Keep this (0)

    1. #1-1 in 3 years ago by Liezewies Liezewies

      Misschien is de vraag niet echt of je als lezer denkt dat het vrouwtje écht Hitler was. Waar weinig twijfel over bestaat, is dat voor Tatiana het oude vrouwtje écht Hitler was. Daarmee is de magische toon voor het boek gezet denk ik. Het is namelijk een boek dat je, naar mijn mening, enkel over je heen kan laten komen. Die openingsscène is er dan ook perfect voor.

  2. #2 in 3 years ago by myriam myriam
    Rate this comment Boehoe! 0 Hoera!

    De meelezer van april: In het café van de verloren jeugd - Patrick Modiano (Leesgroep Bibliotheek Ledeberg)

    In de leesgroep van bib Ledeberg hadden we een bijzonder geanimeerd gesprek over dit boek. Zoveel mensen, zoveel verschillende leeservaringen, weten we, maar zelden zo uiteenlopend als nu:

    ... Gecharmeerd door de sfeer van melancholie, door de mooie vloeiende stijl waarmee Modiano een personage en een groep mensen in een grootstad schetst
    ... Gefascineerd gaan uitzoeken hoe het verhaal in elkaar zit, zwarte gaten opvullen, suggesties van namen en gebeurtenissen plaatsen vanuit kennis én opzoekingen over Parijs in die periode,
    ... Verbaasd over de rijkdom van dit schijnbaar eenvoudig boek, o.a. na het lezen van enkele recensies,
    ... Teleurgesteld door het wat mager uitgevallen verhaal, dat niet beantwoordt aan de verwachtingen die de flaptekst oproept,
    ... Weinig voeling, door de indruk voor een wazige foto te staan, waarop je tevergeefs probeert scherp te stellen, en niet echt greep te krijgen op de personages. Het voelt als een heel onvolledige puzzel.

    Uiteindelijk zegt je mening evenveel over jezelf dan over het boek, was één van onze conclusies. En ook: hoe boeiend het is om leeservaringen te delen, en te merken hoe je eigen beleving verrijkt wordt door die van anderen en vice versa.

    NB: Nu nog de tekst lezen over de parallel met Dante’s Divina Comedia (link op deze website). Dat zal onze kijk op het boek vast nog verder verruimen.

    Tags
    Reply

    Keep this (0)

  3. #3 in 3 years ago by BeernaertGeert BeernaertGeert
    Rate this comment Boehoe! 0 Hoera!

    De meelezer van april: Mooie kinderen - Charles Bock

    Met zijn debuutroman ‘Mooie kinderen’ zet de Amerikaanse auteur Charles Bock een puike, prachtige literaire prestatie neer. In 488 pagina’s krijgen we een beeld van een jongerensubcultuur (anarchistische scène), gesitueerd in het Las Vegas: de stralende stad op de heuvel, de stad in de woestijn die nooit slaapt, de stad die we associëren met casino’s en gokken. In dit boek staan de casino’s echter niet centraal maar worden de perifere milieus zeer gedetailleerd uitgewerkt en beschreven – Vegas is immers ook een aantrekkingspool voor weglopers, misfits, verloren zielen en mensen die een loopje nemen met de zeden van de Amerikaanse samenleving – met als resultaat een zeer specifieke, bedwelmende mozaïek van onrustige mensen.

    De roman is geschreven als een tapijt dat voor je openrolt: elk hoofdstuk of onderverdeling wordt besteed aan een ander personage en aan een andere tijdsperiode (heden of verleden). De centrale verhaallijn draait om de verdwijning van de hyperactieve 12-jarige Newell Ewing op een nacht in augustus. Als een soort literaire maatschappelijk werker doet Bock uiterst geraffineerd, gedetailleerd maar bijna inventariserend compleet en met een hoog gehalte aan psychologisch inzicht, uit de doeken wat Newells ouders, Lincoln en Lorraine, allemaal meemaken: een periode met heel veel onzekerheid, vraagstellingen over het ouderschap, huwelijksperikelen, onbegrip, hulpverlening… Rond deze centrale verhaallijn worden verschillende nevenverhalen, over een aantal personages, uitgewerkt. Heel geduldig laat Bock zijn ‘mooie kinderen’ (Newell inbegrepen) samenkomen op een punkconcert in de woestijn, waardoor de verdwijning van Newell duidelijk zal worden.

    Als lezer stel je je spontaan een aantal vragen: wat is er gebeurd met Newell, leeft hij nog, is hij ontvoerd…? Bock draait en keert alles binnenste buiten en laat ons meerdere gezichtpunten zien vanuit verschillende karakters, personages. Hij neemt de lezer mee op verschillende zijwegen met flashbacks en vooruitzichten, met pieken en dalen. Omdat ieder hoofdstuk eindigt met een piek, een dramamoment, leest het ook als een echte pageturner. Zelfs een tweede lezing drong zich op om de eventuele relevante details niet gemist te hebben. De gefragmenteerde chronologie is ongelofelijk effectief, alles dat maar enigszins onduidelijk leek valt op het einde netjes op zijn plaats. Alle personages zijn zeer levendig, naturel en memorabel neergezet waardoor ze genoegzaam een vaste plaats krijgen in het leesgeheugen: een fietskoerier van de pornowinkel, een stripteaseuse met siliconeborsten, een wegloper en zijn zwangere en drugsverslaafde vrienden, een weggelopen punkster en een succesvol comic-schrijver. Ik was uitzonderlijk onder de indruk van de eindeloze omzwervingen en kronkels in de gedachten van de personages.

    Bocks beeld over de jongeren in de subcultuur van Las Vegas is zeer ruw, destructief en verontrustend: emotioneel afwezige ouders, zorgeloze scholen, een corrupte consumentencultuur… Uit het hele hebben en houden van de tienerpersonages blijkt hun hopeloosheid en uitzichtloosheid. Ze hebben eigenlijk allemaal onbereikbare doelen: de ouders zijn een zoektocht begonnen naar hun vermiste kind, de stripteaseuse beeld zich in dat haar leven een filmscenario is, de fietskoerier wil een amateurpornofilm maken met zijn vriendin en zoekt de romantiek op… Het ongelofelijk volhardende van de personages maakt hen onvergetelijk. Daarom ook zijn het voor mij ‘mooie kinderen’.

    Bocks stijl is zeer rauw, realistisch aandoend, authenthiek, verrassend en interessant. Hij experimenteert met chatroom-dialogen, denkbeeldige scripts, epistels, epische teksten met een moralistisch lading, maar altijd perfect getimed, nooit te veel. Zelfs een tekening van een t-shirt met leuze werd opgenomen.

    Bock schrijft niet alleen indrukwekkend, zijn genuanceerde karakterschetsen, zijn gelaagde plot en cultureel inkijkje drijft je in een wereld die soms in één keer smerig, fascinerend, verdrietig maar uiteindelijk mooi en schoon kan zijn. Uiteindelijk gaat het verhaal over de menselijke natuur in het algemeen, over liefde, angst, spijt, mededogen, verwarring, kwetsbaarheid…We zijn allemaal complexe wezens lijkt Bock te zeggen, zo complex dat het onmogelijk is om te weten wat er te weten valt over een persoon.

    Reply

    Keep this (0)

Post a comment

Please log in or register to post a comment.

Becoming a member is free of charge and only takes a couple of minutes. As a member you can:

  • take part in the community activities on our website
  • keep a personal calendar of your favourite events
  • upload pictures and make friends
  • keep your favouiete photos, videos, music, texts or comments
  • rate other comments

Contact us

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Send us an e-mail)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital